Bankhangen

Hij ligt op de bank, een prachtige jongen van twaalf, met in zijn ogen de glans van tropische eilanden. Een lieve jongen met veel dromen: piloot worden, formule 1 races en meisjes. Af en toe klinkt er een diepe geeuw. “Als je gaapt, moet je naar bed,” roep ik hem toe vanuit de keuken. Langzaam gaat hij van languit liggen naar onderuit gezakt zitten en tijdens een enorme geeuw zegt hij: “Ik ben niet moe, maar ik verveel me.” Ga dan wat doen, wil ik zeggen, maar ik weet dat het niets oplevert.

Eerst zijn de kussens van de bank aan de beurt. Eén voor één vallen ze op de grond en dan is zijn trui aan de beurt. Eén voor één trekt hij de draadjes eruit. Minuten tikken verder, de mooie dromen blijven liggen op de bank. Voor het eten komt Stef van de bank. Met z’n allen zitten wij aan tafel en vragen elkaar naar de dag. Ieder heeft zijn verhaal en dan vraag ik: “Stef, wat heb jij vandaag gedaan?” Met een zucht antwoordt hij “Oh, niets.” Als je Stef in de ogen kijkt, zie je het sprankelen. De wereld ligt aan zijn voeten, maar eerst moet Stef even uitbuiken op de bank.

Het heeft veel tijd, maar vooral veel geduld gekost om het liggen op de bank te kunnen aanschouwen.
Terwijl het gapen weer begint, denk ik: “Hij komt er wel.”


Tags: ,