Een pleegfamilie

De 55-jarige Ron is veehouder. Zijn vrouw Rita is eveneens 55 jaar, helpt mee in het bedrijf en doet veel vrijwilligerswerk. Samen zorgen ze voor hun twee pleegzoons. Ze hebben twee dochters waarvan de jongste ook pleegouder is van twee kinderen. Ook de ouders van Rita zorgden al voor het kind van iemand anders. Pleegzorg zit deze familie dus echt in het bloed.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Rita: “Op dit moment wonen er twee pleegzoons bij ons op de boerderij. Richard is zeven jaar en volgt onderwijs op MLK-niveau. De twaalfjarige Jeroen volgt ZMLK-onderwijs. Onze dochter Leonie (32) heeft vier kinderen en werkt in de transportbranche. Wilhelmien (30) is in verwachting en zorgt samen met haar man voor twee pleegkinderen.”

Hoe kwamen jullie ertoe om pleeggezin te worden?
“Mijn ouders zorgden vroeger voor een kind uit de kerk. Toen Ron en ik al getrouwd waren, werden er gastgezinnen gezocht om gedurende de vakantie Poolse kinderen op te vangen. Wij hebben dat gedaan en we hebben met die kinderen een leuke tijd gehad. In die tijd viel er een kaartje in de brievenbus met de tekst: ‘pleeggezinnen gevraagd’. We hebben ruimte genoeg in en om ons huis en in ons hart. Dat kaartje kwam op het juiste moment. We zijn crisispleeggezin geworden.”

Hoe reageerde jullie omgeving op het pleegouderschap?
“We kregen zowel positieve: ‘die kinderen boffen maar dat jullie hen willen opvangen’, als negatieve reacties. ‘Zijn jullie niet bang voor al het jatten dat die kinderen doen? Is het niet zonde van jullie tijd?’ Verschillend dus.“

Hoe ziet de begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Bij Jeroen hadden wij slechte begeleiding. De begeleider kwam zijn afspraken niet na en zei tegen ons: ‘Doe het zelf maar’, in plaats van hulp te bieden. Na lang aandringen begeleidt de voogd nu de ouderbezoeken. Toen Richard werd gebracht, werd er gezegd dat hij een verkeerde opvoeding had gehad. Een maand lang hoorde of zag ik niemand, terwijl Richard in die tijd ontzettend moeilijk gedrag liet zien. Hij bleek ook ADHD te hebben. Wij hadden graag meer achtergrondinformatie over Richard gehad zodat we misschien wat beter voor­bereid waren op zijn gedrag.”

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
“Wij hadden graag advies gehad bij het omgaan met het moeilijke gedrag van Richard. De instelling voor pleegzorg gaf niet thuis en de therapeut zei tegen ons dat wij meer bereikt hadden bij Richard dan hij.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“De vaders van zowel Richard als Jeroen zijn niet in beeld. Richard zag zijn moeder eerst eens per drie maanden en later om de maand. Als hij rustig was bij het bezoek en hij zag er netjes uit dan was zijn moeder tevreden. Nu heeft moeder een nieuwe vriend. Hij is niet zo tevreden en hij wil graag dat Richard komt logeren. Richard voelt de onvrede en is na een bezoek minstens een week van slag. De moeder van Jeroen kan amper voor zichzelf zorgen. Ze is blij dat wij dat doen voor Jeroen. Tot ieders tevredenheid zien ze elkaar een keer per maand.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“De slechte bereikbaarheid van de voogden in het weekend. Pleegkinderen houden met het maken van problemen echt geen rekening met de kantoortijden van de voogden. We vonden het heel vervelend dat de voogdij-instelling van Jeroen zich niet aan de afspraken hield.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen?
“Wij hebben veel crisispleegkinderen gehad. Met het ene kind was het contact beter dan met het andere. Over de hele linie genomen hebben we veel plezier gehad met elkaar. Onze kinderen zijn dankbaar dat zij het beter gehad hebben dan al onze pleegkinderen. Onze jongste dochter is nu zelf pleegouder.”

Zijn er momenten waarop jullie denken, hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
“Neen.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!
“We zijn blij dat we de kinderen zien opbloeien in ons midden. We zoeken naar het positieve in de kinderen, zoals een tekening die ze toch kunnen maken. Laatst bracht ik Richard naar bed. Bij het onderstoppen zei hij: ‘Ik ben toch wel lief hè?’ In mijn gedachten liet ik even alle rotzooi die hij getrapt had de revue passeren. Met een glimlach zei ik: ‘Ja, je bent lief.’ ”


Tags: ,