De queenbee en haar hofhouding

Auteur: Anke M. Visser  

In 2006 en 2007 organiseerde het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) in Utrecht conferenties onder de titels ‘Koninginnen en krengen’ (voortgezet onderwijs) en ‘Vriendinnenvenijn’ (basisonderwijs). De bedoeling van deze conferenties was om typisch meidengedrag in de schijnwerper te zetten, omdat dit gedrag zorgt voor onveiligheidsgevoelens in en om het schoolgebouw. Dit was de allereerste keer dat er in Nederland over ‘meidenvenijn’ werd gesproken en sindsdien staat het op de agenda van veel scholen, ouders en opvoeders.

Voor wie geen beeld heeft bij ‘typisch meidengedrag’: het gaat om kliekvorming, buitensluiten, negeren, staren, rollen met de ogen, belachelijk maken, roddelen, manipuleren, fluisteren, sms-en, msn-en, negatief commentaar op kleding, kapsel of gedrag leveren, enzovoorts. Eigenlijk kent iedereen meidenvenijn, maar bijna niemand doet er iets tegen. De meeste mensen zijn er namelijk van overtuigd dat dit gedrag bij meisjes en vrouwen hoort. Meidenvenijn is vaak zo subtiel, als je het niet wilt zien, kun je het makkelijk negeren. Toch is het belangrijk om te benoemen en aan te pakken, want het brengt schade toe.

Koninkrijkjes

De meeste meisjesgroepjes zijn als een koninkrijkje met een koningin aan het hoofd. Zij bepaalt wie erbij hoort en wie niet. Zij maakt de regels: wat gaan we doen, wat trekken we aan. Rosalind Wiseman, een Amerikaanse pedagoge, noemt de koningin de ‘queenbee’, haar trouwste vriendin heet ‘sidekick’ (aangeefster of hofdame) en de raadsvrouw van de koningin is de ‘banker’. De banker verzamelt roddels en informatie. Met die informatie kan het drietal elkaar en andere meisjes manipuleren. Een koningin is natuurlijk niets zonder onderdanen, daarom heeft zij meisjes in haar gevolg: de ‘wannabees’. Zij doen alles om bij het populaire drietal te horen. Om zich als groep sterker te voelen, hebben de koningin, haar hofdame en raadsvrouw, het vaak voorzien op een ‘target’, een doelwit. Een target is niet altijd het klassieke lelijke eendje of de nerd van de klas. Het kunnen ook meisjes zijn die een bedreiging vormen voor de koningin.

De rollen van koningin, hofdames, wannabees en target liggen niet muurvast, soms is de koningin ineens verslagen en heerst er een nieuwe. Ook de invulling van de rollen is niet zwart-wit: de target kan manipuleren met slachtoffermacht, hofdames kunnen gemener zijn dan de koningin. Pleegkinderen kunnen een target worden, omdat zij door hun geschiedenis extra kwets­baar zijn. Ze kunnen ook wannabe zijn, maar sommigen ontwikkelen zich tot koningin. Daarmee hebben ze ‘de touwtjes in handen’. Ook al is de oorzaak van overassertief of manipulerend gedrag voor een pleegkind uit haar geschiedenis te verklaren, toch is het belangrijk om een koningin een spiegel voor te houden en haar gedrag te corrigeren. Een koningin is namelijk zelden echt geliefd, maar vooral gevreesd en… een koningin moet altijd op haar hoede zijn!

Relationele agressie

Amerikaanse auteurs, waaronder pedagoge Wiseman, noemen meidenvenijn ‘alternatieve agressie’, in tegenstelling tot directe agressie van voornamelijk jongens. Meisjes worden van oudsher niet gestimuleerd om agressief gedrag te tonen en hebben een eigen vorm van agressie ontwikkeld die gericht is op het terrein waar meisjes het meest kwetsbaar zijn: relaties. Alternatieve agressie wordt daarom ook wel aangeduid als relationele agressie. Meisjes maken gebruik van de relatie om elkaar te kwetsen, ze klitten samen of sluiten elkaar buiten. Door dergelijk meisjesgedrag te benoemen als agressie, krijgt het een zwaardere lading. Dat is terecht. De effecten kunnen doorwerken in latere sociale contacten en relaties.

Meidenvenijn of meidenmachtsspelletjes zijn niet alleen frustrerend en pijnlijk voor de meisjes zelf. Ook de (pleeg)moeders lijden vaak onder het leed van hun (pleeg)dochter. Zelf de strijd aangaan blijkt een valkuil. Een moeder bekent: “Ik ben wel eens voluit gegaan tegen een moeder van een vriendin van mijn dochter, omdat haar dochter iets had geflikt waarvan ik vond dat het niet kon. Achteraf gezien was dat niet zo slim van mij, maar ik was er op dat moment zo vol van.”
Een andere moeder geeft toe dat ze eens is uitgevallen tegen de vriendin van haar dochter: “En nou hou je op!”, omdat ze het gevoel had dat zij degene was van het driemanschap die de boel zo tiranniseerde. Later bleek het juist de andere vriendin van haar dochter te zijn geweest.

(Re)acties

Wat kunnen (pleeg)ouders wel doen? In de eerste plaats meidenruzies serieus nemen en niet afdoen als iets wat nou eenmaal bij meisjes hoort. Door te luisteren en dóór te vragen als meisjes je in vertrouwen nemen. Pleegouders moeten zich wel realiseren dat ze de problemen van de pleegdochter niet voor haar kunnen oplossen. Sterker nog, de kans is groot dat er daarna lange tijd niets wordt verteld, uit angst dat men er zich mee gaat bemoeien, zeker naarmate het meisje ouder wordt. Een reden dat meisjes er niet snel voor uit zullen komen dat ze problemen hebben met hun ‘vriendinnen’, heeft te maken met schaamte. Sommige meisjes voelen zich mislukt, omdat ze blijk­baar niet in staat zijn een vriendinnenrelatie te onderhouden.

In plaats van ingrijpen als (pleeg)ouder, gaat het er om meiden zo sterk te maken dat ze zelf lastige meiden aankunnen. Leg uit hoe het mechanisme rondom de queenbee werkt. Als meisjes niet doen wat de queenbee wil, is het de queenbee die een probleem heeft en niet zijzelf. De macht van de queenbee valt of staat bij de volgzaamheid van de vriendinnen om haar heen (hofdames) of de wannabees. Leer meisjes om grenzen te trekken, om duidelijk ‘nee’ te zeggen of ‘stop’, als hun gevoel dat ingeeft. Stimuleer hun zelfvertrouwen met uitdagingen op maat en complimenten. Corrigeer ‘queenbee-gedrag’ en meidenvenijn.

Spiegel

Geef ondertussen zelf het goede voorbeeld. Kinderen doen namelijk niet wat ouders zeggen, ze doen vooral wat ouders doen. Als ouders respectvol omgaan met anderen, is de kans groot dat een dochter zich (uiteindelijk) ook zo gaat gedragen. Voor sommige pleegkinderen zal dat niet makkelijk zijn, omdat zij een geschiedenis met zich mee dragen en vaak hun afweergeschut permanent in stelling hebben gebracht.

Het is verstandig als de pleegouder nagaat of de pleegdochter nou echt gelukkig is in haar vriendinnen­clubje. Het valt op dat moederleed wordt geprojecteerd op dochters. Dat geldt bijvoorbeeld voor pleegmoeders die alles in het werk stellen om hun pleegdochter op welke manier dan ook ‘geaccepteerd’ te krijgen in een bepaald groepje. Sommige pleegouders vinden het moeilijk om hun pleegkind te corrigeren, uit mede­lijden of onmacht, en nemen zo negatief gedrag voor lief. Het gevaar ligt dan op de loer om het geleden leed van een pleegdochter te compenseren. Zelf­reflectie is daarom een vereiste voor elke ouder! Zeker in het licht van meidenvenijn.

Tips voor opvoeders van meiden:
•vertel ze over meidenvenijn, queenbees, hofdames en wannabees,
•leer ze grenzen trekken: nee zeggen, stop roepen,
•stimuleer hun zelfvertrouwen met uitdagingen op maat,
•stimuleer hun onafhankelijkheid en kritisch vermogen,
•zeg er wat van als meisjes roddelen,
•zeg er wat van als meisjes andere meisjes buitensluiten,
• breng ze empathie bij: “Hoe zou jij het vinden als een ander meisje dit over jou zou zeggen/dit jou zou aandoen?”,
•houd een manipulerend, bazig meisje de spiegel voor en corrigeer haar gedrag.                           <

Anke Visser is onderwijskundige bij het Algemeen Pedagogisch Studie­centrum in Utrecht.


Tags: , ,