Pleegzorg en de islam

Auteurs: Aysen Konuk en Gözde Susurlu  

Steeds meer islamitische kinderen worden geplaatst in een (niet-islamitisch) pleeggezin. De familie van het kind en de pleegouders komen dan meestal in een voor de familie ongewenste situatie terecht. Het verschil in opvoedingsstijl kan problemen geven en kinderen kunnen door twee verschillende levensbeschouwingen in een identiteitsconflict raken. Dit kan voorkomen worden als niet-islamitische pleeggezinnen (meer) rekening houden met de waarden en normen waarin het kind is opgevoed. Het is dus belangrijk dat de pleegouders weten welke waarden en normen dat zijn. In dit artikel worden veel voorkomende verschillen benoemd.

Een uithuisplaatsing is een ingrijpende maatregel, voor zowel de kinderen als de ouders. Bij plaatsing in een niet-islamitisch pleeggezin krijgt een islamitisch kind te maken met andere pedagogische waarden en normen. Hiernaast krijgt het kind te maken met een andere culturele achtergrond en een andere levensbeschouwing. Het is belangrijk dat een pleeggezin goed contact opbouwt met het kind door rekening te houden met de verschillen. Specifieke verschillen zijn bijvoorbeeld de feestdagen, de eetgewoontes, de taal en de godsdienstbeleving. Voor een kind is het essentieel dat het weet wie hij of zij is en het besef heeft van zijn identiteit. Een kind vraagt zich af of het voldoet aan de verwachtingen van zowel de ouders als de pleegouders. Een kind kan verwarring en verdriet ervaren, als het te maken krijgt met Kerstmis in plaats van de ramadan. Het kind kan in zo’n geval denken dat het niet voldoet aan de verwachtingen.

Praktische zaken

Een belangrijk verschil voor niet-islamitische pleegouders zijn de eetgewoontes van islamitische kinderen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen geen varkensvlees krijgen en als ze vlees krijgen moet dit halal vlees zijn. Dit vlees wordt op islamitische wijze geslacht en is verkrijgbaar bij islamitische slagers en sommige supermarkten. Het is in het islamitische geloof niet toegestaan dat kinderen en volwassenen alcohol drinken. Niet-islamitische pleeggezinnen kunnen hiermee rekening houden door niet te drinken in het bijzijn van het kind. Bij islamitische gezinnen is het niet gebruikelijk om huisdieren te hebben, zoals een hond. Een kind dat thuis en in zijn omgeving geen huisdieren heeft, kan misschien bang zijn voor bepaalde huisdieren of weet niet hoe het een dier moet benaderen.

Als er verschillende levensbeschouwingen in het spel zijn, hoeven deze niet te botsen als er goed gecommuniceerd wordt. Het kan zijn dat niet-islamitische pleeggezinnen een andere godsdienstbeleving hebben en dit ook in hun leven toepassen. Zowel bij godsdienstige als niet-godsdienstige pleegouders is het belangrijk dat er ruimte is voor de godsdienstbeleving van het islamitische kind. Bidden neemt daarbij een belangrijke plaats in. Vanaf ongeveer twaalfjarige leeftijd hoort een moslim zich te richten op het vijfdaagse gebed. De meeste islamitische ouders lopen hierop vooruit door het kind al op jonge leeftijd te laten wennen. Wanneer een kind in een vreemde omgeving komt, dient het op zijn gemak gesteld te worden als het wil bidden. Een ander belangrijke handeling is het vasten tijdens de vastenmaand ramadan. De pleegouders kunnen hier bijvoorbeeld rekening mee houden door de avondmaaltijd aan te passen aan de tijden van het vasten. Het vasten begint meestal ongeveer vanaf twaalfjarige leeftijd.

Bij kinderen in de puberteit vinden er lichamelijke veranderingen plaats. In dit soort gevallen is het beter dat een pleegvader voorlichting geeft aan zijn pleegzoon en dat de pleegmoeder voorlichting geeft aan haar pleegdochter. In islamitische gezinnen is dat namelijk het meest gangbare. Wanneer niet-islamitische pleeggezinnen te maken krijgen met moeilijkheden in het opvoeden kan er advies gevraagd worden aan hulpverleners die enige kennis hebben over de Islam.

Kafala

Er is dus een verschil tussen de waarden, normen en leefregels die het kind van huis uit meekrijgt en die in een niet-islamitisch pleeggezin. Het is daarom wenselijk dat er meer islamitische pleeggezinnen komen. Het is namelijk voor de meeste ouders belangrijk dat hun kind wordt opgevangen door een gezin met dezelfde godsdienstbeleving, taal en pedagogische waarden en normen. In de laatste jaren is het aantal islamitische pleeggezinnen gestegen, het aantal is echter nog lang niet genoeg om alle islamitische pleegkinderen op te vangen.

De meeste islamitische gezinnen kiezen niet voor pleegouderschap, omdat ze niet zo goed weten wat de regels hiervoor zijn binnen de islam. Vanuit de islam zijn er inderdaad bepaalde regels waaraan islamitische pleeggezinnen zich moeten houden. Deze regels zijn belangrijker bij pleegkinderen in de puberteit.

Er is in de islam een groot verschil tussen adoptie en pleegzorg. De islam verbiedt adoptie, maar biedt een alternatief, namelijk pleegzorg (kafala). Adoptie is in de islam niet toegestaan, omdat de biologische identiteit van een kind duidelijk moet blijven. Bij pleegzorg blijft het kind de banden met de natuurlijke ouders houden. De familienaam en de erfenis worden ook niet aangetast.

Wezen en ontheemden

Pleegzorg is het tijdelijk opvangen van een minderjarige in het gezin. Het pleeggezin neemt gedurende een periode de opvoeding en verzorging van de toevertrouwde minderjarige op zich. De verantwoording nemen ten aanzien van wezen en ontheemden (kinderen die niet thuis kunnen wonen) wordt aangemoedigd binnen de islam.

Vooral in deze tijd is het belangrijk dat moslims dat beseffen en klaarstaan als pleeggezin. Deze pleeggezinnen dienen goed te zijn voor deze kinderen, hen liefdevol op te vangen en van hun kwetsbaarheid geen misbruik te maken. In de Koran wordt continu gewezen op de verantwoordelijkheid van de moslim tegenover het welzijn van de wees en andere hulpbehoevenden.

De profeet Mohammed was zelf ook een wees en is gedurende zijn kindertijd verzorgd door zijn pleegmoeder Haliema, later ving zijn familie hem op. Als volwassene heeft de profeet Mohammed ook een kind in zijn gezin opgevangen en hem grootgebracht als zijn eigen zoon.

Islamitische gezinnen die aan pleegouderschap denken, moeten het verschil tussen adoptie en pleegzorg goed beseffen. Binnen de regels van de islam is pleegzorg namelijk mogelijk en toegestaan, men dient zich goed te laten informeren over de toepassing. Door pleeggezin te worden kan men bijdragen aan de opvoeding van islamitische kinderen die het thuis minder goed hebben.

Hadith

“De ouders hebben als taak om de kinderen de liefde voor Allah en de profeet Mohammed bij te brengen. Het is belangrijk om het aangeboren gevoel voor geloof bij kinderen te stimuleren. Bij alles wat de ouders de kinderen leren, is het belangrijk dat zij zorgen zelf een goed voorbeeld te zijn. Een van de belangrijkste dingen, die de ouders het kind moeten leren is het gebed. De profeet Mohammed zei: Wanneer jullie kinderen de leeftijd van zeven jaar bereiken, vraag hen om het gebed te verrichten en straf hen wanneer ze tien jaar oud zijn en een fout hierin maken, en laat hen in aparte bedden slapen.” (Hadith: auteur Aboe Dawoud)

Hadith – ‘dat wat verteld wordt’ zijn de in grote verzamelingen vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed. Via deze overleveringen kent men de soenna, de manier van de profeet. Voor de meerderheid van de moslims vormen de Hadith een aanvulling op de Koran.

Interculturele pleegzorg

Kompaan en De Bocht uit Goirle, de instelling voor pleegzorg in Midden-Brabant, besteedt al langere tijd veel aandacht aan interculturele pleegzorg. Zowel bij het werven van pleeggezinnen als bij de begeleiding ervan. Chris van Gorp is lid van de werkgroep Pleegzorg voor Moslims van Kompaan en De Bocht. Hij vertelt: “Voor en met onze islamitische pleegouders hebben wij een gespreksgroep opgericht: het Moslim Pleegouder Overleg (MPO). Het doel van het MPO is het bevorderen van contact tussen de islamitische pleeggezinnen. In het MPO zitten vier Marokkaanse pleegouders, twee Turkse pleegouders, twee medewerkers van Kompaan en De Bocht en een stagiaire. Het MPO komt ongeveer om de zes weken bij elkaar. De voorzitter is een van de pleegouders. Zij organiseren zo’n vijf keer per jaar activiteiten voor alle moslimpleeggezinnen. De laatste keer was op een zondagmiddag. Ze hadden toen voor de volwassenen een panel georganiseerd en voor de kinderen een clown en andere kinderactiviteiten. Het panel bestond uit de vicevoorzitter van de imams in Nederland, een gedragswetenschapper van de afdeling Pleegzorg van Kompaan en De Bocht, het hoofd van de afdeling Pleegzorg en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

De pleegouders kwamen met heel veel vragen. Sommige vraagstukken waren te ingewikkeld om snel te kunnen beantwoorden en daarover gaat het MPO nu themabesprekingen organiseren, bijvoorbeeld over het gedrag van islamitische pleegkinderen in de puberleeftijd. Er is veel behoefte aan onderling contact, zodat ervaringen kunnen worden uitgewisseld en knelpunten worden gesignaleerd. Kompaan en De Bocht heeft 35 islamitische pleeggezinnen. Sinds 1996 is men ermee bezig. Voor die tijd werd er geen aandacht besteed aan de achtergrond van de te plaatsen pleegkinderen, terwijl het toch juist een uitgangspunt van de jeugdhulpverlening is om daar wel rekening mee te houden. In het begin stuitte die aandacht voor de achtergrond van islamitische kinderen op verzet, ook bij Bureau Jeugdzorg. In veel plaatsen is het nog steeds iets dat op de lange baan geschoven wordt. Directie en leidinggevenden van de voorzieningen voor pleegzorg moeten zich verdiepen in deze belangrijke tak van pleegzorg. Een heel goed boek dat hierbij behulpzaam zou kunnen zijn is ‘Interculturele gespreksvoering’ van Edwin Hoffman. Er zijn veel te weinig mogelijkheden voor bijvoorbeeld islamitische jongeren, om hen te plaatsen in moslimpleeggezinnen. Ze moeten voelen dat er naar hen geluisterd wordt en ze moeten ervaren dat er een goede plek voor hen gezocht wordt. Dan voelen ze zich serieus genomen. Ook Kompaan en De Bocht heeft voor deze groep te weinig islamitische pleeggezinnen. Het MPO zou verder gezinshuizen willen opzetten voor deze groep. Of dit uitvoerbaar is, wordt nog onderzocht.” (MK)


Tags: ,