Zorgboerderij vervult basale behoefte

Auteur: Jolanda Stellingwerff   Zorgboerderijen zijn van alle tijden. Al ver voordat de jeugdzorg een georganiseerde sector was, werden kinderen opgevangen op het platteland. Jeugddorp De Glind, vlakbij Barneveld is zelfs op deze wijze ontstaan. Grondlegger dominee Rudolph kocht begin vorige eeuw landbouwgrond aan waar armlastige boeren zich met hun bedrijf mochten vestigen, in ruil voor de opvang van kinderen. Deze kinderen werden (op)gevoed en aan het werk gezet. Het lijkt erop alsof het aantal zorgboerderijen de laatste tien jaar enorm gegroeid is. Op dit moment zijn er een kleine 900 in Nederland.

Voor een deel is deze groei te verklaren uit de zware tijd die de agrarische sector doormaakt. Veel boeren redden het niet en zien zich genoodzaakt het bedrijf op te geven. Door naast het boerenbedrijf ook zorgboer te worden, ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Er zijn veel vormen van zorgboerderijen. Soms ligt het accent op het werk en is de opvang ter ondersteuning van de werkzaamheden. Soms zijn de werkzaamheden vooral therapeutisch van aard en is de zorg belangrijker dan de opbrengst van het bedrijf. Daartussen zijn vele vormen mogelijk. Zo zijn er boerderijen die alleen dagopvang bieden, al of niet gecombineerd met weekendopvang, zijn er boerderijen die 24-uurszorg bieden en zijn er die het allemaal bieden en ook nog voor verschillende doelgroepen. Ook daarin is alles mogelijk. Volwassenen met een verstandelijke beperking, jongeren met een justitiële maatregel, kinderen met autisme, ouderen met een psychiatrische achtergrond, kinderopvang; voor iedere doelgroep is er wel een zorgboerderij. Pleegouders zullen het meest in aanraking komen met de logeerboerderijen, waar hun pleegkind een weekend of een vakantie kan doorbrengen.

Geen knutselclubje

Het idee is aantrekkelijk, maar hoe gaat het in de praktijk? Sebraine Meijerink is manager van zorgboerderij De Eikenhof, onderdeel van behandelcentrum Trajectum Hoeve Boschoord en biedt op haar eigen boerderij weekendopvang en kampen voor zorg- en pleegkinderen (1). Ze werkt al zo’n veertien jaar in deze sector en schreef onder andere een methodiekcursus voor werkbegeleiders van zorgboerderijen en een handboek voor zorgboeren. “Een zorgboerderij vraagt iets anders van een boer dan een gewoon agrarisch bedrijf,” vertelt ze. “Je moet zorg dragen voor activiteiten gedurende het hele jaar, het werkaanbod moet aansluiten op de cliënten, het geheel moet financieel rendabel zijn en je moet als boer geschikt zijn als begeleider van de cliënten.” Financiering van de zorgboerderijen gaat altijd op grond van indicaties. Voor de jeugdzorg gaat het dan om een indicatie van Bureau Jeugdzorg. Financiering gebeurt vanuit een persoonsgeboden budget (PGB) of vanuit een jeugdzorg­instelling.

“Het succes van zorgboerderijen komt vooral voort uit de combinatie van natuurlijke processen en de betekenis die het werk heeft,” legt Sebraine Meijerink uit. “Het dagelijks werken met dieren en planten en het verloop van de seizoenen zorgen voor structuur. Daarnaast betekent het werk echt iets. Als de trekker stuk is, moet die eerst gemaakt worden. Anders kun je niet verder met aardappels rooien. Het is niet zomaar een knutselclubje waar je dingen in elkaar zet. Basale menselijke behoeftes worden vervuld. Je kunt iets betekenen voor de dieren, de planten, maar ook voor de opbrengst van het bedrijf.” Hoewel voor kinderen het accent nauwelijks op werk ligt, gelden deze principes ook voor hen. Meijerink: “Een kind kan zijn natuurlijke behoefte aan erkenning en aan het geven van liefde kwijt op een zorgboerderij. De ruimte is daarnaast heel belangrijk. Alle energie kan eruit, er is veel minder geslotenheid dan bijvoor­beeld in een groep. Voor de een is het stallen uitmesten heerlijk, de ander leeft op met een konijn op schoot. De lijfelijke ruimte, de inspanning, het samen werken, de ontspanning en de relatie met dieren zijn allemaal belangrijk. Veel kinderen zijn jarenlang zelf begeleid, zij vinden het vaak heel fijn om eindelijk zelf te mogen zorgen en dieren te begeleiden.”

Kwaliteit

Het nieuwe van de huidige zorgboerderijen is de formalisering. Vroeger ging het om vrijwillige opvang, tegenwoordig is er sprake van een beroepsgroep en worden de zorgboeren betaald voor hun diensten. Betaling gaat op verschillende manieren. Bij het PGB is er een bedrag gekoppeld aan een persoon. Deze persoon betaalt vanuit het PGB de plaatsing op de zorgboerderij. Bij zorg in natura is het de zorgverzekeraar die het bedrag voor de plaatsing rechtstreeks aan de zorgboer betaalt. Een zorgboerderij kan zelfstandig zijn met een AWBZ-goedkeuring zodat een instelling ermee in zee kan gaan of de boerderij is onderdeel van een grotere zorginstelling. Voor het opzetten van een zorgboerderij regelen de meeste mensen zelf de financiering. In sommige regio’s zijn er speciale potjes met opstartbudgetten, maar de verschillen per regio zijn groot en de budgetten worden steeds meer beperkt. Ook worden de geruchten over de afschaffing van het PGB door staatssecretaris Bussemaker steeds hardnekkiger. Is dat een probleem? Sebraine Meijerink denkt dat het wel meevalt: “Als het PGB wordt afgeschaft, gaat het geld rechtstreeks naar de zorginstellingen in plaats van eerst naar de cliënt. Dat kan lastig worden, maar voor de kwaliteit is het een goede ontwikkeling. Op dit moment kan bijna iedereen zichzelf zorgboer noemen. Als financiering meer aan kwaliteit gekoppeld wordt, zal de sector er alleen maar beter van worden. Mits er geen enorme bureaucratie voor in de plaats komt.”

Onderzoek

De meerwaarde van zorgboerderijen wordt regelmatig onderzocht. Op de website van het landelijk steunpunt voor zorgboeren Landbouw & Zorg (3) staat een overzicht van diverse onderzoeken. Dit voorjaar verscheen het resultaat van een inventarisatie van Wageningen Universiteit en Research­centrum. Daaruit blijkt dat zorgboerderijen een goede plek zijn voor kinderen en jongeren met autisme (ASS). Onderzoeker Reina Ferwerda: “Kinderen kunnen op de boerderij hun energie kwijt door vrijuit te spelen. Wanneer het een kind teveel wordt, zijn er voldoende plekken waar het zich terug kan trekken. De zorgboer zet bewust landbouwhuisdieren in als hulpmiddel in de omgang met het kind met ASS. Uit de interviews die ik heb gehouden met zorgboeren, blijkt dat dieren kinderen helpen om hun verhaal te vertellen, dieren bieden troost en steun, helpen bij het maken van contact, bewerkstelligen gedragsveranderingen en helpen angsten te overwinnen.” De inventarisatie laat echter ook zien dat er bij de zorgboer niet altijd voldoende kennis aanwezig is over de specifieke problematiek van kinderen met ASS. Bijscholing is hierbij dus van belang. In Wageningen wordt meer onderzoek gedaan naar zorgboerderijen. Zo loopt er op dit moment een onderzoek naar de specifieke kwaliteiten van zorgboerderijen ten opzichte van reguliere hulpverlening en is er een onderzoek in voorbereiding naar de professionalisering van de sector. (4)

Op televisie zijn veel programma’s te zien waarin mensen een nieuw leven beginnen, ergens op een boerderij. Bij Mobiel meldden zich de afgelopen tijd opvallend veel pleegouders die hun verhaal hierover wilden vertellen. De ruimte van een boerderij in combinatie met de rust op het platteland heeft blijkbaar ook een grote aantrekkingskracht op pleegouders. Hanneke van der Zwan richtte samen met haar ouders een stichting (5) op om hun gezamenlijke droom te realiseren: een woonboerderij in Friesland voor langdurige pleegzorg, crisis-, weekend- en vakantieopvang voorzien van kinderboerderij. Haar ouders Bart en Marja zijn al ervaren pleegouders. Hanneke is zelf sociaal pedagogisch medewerker en doet op dit moment een vervolgopleiding om nog beter in te kunnen spelen op de behoeftes van de kinderen. In dit geval komt de boerderij voort uit de zorgwensen van de initiatiefnemers in plaats van de economische noodzaak van een boerenbedrijf. Beide typen zorgboeren moeten zich breed voorbereiden: de een moet bijleren over zorg, de ander over het boerenbedrijf. Zijn er daarnaast nog andere zaken die van belang zijn?

Sebraine Meijerink: “Er zijn vaste veiligheidsvoorwaarden waaraan een locatie moet voldoen. De ruimte moet veilig zijn om te spelen, te werken en te leven. Risico’s moeten beschreven zijn met oplossingen (RI&E) en er moet een speciale verzekering worden afgesloten. Er is ook een kwaliteitssysteem voor zorgboerderijen. Daarin staat informatie over voorwaarden, verslaglegging, veiligheid en dergelijke.” Het kwaliteitssysteem is een initiatief van Landbouw & Zorg. Met het bijbehorende keurmerk wil het steunpunt de cliënten of deelnemers heldere kwaliteit bieden.

Jeugdzorgboerderijen in Overijssel (2)

Trias Jeugdhulp in de provincie Overijssel werkt samen met een dertigtal zorgboerderijen in haar vaste aanbod voor jeugdzorg. De jeugdzorgboerderijen zijn zelfstandige ondernemingen die de keuze hebben gemaakt om samen te werken met de jeugdzorginstelling en zorg te bieden op hun boerderij, veelal naast een boerenbedrijf. Bij Trias Jeugdhulp is de deskundigheid aanwezig om de boeren te ondersteunen in de zorg voor de jeugdigen. Trias Jeugdhulp zoekt samen met ouders naar een passende jeugdzorgboerderij, wanneer Bureau Jeugdzorg een indicatie heeft afgegeven. De instelling begeleidt de plaatsing van de jeugdige op afstand en draagt zorg voor het concreet maken van behandeldoelen en stelt behandelplannen op, die de jeugdzorgboerderij ondersteunen in het verlenen van hulp. Daarnaast coördineert Trias Jeugdhulp het verdere behandeltraject, waaronder het onderhouden van contacten met ouders, Bureau Jeugdzorg en eventuele andere hulpverleners. Jeugdzorgboerderijen kunnen altijd terecht voor adviezen en kunnen gebruik maken van de beschikbaarheid- en bereikbaarheidsdienst.

De financiering van de plaatsingen vindt plaats op basis van de indicatie van Bureau Jeugdzorg. De provincie Overijssel stelt gelden beschikbaar om de indicatie uit te kunnen voeren. Trias Jeugdhulp bemiddelt niet meer voor jeugdigen die een PGB in willen zetten op een jeugdzorgboerderij, omdat dit organisatorisch niet haalbaar is. Van de jeugdzorgboerderijen wordt gevraagd het kwaliteitshandboek in te vullen. Verder worden de boerderijen, voorafgaand aan de samenwerking, door de Raad voor de Kinderbescherming gescreend. Gezamenlijk stellen de instelling en de boerderij een jeugdzorgboerderijverslag op. Dit document is een geschiktheidsverklaring die een jaar geldig is en na een jaar wordt geëvalueerd. In het document worden afspraken vastgelegd en krachten en aandachtspunten van de boerderij benoemd. Aspecten als gezinssituatie, veiligheid en begeleiding komen hierin aan de orde.

Trias Jeugdhulp is zeer positief over deze hulpvorm en over de samenwerking met de jeugdzorgboerderijen. Ook de resultaten zijn positief. Doel van de hulpvorm is het voorkomen van zwaardere vormen van hulpverlening en het voorkomen van uithuisplaatsing. De jeugdzorgboerderijen zijn een vaste module binnen het hulpaanbod van de organisatie. In samenwerking met verschillende provincies en Universiteit Wageningen wordt er gewerkt aan het versterken van de positie van deze hulpvorm binnen de keten van jeugdzorg.


Tags: ,