“Ik voel me geen supernanny”

Auteur: Nynke Stoker  

“Een supernanny moet vertrouwen hebben in het kind en liefde voelen voor het kind. Het is belangrijk om niet te vergeten dat je zelf kind bent geweest. Ik voel me geen supernanny. Het voelt voor mij heel natuurlijk om een pleegkind op te voeden. Wel moet je veel in huis hebben om pleegouder te kunnen zijn. Er worden behoorlijk wat eisen aan je gesteld als pleegouder.” Carla is een ervaren pleegmoeder. Aan Mobiel vertelt zij hoe zij denkt over de vaardigheden van een supernanny in relatie tot die van pleegouders.

“Ik heb het idee dat een voogd niet wil weten dat je als pleegouder veel moet kunnen. Zij zien pleegouders niet als een soort nanny: iemand die ervaren is in opvoeden. Een pleegkind opvoeden is intensief en vraagt veel van het hele gezin. Het komt op mij over dat een voogd pleegouders soms ziet als een dumpplek. De een brengt het alleen wat leuker dan de ander. De voogd verwacht vervolgens dat je alles gewoon maar doet. Er wordt niet gekeken naar het pleeggezin zelf en of het wel uitkomt. Het pleeggezin heeft gekozen voor pleegzorg, dus alles wat erbij komt, heb je maar te accepteren. Dit vraagt veel van het gezin. Ook van de andere kinderen, die lijken naar de achtergrond te verdwijnen. Ik vind dat jammer. Het is belangrijk voor een pleeggezin om ook gezin te zijn.

Incasseren

Ik heb geen ervaring met voogden die zich als nanny opstellen en tips geven. Ik vind juist dat de pleegzorg­werker veel aandacht heeft voor het hele pleeggezin. Die kijkt naar de mogelijkheden van een pleeggezin. Een pleegzorgwerker houdt er rekening mee dat het voor een pleeggezin belangrijk is om niet alle aandacht alleen op het pleegkind te vestigen, maar dat sociale contacten ook door moeten gaan. Deze begeleider kijkt meer naar hoe je het opvangen van een pleegkind kan combineren met je gezin. Ik ben van mening dat zij meer gehoord moeten worden, meer een stem moeten krijgen in de uiteindelijke beslissingen die worden genomen. Eigenlijk is de pleegzorgwerker een soort supernanny. Die kijkt naar het hele plaatje.

Zelf denk ik niet dat je als pleegouders een supernanny moet zijn. Ik denk dat je je moet inleven in het kind en daar je oplossing kunt vinden. Kijken wat het kind nodig heeft en wat aansluit bij het kind. De achtergrond van een kind is belangrijk om het gedrag te kunnen verklaren. Er komt zoveel meer bij kijken dan alleen het pleegkind. Je moet veel kunnen incasseren, bijvoorbeeld als eigen ouders niet blij zijn met je inzet of meer verwachten dan je kan bieden. Hier moet je als pleegouder wel mee om kunnen gaan. Het is prettig om een pleegzorgwerker te hebben die je kan ondersteunen in de opvoeding en die praktische tips kan aandragen. Het is fijn om te merken dat je inspanningen gewaardeerd worden.

Goed voor het kind

Ik ervaar pleegouderschap als iets natuurlijks, hoewel je opvoedingscapaciteiten moet hebben. Ook is het erg belangrijk om een klik te hebben met een kind. Het is de omgeving (buren, collega’s) die vaak schrikt als ik vertel dat ik pleegouder ben. Die vragen zich dan af hoe ik erbij kom om een pleegkind in huis te halen met al die problematiek. Alsof het alleen maar zwaar is. Wat ik zelf moeilijk vind, is de grens aan te geven als het niet lukt met een kind. Wanneer zeg je dat een kind niet meer bij je kan wonen? Dat is heel moeilijk. Emotioneel ben je bij het kind betrokken, terwijl je het ook zakelijk moet kunnen zien. Wat is goed voor het kind? Dat is de belangrijkste vraag. Ik ben van mening dat ieder kind recht heeft op de warmte en liefde van een gewoon gezin. Met deze overtuiging vind ik het niet moeilijk pleegouder te zijn. Het ouderschap is lastig, maar heel mooi.

Of kinderen nu groot of klein zijn, biologisch of niet. Pleegouderschap past bij ons gezin, ondanks de moeilijkheden die erbij horen. Wij richten ons op de positieve dingen. Het grootste compliment dat ik van een voogd heb gekregen, is dat zij verbaasd was hoe goed ik de knelpunten van een bepaald kind kon aangeven. Ik vond het fijn dat ze mijn observatievermogen zo waardeerde. Eigenlijk is dit wel een nanny-eigenschap! Ik merk wel dat, als het moeizaam gaat met een plaatsing, de pleegouders hierop worden aangekeken. Dat is ingewikkeld. Dan word je niet serieus genomen. Het is vaak een voogd die er op deze manier naar kijkt. Ook vind ik het lastig dat de voogd het laatste woord heeft, dat die uiteindelijk bepaalt wat er gebeurt. Dan worden wij als gezin wel eens onderschat in wat we doen en wat we zien bij het pleegkind. Ik krijg daarbij het gevoel van ‘u vraagt, wij draaien’. Zelfs adviezen van de pleegzorgwerker worden door voogden regelmatig in de wind geslagen.

Goud waard

Hoe klein een kind ook is (zelfs tijdens de zwangerschap), het kan al getraumatiseerd zijn. Dit uit zich in zeer problematisch gedrag. Het is belangrijk om voor het kind een goed, warm opvoedingsklimaat te scheppen waarin het zich veilig en geborgen kan voelen. Het is een enorme beloning als wij, ondanks alles, het vertrouwen krijgen van een kind. Dat een kind even tegen je aan komt zitten, je hand pakt, lacht en plezier heeft. Dat is goud waard. Ik merk soms dat een voogd weinig werkvloerervaring heeft en beslist over het pleeggezin, zonder te hebben gezien wat een pleeggezin allemaal doet. Ik voel me dan niet serieus genomen. Een voogd kan wel eens onderschatten waar je als pleegouder allemaal mee te maken hebt.

Opvoedingsvaardigheden

Als pleegouder moet je een hart met ruimte hebben, maar je moet jezelf soms ook met beton wapenen tegen vervelende dingen. Eigenlijk denk ik, na dit gesprek, dat we wel heel dicht in de buurt komen bij het nanny-idee. Je moet veel kunnen, over veel opvoedingsvaardigheden beschikken, maar ook kunnen samenwerken met de hulpverlening. Wij zijn dus ook een soort hulpverlener in het hele circuit van hulpverleners.”


Tags: , ,