De Stelling – De aanwezigheid van een loyaliteitsconflict bij pleegkinderen wordt overschat

In deze rubriek reageren betrokkenen uit de pleegzorg op een stelling. We vragen deskundigen om te reageren. Dat kunnen ervaringsdeskundigen, gespecialiseerde hulpverleners of wetenschappers zijn. Ook u wordt van harte uitgenodigd om te reageren of om een stelling naar ons te sturen. U kunt ons bereiken via redactie@mobiel-pleegzorg.nl of via Redactie Mobiel, Postbus 753, 8000 AT Zwolle.

Petra Bastiaense, zorgcoördinator Zuidwester Pleegzorg te Breda: “Pleegkinderen kunnen veel beter dan volwassenen denken, omgaan met de gevoelens van loyaliteit aan ouders en pleegouders. De reden is dat het verschillende soorten loyaliteit betreft. Ten aanzien van de biologische ouders is sprake van zijnsloyaliteit. Deze zijnsloyaliteit is wezenlijk, diepgeworteld en onverbrekelijk als gevolg van de geboorte en de bloedband. Ten aanzien van de pleegouders is sprake van verworven loyaliteit. Deze verworven loyaliteit komt voort uit de zorg, beschikbaarheid, aandacht en betrokkenheid die pleegouders voor het kind hebben. Hierdoor worden pleegouders betrouwbaar voor het kind en wordt het kind loyaal aan hen. Deze beide loyaliteiten zijn fundamenteel anders van aard, oorsprong en kwaliteit en daardoor in essentie niet concurrerend.

Anders dan bij kinderen van gescheiden ouders zijn pleegkinderen goed in staat deze beide vormen van loyaliteit naast elkaar te laten bestaan. Voorwaarde is uiteraard dat ouders en pleegouders elkaar accepteren en respecteren zodat de beide leefwerelden van de kinderen niet ontkoppeld worden. Aan beide soorten loyaliteit moet door het pleegkind vorm gegeven kunnen worden. Voor ouders betekent dit dat ze het kind toestemming geven voor het verblijf in het pleeggezin en dat ze de verworven loyaliteit die het kind voor de pleegouders ontwikkelt, respecteren.

Voor pleegouders is het van groot belang de zijnsloyaliteit te herkennen en te erkennen. Het feit dat pleegkinderen jarenlang -ook na het bereiken van meerderjarigheid- bezig zijn met het verwerken van het feit dat ze twee paar ouders hebben, wil niet zeggen dat er sprake is van een conflict.”

Mariska, ex-pleegdochter 25 jaar: “Mijn ouders vragen tijdens een telefoongesprek nog steeds aan mij: ‘wanneer kom je nu naar ons of ben je weer bij die pleegouders?’ Dat vind ik erg moeilijk: ik blijf het gevoel houden dat ik moet kiezen tussen mijn ouders en mijn pleegouders.”

Cherelle, pleegdochter 19 jaar: “Zo rond mijn puberteit was er zeker sprake van een loyaliteitsconflict, want het is moeilijk om met het gevoel om te gaan dat je moet kiezen. Ik kan me nog herinneren dat ik vaak tegen mijn pleegmoeder gilde: ‘Je bent mijn moeder niet!’ Ook wilde ik zo graag belangrijk gevonden worden door mijn eigen ouders. Maar als je mij vraagt of het loyaliteitsconflict wordt overschat, dan zeg ik: ‘Ja!’ Het wordt te snel gebruikt door hulpverleners als verklaring van een probleem: je bent pleegkind, dus je hebt een loyaliteitsconflict. Het is een soort stempel (het zoveelste) dat op je wordt gedrukt.”


Tags: ,