Een alleenstaande pleegvader

Jan is bijna vijftig jaar en is al vele jaren een alleenstaande pleegvader. Hij vangt pubers op voor kortverblijf, gedurende drie maanden tot een jaar. Hij combineert dit met zijn grote passie reizen. Hij maakt graag verre en lange reizen naar andere werelddelen. In het dagelijkse leven werkt hij als projectleider.

Wat is de samenstelling van uw gezin?
Jan: “Sinds begin dit jaar woont de zestienjarige Peter bij mij. Peter zit in het eindexamenjaar van het VMBO-t. In zijn vrije tijd zit hij bij een showgroep breakdance. Deze showgroep danst op een zeer hoog niveau.”

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
“Jarenlang ben ik met veel plezier vrijwilliger geweest bij Scouting. Dit Scoutingwerk heb ik op een gegeven moment overgedragen aan de jeugd. Er kwam eigenlijk niet iets anders voor in de plaats. Mijn omgeving liet merken dat met de jeugd bezig zijn echt iets voor mij was. Dat vond ik zelf ook wel. Tijdens een campagne voor pleegzorg heb ik mezelf opgegeven. In het begin werd ik argwanend bekeken. Als alleenstaande pleegvader ben ik in het nadeel. De pleegzorg gaf mij het voordeel van de twijfel. De eerste plaatsing gaf zowel de pleegzorginstelling, Bureau Jeugdzorg als mijzelf de kans een vertrouwensrelatie op te bouwen. De communicatie tijdens de plaatsing verliep open en vlot en we zijn door de jaren heen een hecht team geworden. Ik ben nu tot ieders tevredenheid pleegvader van puberpleegzonen.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleegouderschap?
“Soms vraagt mijn omgeving zich af waar ik aan begonnen ben, omdat ik voor soms moeilijke pubers zorg. Ik krijg veel steun van mijn familie en vrienden. Zij vangen mijn pleegkind op als ik weg ben.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Al die jaren heb ik al dezelfde pleegzorgwerker bij diverse pleegkinderen. We hebben veel contact via de e-mail. Afspraken kunnen afgestemd worden op mijn werk. We maken zeer duidelijke en heldere afspraken. Dat bevalt goed. Ik heb wel meer behoefte aan trainingen rondom pleegzorg. Het aanbod daarvan in mijn regio zou groter mogen zijn. Peter heeft bijna zijn hele leven dezelfde voogd gehad. Sinds kort heeft hij een ander, een tijdelijke voogd. Zijn oude voogd was zijn enige vaste referentiekader in zijn leven. Het is moeilijk voor hem dat die nu weggevallen is.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
“Peter is het eerste pleegkind bij wie ik het niet voor elkaar heb gekregen om contact te krijgen met zijn ouders. Zijn moeder woont in het buitenland. Peter kan zich niets meer herinneren. Ik zou graag zien dat ze elkaar konden ontmoeten. Ik ervaar dat het contact met de ouders altijd heel belangrijk is. Ik ben onzeker over het feit of kortverblijfplaatsingen wel goed zijn voor jongeren. Pleeggezinplaatsingen zoals deze,
zouden eigenlijk niet nodig moeten zijn.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“De vader van Peter is onbekend. Peter heeft geen broers of zussen en zijn moeder heeft al een jaar of acht geen contact meer met hem. Ik heb het contact niet kunnen herstellen. Over een opa en oma of over ooms en tantes is niets bekend. Peter heeft wel veel contact met zijn eerste pleegmoeder bij wie hij lang heeft gewoond. Hij ziet zijn eerste pleegmoeder als zijn eigen moeder. Ook heeft hij contact met andere pleeggezinnen waar hij heeft gewoond.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
“Het maken van reizen geef ik niet op voor pleegzorg. Het pleegouderschap waterdicht rond mijn reizen plannen, valt niet altijd mee.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Nee, ik doe het graag. Als ik wel zo’n moment zou hebben, dan zou ik stoppen met pleegzorg. Wat ik in elk geval nooit meer wil meemaken is dat ik voor een van mijn pleegzonen naar een overleg op school ging. Tot mijn verbazing zaten daar elf mensen om de tafel: jeugdzorg, pleegzorg, ouders, psychiater, school­directeur, schoolbegeleidster, leerkracht, mijn pleegzoon en ik als pleegvader. De waanzin zelf.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!
“Ik vind het een uitdaging om moeilijk gedrag om te bouwen in acceptabel gedrag. Ik ben heel blij met het contact dat ik heb met ouders van wie de zoon bij mij heeft gewoond. Zij vragen mij regelmatig om raad bij de opvoeding van hun andere zoon, zodat hij bij hen kan blijven wonen.
Mijn vorige pleegzoon kwam bij mij op het moment dat alles in zijn leven een puinhoop was. Nu gaat het goed met hem. Het lukt hem om zelfstandig te wonen en het gaat goed met zijn studie. Hij heeft een leuke vriendin en hij heeft weer contact met zijn ouders. Ik zie hem nog regelmatig en ik heb er alle vertrouwen in dat het goed blijft gaan.”


Tags: ,