Opvoedouders

Edward en zijn vrouw Mieke zijn opvoedouders bij het Leger des Heils. Binnen het programma Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) zorgen ze een jaar lang voor de opvoeding van jongeren die door justitie geplaatst worden in deze bijzondere vorm van pleegzorg (zie ook Mobiel 3, 2007). Dit programma is bedoeld voor jongeren van twaalf tot achttien jaar.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Edward: “Ons gezin bestaat uit mezelf, Mieke en onze dochter van anderhalf.”

Hoe kwamen jullie erop om opvoedouder te worden?
“We zagen een advertentie in de krant. Dat was een oproep waarin opvoedouders werden gezocht. We hebben het eerst weggelegd, want in het begin dacht ik dat het niets voor ons was. We bleven er echter over nadenken. We pakten de advertentie er nog eens bij en zijn op internet gaan zoeken naar informatie. Toen hebben we contact gezocht met MTFC. Het eerste gesprek was positief en beviel ons goed. We zijn naar een kennismakingsbijeenkomst geweest en naar een trainingsdag en we waren toen erg enthousiast om het te doen.

In het programma noemen ze ons opvoedouder, want pleegzorg is echt een andere vorm. Je neemt als opvoed­ouder alleen dagelijkse besluiten. Over de grote beslissingen en als het over de jongere zelf gaat, beslist het programma. Besluiten als of hij wel of niet blijft, maar ook zaken als sporten of waar hij naar toegaat. Als opvoedouder mag je wel je mening geven. Er wordt goed naar je geluisterd en je hebt inspraak, maar uiteindelijk is het MTFC die aan de jongere doorgeeft wat er gebeurt. Een discussie hebben we eigenlijk nooit, want discussies worden gevoerd door de programmasupervisor van het MTFC. Deze persoon kun je altijd bellen. Daarnaast is er iedere week een gesprek, met alle opvoedouders bij elkaar. Dat is fijn, want dan hoor je van elkaar waar je tegen aan loopt en hoe je dingen beter kunt oplossen. Wij hebben een jongen van veertien, Ray. Het gaat heel goed met onze dochter en hem. Het is leuk om te zien dat zo’n jongen meteen contact legt met een klein kind. Hij is zeven dagen per week bij ons en gaat af en toe thuis op bezoek.”

Hoe reageerde jullie omgeving op het opvoedouderschap?
“In het begin waren ze wel verbaasd en sommige mensen schrokken ervan. Uiteindelijk was iedereen heel positief. We weten dat ook omdat je referenties moet opgeven en dan later hoort hoe mensen over je denken. Ray heeft nu bijna al onze familieleden en vrienden gezien en het klikt erg goed.”

Hoe ziet de begeleiding eruit en voldoet die aan de behoefte?
“Je kunt in principe 24 uur per dag bellen. Als er iets is, is de begeleiding er dus altijd en die is heel erg goed.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“We hebben het geluk dat we een heel gemakkelijke jongen hebben, maar er zijn af en toe wel dingen waar je steun bij nodig hebt. Bijvoorbeeld: hoe controleer je de bedtijden en wanneer moet het licht uit? Meer nog eigenlijk: hoe ga je met een puber om? Eigenlijk ben ik nergens onzeker over, want als er iets is kan ik direct bellen, dus de ondersteuning is optimaal. Als opvoedouder leg je geen straf op aan de jongere, je spreekt hem niet aan op zijn gedrag, dat gebeurt allemaal vanuit het MTFC.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Als opvoedouder heb je geen contact met de familie van het kind, alles gaat via het MTFC. Je bent eigenlijk zoveel mogelijk een veilige thuishaven voor de jongere. Hoe meer informatie je hebt over een jongere, hoe eerder je een oordeel over hem gaat krijgen.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“In het begin werd ik voor mijn gevoel in mijn vrijheid beperkt, maar het loopt vanzelf goed en nu ben ik eraan gewend. Soms moeten we plannen om goed uit te komen met onze tijd. Als er vrienden op bezoek komen, kun je minder vrijuit praten, maar daar vind je dan wel weer manieren voor om dat op te lossen.”

Hoe gaat jullie dochter om met de jongere?
“Zij was snel gewend. Zij ziet hem zo’n beetje als haar grote broer.”

Zijn er momenten waarop je denkt: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
“Nee, er zijn wel momenten waarop ik denk: was ik er maar eerder mee begonnen. Het gaat vanzelf. Je moet het wel willen, maar we hadden het wat mij betreft veel eerder moeten doen.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen we het voor.
“Laatst zaten we aan de ontbijttafel. Vanuit het niets zei hij: ‘Ik heb het hier heel erg naar mijn zin’.”


Tags: ,