Kijk op pleegzorg voor dove kinderen

Kenna is 16 jaar, sinds haar derde woont ze bij Anja en Wim van de Fliert. Zij kwam voor een vakantie, bleef daarna vaker logeren en uiteindelijk is ze er komen wonen als pleegkind.

Pleegzorg, maar niet zomaar pleegzorg, want Kenna is doof en communiceert in gebarentaal. Na Kenna hebben Anja en Wim veel pleegkinderen opgevangen die afhankelijk zijn van communicatie met gebaren. Een gesprek met Anja en Wim en hun begeleider, Ton Kuiper.

Wim en Anja hebben een boerderij met melkkoeien, scharrelkippen en varkens. Ze hebben zelf drie kinderen. Ella, hun tweede kind, was doof. Dat betekende dat ze gebarentaal moesten leren. Anja: “Kenna zat bij Ella op de Effathaschool. Kenna’s ouders spraken nauwelijks Nederlands en konden niet gebaren. Voor Kenna was dit niet goed.” Ton: “Anja en Wim hoorden via de school dat Effatha met pleegzorg voor dove kinderen wilde beginnen (zie kader). Zij werden, na wat twijfels over de grote afstand van en naar Zoetermeer (1), het eerste pleeggezin.” Na Kenna kwam al snel Fatiha, ook een doof meisje, als crisisplaatsing. Anja: “Dit was wel even anders, want Fatiha was twaalf, volop puber en gedragsmatig behoorlijk pittig. Ze heeft ruim vijf jaar bij ons gewoond. Daarna kwam Nathalie, een slechthorend meisje met een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek. Na acht jaar kon ze hier niet meer blijven wonen. Ze komt nu om het weekeinde en iedere woensdagmiddag.

Schoenendoos pillen

Tijdens het gesprek lopen kinderen en jongeren de kamer in en uit. Kenna komt bij het gesprek zitten en als vanzelf gaan Anja en Wim over in gebarentaal, die ze tegelijkertijd verwoorden. Kenna: “Ik ben hier komen wonen toen ik nog klein was. Mijn ouders konden niet goed communiceren met mij. Als ik hier niet was geweest, had ik misschien een lager niveau op school gehaald. Dit was het beste voor mij, ik heb een lieve moeder die dat ook vond. Ik zit nu in het eindexamenjaar en doe boekhouden. Als ik mezelf vergelijk met mijn zus, merk ik dat ik anders ben opgevoed. Hier kan ik werken aan mijn toekomst, leer ik met geld omgaan en kan ik mijn rijbewijs halen.”

José is 23 en woont zelfstandig in een bakhuisje verderop. Zij kwam als meisje van zeventien dat, volgens ouders, een ernstige verstandelijke en auditieve beperking had en nauwelijks iets kon. Ze bracht een schoenendoos vol pillen en twee gehoorapparaten mee. Wim: “Het is geweldig om te zien hoe zij zich in de afgelopen zes jaar heeft ontwikkeld. Zij rijdt auto en werkt in de verzorging. Binnenkort gaat ze trouwen en een huis kopen.”

Anja: “Het kan hier heel druk zijn, maar om het weekeinde zijn we alleen met het eigen gezin. Die weekeinden zijn een rustpunt, waardoor je er weer tegen kunt. We hebben het ook weleens moeilijk gehad. Ella is doof en ons jongste kind Esmee heeft een verstandelijke beperking. Misschien was de drukte en de zorg voor andere kinderen wel een steun, zeker na de geboorte van Esmee. Je kind heeft een handicap en dat doet je veel verdriet. Ik had niet de tijd om bij de pakken neer te gaan zitten.”

Lintje

Begeleider Ton: “Eigenlijk zijn de beperking van Ella en de boerderij een unieke sleutel voor succes. Anja en Wim zijn dankzij Ella ingeburgerd in de gebarentaal en het visueel communiceren. De positieve pleegzorgervaringen met Kenna gaven vertrouwen om door te gaan. De aanwezige ruimte op de boerderij en de regelmaat van het boerenleven geven structuur. De boerderij is een middel in de opvoeding en de opvoeding brengt integratie in woord en gebaar. Het feit dat Anja en Wim zelf een dove dochter en een kind met een verstandelijke beperking hebben, helpt bovendien veel ouders om de plaatsing van hun kind te accepteren.”

Anja en Wim kregen in april 2008 een koninklijke onderscheiding voor hun werk en inzet. Naast het pleegouderschap en de manier waarop hij en Anja een brug slaan tussen de horende en de dove cultuur, heeft Wim een leerbedrijf waarin jonge mensen met een verstandelijke beperking werken. Ton: “Dit en de manier waarop Anja en Wim met beide voeten op de grond blijven staan, zijn de redenen waarom ze zijn voorgedragen.” Anja: “Ik vond het leuk dat mensen dit voor ons hebben aangevraagd en er zo iets bijzonders van hebben gemaakt. Dat lintje: tja, dat is een leuk gebaar.” Ton: “De laatste kinderen zijn gekomen nadat het lintje is ontvangen. Het was de laatste stap voor deze ouders, zij zagen dat lintje als een soort diploma. Anja, Wim en ik zien het lintje ook als onderscheiding voor pleegzorg en voor alle pleegouders. Het geeft pleegzorg erkenning als een goed opvoedingsalternatief.”          <

(1) In Zoetermeer is het onderwijs gevestigd voor dove kinderen, ook het beroepsonderwijs.

(2) C.I. is een Cochlear Implantaat, een elektronisch toestel dat dove en zeer slechthorende mensen de mogelijkheid biedt weer iets te horen. Meer informatie op o.a. www.nvvs.nl
Cochlear Implantaat

Bij het plaatsen van dove kinderen in een pleeggezin speelt niet alleen communicatie in gebarentaal een rol, maar ook de (doven-) cultuur. Het initiatief om dove en slechthorende kinderen in een pleeggezin te plaatsen ontstond eind 1994 en een samenwerkingsproject van de William Schrikker Groep (WSG) en Effatha Guyot werd gestart. Een gespecialiseerd team bestaande uit een gedragsdeskundige, vier pleeggezinbegeleiders en een gezinshuisechtpaar biedt begeleiding. Ton: “Ik heb dove collega’s die hun kennis en ervaring inbrengen, dat is noodzakelijk voor deze vorm van hulpverlening.” Het project is uitgegroeid tot een afdeling waar ongeveer vijftig kinderen een woonplek hebben in een pleeggezin of in het gezinshuis. Ton Kuiper is in dienst van de WSG en gedetacheerd bij Effatha Guyot. Hiermee zorgt hij voor de verbinding tussen beide organisaties. Hij is sinds de oprichting verbonden aan het project. Kinderen die geplaatst worden zijn doof, hebben een C.I. (2), zijn slechthorend (SH) of hebben ernstige taal- en spraakmoeilijkheden (ESM). Allen zijn (volledig) afhankelijk van gebarentaal of andere vormen van visuele communicatie. Ton: “Bij veel van deze kinderen is er sprake van communicatienood. Ook missen ze veelal een goed rolmodel, wat de identiteitsontwikkeling belemmert. De wereld is door het ontbreken van geluiden wezenlijk anders. De andere zintuigen moeten gestimuleerd worden, anders wordt de onveiligheid vergroot en voelt het kind zich al snel onzeker. Deze communicatienood is vaak de reden dat kinderen in een ‘gebarend’ pleeggezin geplaatst worden. Een kind dat de omgeving niet kan begrijpen, informatie mist en buitengesloten wordt, maakt een moeizame ontwikkeling door. Een omgeving waarin de communicatie wel op het kind is afgestemd, is vaak het begin van een proces om de verstoorde ontwikkeling van het kind positief te beïnvloeden.” Behalve de specifieke kennis over de doelgroep biedt het Team Pleegzorg pleegouders begeleiding met als kenmerken: een intensief contact, korte lijntjes en kleinschaligheid. Het zal duidelijk zijn dat het werven van nieuwe pleeggezinnen ingewikkeld is. Een kind plaatsen in een pleeggezin dat de gebarentaal niet beheerst, is onmogelijk. Bovendien hebben de kinderen vanwege hun auditieve beperking een achterstand in hun taalontwikkeling. Hierdoor is langer leren en meer instructie nodig.
•Meer informatie over pleegzorg en dove kinderen is te vinden op www.effathaguyot.nl
• Meer informatie over de William Schrikker pleegzorg is te vinden op www.wsg.nu.


Tags: ,