Loyaliteit bij pleegkinderen

Auteur: Anja Hoogendoorn  

Een kind heeft het leven gekregen van zijn ouders waardoor een onomkeerbare band is ontstaan. Ook als kinderen uithuis zijn geplaatst, als ze geadopteerd zijn of als ze volwassen zijn geworden, blijft deze verbondenheid bestaan. De verbondenheid is zichtbaar in het handelen, in het denken en in het voelen van mensen. In dit artikel worden verschillende loyaliteiten beschreven.

Zijnsloyaliteit

Carolina (11) heeft haar moeder na de geboorte niet meer gezien. Tijdens een autorit moet Carolina overgeven. Pleegmoeder helpt haar langs de kant van de weg en troost haar. Carolina huilt en roept om haar moeder.

Ouders, kinderen en kleinkinderen zitten door onzichtbare draden aan elkaar vast: ‘loyaliteiten’. Loyaliteit verbindt de ene generatie met de andere, het wijst naar een diepe verbondenheid. Deze band kan niet worden verbroken, wel ontkend.

Verworven loyaliteit

Een inmiddels volwassen pleegkind: “Behalve met mijn moeder, heb ik met mijn biologische familie helemaal geen contact. Wanneer ik zie dat mijn vriendinnen dat allemaal wel hebben, mis ik het soms een beetje. Gelukkig heb ik ook heel veel sociale contacten opgedaan door het dansen, zingen en acteren. Daarnaast beschouw ik mijn pleegfamilie als mijn echte familie en daardoor voel ik mij dan ook beslist geen ‘Remi’.”(Mobiel, 2002).

Loyaliteit groeit doordat er tussen ouders en kinderen gegeven en ontvangen wordt. Je spreekt dan over verworven loyaliteit. Kinderen bouwen in andere relaties, zoals met pleegouders, ook verworven loyaliteit op. Pleegouders verdienen loyaliteit door aandacht en zorg te investeren. Men biedt veiligheid en bouwt een gezamenlijke geschiedenis op.

Onzichtbare loyaliteit

Marieke (16): “Mijn pleegmoeder kwam een keer op de rand van mijn bed zitten. Ik was toen ongeveer tien jaar. Ik had net erg moeten huilen omdat mijn moeder opgenomen zou worden in een rusthuis. Mijn pleegmoeder probeerde me te troosten en zei dat ze nu toch mijn moeder was. Ik dacht: ‘Dat nooit!’ Zonder dat ik het zelf wilde, begon ik steeds vervelender en hatelijker tegen haar te doen.” (Mobiel, 1999).

Als een kind zijn loyaliteit niet openlijk kan uiten, gaat dit ondergronds. Dat heet verborgen of onzichtbare loyaliteit. Deze onzichtbare loyaliteit is een binding die afbrekend werkt. Kinderen kunnen bijvoorbeeld extreem blijven vasthouden aan de gewoonten van het oorspronkelijke gezin. Soms doen gevolgen zich op latere leeftijd voor. Kinderen gaan zich onmogelijk gedragen om zo te bewijzen dat hun pleegouders de opvoeding óók niet aan kunnen. Verborgen loyaliteit is vaak ook letterlijk verborgen voor de persoon zelf, het is een onbewust proces.

Jessie (5 jaar) werd op tweejarige leeftijd geplaatst in een pleeggezin. Haar mama is slechts één keer op bezoek geweest, namelijk bij de start van de plaatsing. Jessie zegt over haar mama: “Mama is stout. Ze sloeg mij altijd. Ze moet niet op bezoek komen.” Op de vraag van een begeleider om haar familie als dieren voor te stellen, begint ze bij haar mama. Ze tekent haar als een konijn en geeft als commentaar: “Een konijn is een mooi dier. Ik zie graag konijntjes.” (Onder dak, 1996).

Soms lijkt een kind niet loyaal, omdat het nooit naar de ouders vraagt of alleen maar zeer boos op hen is. Een kind blijft echter altijd loyaal, ook al is dit niet direct zichtbaar. Het is van groot belang om met een kind te zoeken hoe hij de loyaliteit vorm kan geven. Meegaan in de veroordeling is onverstandig. Als je iets negatiefs over een ouder zegt, voelt het kind zich niet waardevol, want hij is tenslotte uit deze ouder geboren.

Gespleten loyaliteit

Andrea wil haar vader niet zien. Met haar broertje woont ze eerst bij haar moeder en later in een pleeggezin. Als haar broertje contact met hun vader krijgt, wordt Andrea toch nieuwsgierig. Na het eerste en spannende bezoek, vertelt ze hierover aan haar moeder. Moeder praat negatief en boos over hem. Ze dreigt dat vader opgepakt zal worden om wat hij zijn dochter vroeger heeft aangedaan. Andrea komt huilend terug in het pleeggezin. Ze maakt ruzie met haar pleegbroertje en pleegouders. Ze kan niet praten over wat er is gebeurd. Haar vader geeft ze het volgende bezoek bladen uit haar levensboek. Het lukt pleegmoeder niet Andrea over te halen om moeder ook te vragen bladen voor haar in te vullen.

Wanneer een kind gedwongen wordt te kiezen vóór de ene ouder en tegen de ander, moet het zijn loyaliteit splitsen en komt in een gespleten loyaliteit terecht. Dit is regelmatig zichtbaar bij kinderen van gescheiden ouders. Als ouders hun kinderen bij de strijd betrekken, zijn ze niet meer vrij om van beiden te houden. Gespleten loyaliteit kan ook voorkomen in een pleeggezinsituatie. Het kind kan het idee hebben tégen de ouders te moeten zijn en vóór de pleegouders of andersom. Het kan voor pleegkinderen een blijvend gevecht zijn om de zijnsloyaliteit en de verworven loyaliteit aan de ouders en pleegouders een plek te geven.

Loyaliteit uiten

De jongste van twee zusjes wil regelmatig kroelen met pleegmoeder. Carla, de oudste, ziet dit. Zij wil niet op schoot zitten of getroost worden. Ze is boos en wil bij haar vader wonen. Carla en haar zusje praten vaak over hun vader in het pleeggezin. Er worden brieven en foto’s naar vader gestuurd. Carla gaat genieten van een gezelschapsspelletje spelen met haar pleegouders. De laatste tijd vraagt Carla regelmatig of ze voor pleegmoeder de tafel zal dekken. Dit is een geven van Carla aan pleegmoeder.

Het is belangrijk dat er oog is voor de loyaliteiten van een kind en dat uithuis geplaatste kinderen niet knel komen te zitten omdat ze hun loyaliteiten niet openlijk mogen of kunnen uiten. Investeringen tot geven, moeten gezien worden bij pleegkinderen. Een pleegkind zal investeren in de relatie met zijn eigen ouders én met pleegouders, als het hiertoe de ruimte krijgt.

Wat kan helpen:
•  Samen op zoek naar de familiegeschiedenis.
•  Het kind openlijk loyaal laten zijn.
•  Wat kan een ouder nog wèl geven?
•  Erkenning geven voor het gemiste, zonder oordelen.
•  Erkenning geven voor wat een kind heeft geïnvesteerd in familierelaties.
•  Helpen bij het invullen van een levensboek.
•  Erkenning geven aan wat het kind pleegouders geeft.
•  Een dagboekje bijhouden met het kind voor de ouders.                                                           <

Bronnen:
•  De contextuele theorie van Nagy: consequenties voor de relaties tussen ouders en kinderen: in Kinder- en Jeugdpsychologie; trends, N. Bakhuizen, E.M. van den  Eerenbeemt, 1997, Swets & Zeitlinger, Lisse.
•  Loyaliteit en balans van geven en ontvangen in de pleegzorg: een kind kan niet zonder in: Pleegkind in balans, Pedagogische Visie Pleegzorg, N. Bakhuizen, 1996, Provincie Zuid-Holland, Bureau Drukkerij, Uitgeverij en Reproservices.
•  Leren over leven in loyaliteit over contextuele hulpverlening, M. Michielsen, 2001, Acco Leusden.
•  Loyaliteit in pleeggezinnen in: VO Cahier, In het voetspoor van Ivan Nagy, L. van Bronswijk, K. Welzen, 1983, Th. H. M. Schlüter Amsterdam.
•  Grondbeginselen van de contextuele benadering, I. Boszormenyi- Nagy 1999, De Toorts Haarlem.

Dit artikel is geschreven in het kader van de opleiding ‘Contextuele Hulpverlening’ te Ede.


Tags:, ,