Internaliserende en externaliserende problematiek bij meisjes

Auteurs: Ruth Schipper en Roos Koolhof   Spirit jeugdhulpverlening in Amsterdam heeft twee locaties waar alleen meisjes worden opgevangen. Een crisisgroep, Meisa, en een verblijfgroep, de Verhulst. De crisisgroep biedt kortdurend hulp en opvang op een beschermd adres. Wanneer blijkt dat een meisje langer hulp nodig heeft, kan de verblijfgroep dit bieden. Op verzoek van Mobiel beschrijven Ruth Schipper, afdelingsmanager van Meisa en Roos Koolhof, psycholoog van Meisa en de Verhulst in dit artikel internaliserend en externaliserend gedrag van meisjes en hoe de medewerkers hiermee omgaan.

Internaliserende problematiek

De problemen van de meisjes op beide groepen zijn meisjesspecifiek. Dit betekent niet dat jongens deze problemen niet hebben, maar ze komen vaker voor bij meisjes. Denk hierbij aan problemen met zelfvertrouwen, stemmingswisselingen, vriendjes of problemen met seksualiteit. Bij meisjes komt internaliserende problematiek veel voor. Internaliserend gedrag is naar binnen gericht, de problemen worden vooral innerlijk verwerkt. Deze problemen worden ook wel ‘emotionele problemen’ genoemd. Hieronder vallen depressie en neerslachtigheid, paniek en angstgevoelens, onzekerheid en teruggetrokken gedrag, zelfbeschadiging en eetproblemen. Internaliserende problematiek is vaak ‘onzichtbaar’. Dit zijn de stille, rustige meisjes van wie niemand last heeft.

Veel meisjes hebben een laag zelfbeeld. Ze zijn onzeker en vinden zichzelf weinig waard. Deze meisjes laten snel en/of regelmatig over hun grenzen gaan door anderen. Omdat ze aardig gevonden willen worden of omdat ze geen nee durven zeggen. Hierover praten de medewerkers met de meisjes en hun (pleeg-)ouders. Als meisjes zich prettig voelen, kunnen ze goed over hun onzekerheden praten. Dit vergt een open en neutrale houding van medewerkers. Daarnaast proberen zij het meisje en haar (pleeg-)ouders bewust te maken van hun krachten. Het is heel belangrijk dat ze veel complimenten krijgen.

Ook kunnen de meisjes een sociale vaardigheids­training volgen. Grenzen aangeven en nee leren zeggen is een belangrijk onderdeel van de training.

Grenzen

Heel belangrijk is dat de volwassenen niet óók over de grenzen van deze meisjes gaan. Zo zullen de mede­werkers niet op het bed van een meisje gaan zitten als ze voorlezen, maar op een stoel aan het bureau. De deur is altijd open en alleen vrouwelijke medewerkers lezen voor. Als een meisje aangeeft niet alleen naar de dokter te durven, zal ze, als het druk is, niet alsnog alleen naar de dokter worden gestuurd. Op zo’n moment wordt de dokter afgebeld en een nieuwe afspraak gemaakt.

Wat de medewerkers van Meisa en de Verhulst veel tegenkomen is dat meisjes slaapproblemen hebben. Deze worden veelal veroorzaakt door traumatische ervaringen, zoals bijvoorbeeld seksueel misbruik. Om deze meisjes te ondersteunen lezen de medewerkers soms voor, anderen krijgen een knuffel om mee te slapen en soms helpt het om samen een glaasje warme melk te drinken voor het slapen gaan. De extra aandacht kan ervoor zorgen dat deze meisjes uiteindelijk prettiger naar bed gaan. Ook structuur en dagelijkse routine zijn bij het kunnen slapen van groot belang. Soms vallen meisjes overdag in slaap op de bank of willen ze hun bed niet uit. Dit maakt dat ze nog moeilijker in slaap vallen ’s avonds. Het is dus van belang dit tegen te gaan en hun bijvoorbeeld een klusje te geven als ze zich vervelen of om de gordijnen ’s morgens voor hen open te doen.

Wat tevens veel voorkomt op de afdelingen is dat meisjes zichzelf beschadigen. Meisjes kunnen zichzelf krassen op hun armen, maar ook op allerlei andere minder zichtbare plekken. Het kan ook voorkomen dat meisjes overmatig drinken of blowen, soms zo erg dat hun maag in het ziekenhuis moet worden leeggepompt. Het is dan belangrijk dat de meisjes het gevoel hebben dat ze bij je terecht kunnen. Het creëren van veiligheid en het opbouwen van een vertrouwensband kan er toe leiden dat ze open met je durven praten over hun zelfbeschadigende gedrag en van daaruit kun je samen naar alternatieven zoeken om het verdriet te uiten. Een voorbeeld is praten met iemand op het moment dat het meisje de drang voelt om zichzelf iets aan te doen of afleiding zoeken als tv kijken, een spelletje doen of iets dergelijks.

Externaliserende problematiek

Bij sommige meisjes is het gedrag meer naar buiten gericht en meer zichtbaar, dit wordt externaliserende problematiek genoemd. Hierbij zie je de problemen veel duidelijker terugkomen in het gedrag. Daarom wordt er ook wel gesproken over ‘gedragsproblemen’. Denk aan opstandig gedrag, agressieve uitingen, hyperactiviteit, impulsiviteit, stelen en spijbelen. Deze problemen worden eerder herkend, omdat de omgeving er meer last van heeft. Jongens vertonen overigens meer regeloverschrijdend gedrag dan meisjes. Veel voorkomend externaliserend gedrag bij meisjes is opstandig gedrag (de discussie aangaan/opzoeken, niet willen luisteren, uitdagen, grenzen opzoeken), seksualiserend gedrag (uitdagend kleden/seksuele contacten opzoeken/risico’s nemen) en spijbelen.

Opstandige meisjes hebben veel structuur nodig. Ze ‘schreeuwen’ als het ware om toezicht en structuur. Dit vraagt een consequente, rustige houding en tevens een goede uitleg over de consequenties van hun gedrag. Geef altijd een waarom. Deze meisjes lokken het uit om in discussie te gaan, maar dat werkt averechts. Het is tevens van belang om ook deze meisjes zoveel mogelijk te complimenteren. Soms is dat lastig, omdat ze keer op keer het bloed onder je nagels vandaan halen. Toch moet je blijven zoeken naar de dingen die ze goed doen om hun gedrag te kunnen ombuigen naar positief gedrag.

Seksualiserend gedrag

Meisjes die seksualiserend gedrag vertonen hebben veel baat bij het verblijven op een meisjesspecifieke afdeling. Ze vertonen heel soms ook seksualiserend gedrag naar andere meisjes, maar meestal staat het in verband met jongens of mannen. Ze kunnen tot rust komen en zich echt met zichzelf gaan bezighouden. Benoemen wat je ziet, werkt goed bij deze meisjes. Als de meisjes te sexy gekleed naar buiten willen, worden ze teruggestuurd naar hun kamer, zodat ze zich kunnen omkleden. Daarnaast hebben deze meisjes vaak veel aan een sociale vaardigheidstraining en aan de thema-avonden, die onder meer gaan over alcohol- en drugsgebruik, tienermoeders en loverboys. Meisjes kunnen tijdens deze groepsbijeenkomsten veel van elkaar leren.

Tot slot zijn er veel meisjes, die niet graag naar school gaan, omdat ze achter lopen op school, gepest worden op school of omdat ze bijvoorbeeld teveel aan hun hoofd hebben en zich niet kunnen concentreren. Dan is het belangrijk dat goed contact wordt onderhouden met de school. Neem de meisjes serieus in hun reden van verzuim en probeer samen een oplossing te verzinnen. Een oplossing kan zijn dat het meisje de eerste (paar) keer naar school wordt gebracht of dat er een gesprek komt. Het werkt goed als de meisjes ook op school een vertrouwenspersoon hebben, waar ze als het moeilijk gaat op school, bij terecht kunnen. De sleutel tot succes is dat er in een veilige, gestructureerde om­geving contact is en de meisjes door positieve aandacht zich vertrouwd en op hun gemak bij je voelen!


Tags: , ,