Gezinshuis

Dick en Ilona zijn de ouders van drie kinderen en vier pleegkinderen. Dick is 42 jaar en manager bij een milieutechnisch aannemer. In zijn vrije tijd tennist en golft hij graag en maakt hij lange wandelingen met de hond. Ilona is 41 jaar en zij is fulltime gezinshuismoeder.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Ilona: “Fleur van 13 is onze oudste dochter. Zij zit in de tweede klas van het gymnasium. Samen met haar zus Anne, die in groep 7 zit, gaat ze naar de theaterschool. De zevenjarige Niels zit in groep 4. Hij zit op zwemles en voetbal. Onze oudste pleegdochter Aniek is 15 jaar en zit in de derde klas van de MAVO. Tessa is 14 jaar en zit in de tweede klas van de MAVO. Zij spelen allebei hockey. Wieneke van 10 jaar vindt paardrijden leuk. Loes is negen jaar oud. Wieneke en Loes zitten allebei in groep 6. Loes speelt hockey.”

Hoe kwamen jullie ertoe om gezinshuis te worden?
“Ik wilde altijd al iets met kinderen doen. Ik zocht een baan of studie die ik thuis kon doen. In de krant lazen we een artikel over een gezinshuisouder. Ik was direct enthousiast. Dick zag eerst wat beren op de weg, maar hij komt zelf uit een groot gezin. Die gezelligheid zochten we allebei. Ik merkte dat de kinderen genoten van het feit dat ik thuis was. Als je dat aan je eigen kind kunt bieden, is het ook fijn om dat aan andere kinderen te kunnen bieden die niet zoveel geluk hebben.”

Hoe reageerde jullie omgeving op het gezinshuisouderschap?
“Sommigen waren verbaasd. Ze vroegen of we wisten waar we aan begonnen. Weer anderen vonden het een gewaagde stap. De meesten nemen hun petje voor ons af.”

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Een orthopedagoog is onze vaste gezinshuisbegeleider. Elke twee weken hebben we  contact met elkaar. Alle zaken rondom de pleegkinderen worden uitgebreid besproken. Soms wordt er ook over onze eigen kinderen gesproken. We hebben huishoudelijke hulp en als het nodig is andere praktische begeleiding rondom het wonen. We wonen in een ruim huis dat we huren van de instelling.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“We hebben steun nodig bij het nemen van de juiste beslissingen ten opzichte van ouders en (gezins-) voogden. De voogd functioneert los van de orthopedagoog. Alle pleegkinderen hebben een andere status. Van vrijwillige plaatsing tot gezinsvoogdij tot voogdij. Over het algemeen voelen we ons niet onzeker.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Aniek gaat elke week met de fiets naar haar ouders. We hebben een goed contact met hen. Tessa heeft contact met haar oma en haar oom, een broer van haar vader. Haar vader is overleden en haar moeder woont in het buitenland. Sporadisch schrijven zij elkaar een brief. Haar oom ziet ze iedere zes weken. Haar oma belt ze wekelijks. Wieneke ziet haar ouders onder begeleiding. Dat is iedere zes weken, meer is niet haalbaar. Loes gaat iedere twee weken een weekend bij haar moeder logeren. Haar vader is overleden.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“Met kinderen op verschillende scholen en met verschillende sporten voelen we ons soms net een taxibedrijf. We kunnen niet op meerdere plaatsen tegelijk zijn. We hebben het gevoel dat de aandacht voor onze eigen kinderen er soms bij inschiet, onze pleegkinderen hebben gewoon veel aandacht nodig. Ook financieel is het weleens lastig: voor de pleeg­kinderen zijn er vaste budgetten. Hoe ga je daar mee om zonder scheve gezichten te krijgen tussen de eigen kinderen en de pleegkinderen onderling?”

Hoe gaan de kinderen om met de pleegkinderen?
“Onze kinderen vinden het leuk dat er altijd iemand is om mee te spelen. Het geeft onze dochter Fleur een goed gevoel dat ze emotioneel de oudste is. Onze zoon speelt met de meiden als hij er zin in heeft, maar kan ook heel goed alleen met zijn auto’s spelen. Onze dochter Anne vindt het moeilijk om de aandacht te delen, bijvoorbeeld als wij de pleegkinderen knuffelen of als zij een kaart krijgen van onze familie.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
“Nee, dat niet. Het is wel zo dat ik soms zoveel gedoe heb gehad met de kinderen dat ik hoop dat de telefoon die dag niet meer gaat. De mensen rondom onze pleegkinderen zorgen voor de meeste hobbels.”

Beschrijf een ervaring die illustreert daar doen we het voor!
“Het vertrouwen dat we krijgen van Aniek, Tessa en Wieneke, die al een half jaar bij ons wonen. Zij komen steeds gemakkelijker met hun vragen en problemen bij ons. Als we een uitje maken, zien we de pleegkinderen glunderen. Ook de positieve ontwikkeling die ze laten zien. We merken dat ze goed in hun vel zitten.”


Tags: ,