Verschillende vormen van voogdij

Bij voogdij gaat het over de vraag: wie heeft de zeggenschap over het kind? Er zijn verschillende vormen van voogdij. In de praktijk worden de termen wel eens door elkaar gebruikt. Niet alle vormen zijn even bekend bij pleegouders. Daarom zet juriste Mariska Kramer speciaal voor dit thema in een lange aflevering van ‘Hoe zit dat’ verschillende soorten voogdij op een rij.

Als een ouder de zeggenschap heeft over een kind, heeft hij het ouderlijk gezag. Als iemand anders of een instelling de zeggenschap heeft, spreken we van voogdij. Voogdij en gezag betekent hetzelfde: namelijk zeggenschap, ook wel wettelijke ver­tegenwoordiging genoemd.

Ouderlijk gezag ontstaat meestal zonder dat er een rechter aan te pas hoeft te komen. Zo staat een kind dat binnen een huwelijk wordt geboren, automatisch onder het ouderlijk gezag van beide ouders.

Voogdij is in principe altijd het gevolg van een beslissing van de rechter. De rechter beslist voor iedere minderjarige die niet onder het ouderlijk gezag staat of voor wie de voogdij niet wettelijk is geregeld. In de praktijk benoemt de rechter een voogd als:

de ouder(s) met gezag is/zijn ontheven van of ontzet uit het ouderlijk gezag

de ouder(s) met gezag is/zijn overleden

de ouder(s) zelf nog minderjarig is/zijn

er andere gronden zijn, hierbij gaat het vaak om de voorlopige voogdij of de tijdelijke voogdij

Definitieve voogdij

De voogdij is definitief als beide ouders zijn overleden. Nu zij er niet meer zijn, kan het ouderlijk gezag niet meer worden uitgeoefend. De wettelijke vertegenwoordiging ligt bij een ander dan een ouder en heet daarom: voogdij. De voogdij duurt in principe tot de meerderjarigheid van het kind, dus tot het achttiende jaar. Alleen als het kind wordt geadopteerd, verandert dit. De adoptiefouders krijgen het ouderlijk gezag en dan is er geen ‘voogdij’ meer. In alle andere gevallen dan het overlijden van ouders, is de voogdij niet definitief. Een ouder kan bijvoorbeeld na ontheffing of ontzetting om herstel van het gezag vragen. De wet stelt hier echter strenge eisen aan, waardoor herstel in het ouderlijk gezag in de praktijk zelden voorkomt.

Voorlopige voogdij

De voorlopige voogdij is een specifieke vorm van voogdij. De ouder(s) heeft/hebben al dan niet tijdelijk, geen gezag (meer) over zijn/hun kind. De voorlopige voogdij wordt in dit geval uitgeoefend door Bureau Jeugdzorg. Deze instelling is de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Bij voorlopige voogdij gaat het om een combinatie van een kinderbeschermingsmaatregel en het (beter) regelen van het gezag over het kind.

De voorlopige voogdij kan worden gezien als een maatregel op zich of als een tussenmaatregel. Het is een maatregel op zich als het bijvoorbeeld nodig is om een medische behandeling voor een kind mogelijk te maken. Bijvoorbeeld bij een nood­zakelijke bloedtransfusie, waarbij toestemming door de ouder(s) met gezag wordt geweigerd. Na de vereiste behandeling gaat het gezag meestal weer terug naar de ouder(s). De voorlopige voogdij kan gezien worden als een tussenmaatregel wanneer deze wordt uitgesproken gedurende het onderzoek naar een ontheffing of ontzetting van het ouderlijk gezag of bijvoorbeeld bij een ‘afstandsbaby’, een baby die na de geboorte ter adoptie wordt af­gestaan.

Tijdelijke voogdij

‘Tessa (15) is onder toezicht gesteld en verblijft bij een vriendje omdat haar moeder voor familiebezoek naar het buitenland gaat. De moeder laat steeds minder van zich horen en uiteindelijk is onbekend waar zij verblijft.’

Dit is een voorbeeld van een ‘gezags­vacuüm’. Bij Tessa is er al een onder­toezichtstelling. Het gezag van de ouder blijft bij een ondertoezichtstelling in tact. In dat geval kan de rechter de tijdelijke voogdij uitspreken. Er is anders niemand die het gezag over de minder­jarige Tessa uitoefent en beslissingen kan en mag nemen voor haar. De ondertoezichtstelling is in dit geval niet voldoende om het ontstane gezagsvacuüm op te lossen.

Het woordje ‘tijdelijk’ bij de tijdelijke voogdij is verwarrend. Zolang het gezagsvacuüm bestaat, duurt de tijdelijke voogdij voort. Deze voogdijmaatregel kan dus duren tot Tessa achttien jaar is.

Pleegoudervoogdij

Als een pleegouder voor een pleegkind zorgt dat onder voogdij staat, dan kan hij/zij op drie manieren de voogdij verkrijgen::

Bureau Jeugdzorg of de natuurlijke persoon ontslaat zichzelf van de voogdij

de pleegouder verzoekt de rechter om hem/haar als voogd te be­noemen

de pleegouder verzoekt de rechter om Bureau Jeugdzorg of de natuurlijke persoon van de voogdij te ontzetten.

Van vrijwillig kader naar voogdij: de pleegouder

verzoekt na een (geslaagd) beroep op het blokkaderecht om een ontheffing van het gezag van de ouder en verzoekt de rechter om hem/haar met het gezag te belasten.

‘Jordy (6) woont vier jaar in een pleeggezin. Zijn moeder heeft Bureau Jeugdzorg destijds verzocht om een plaatsing in een gezin omdat ze zijn opvoeding niet (meer) aankon. Het is dus een vrijwillige plaatsing. De moeder wil nu weer voor Jordy zorgen. De pleegouders zijn het er niet mee eens en geven geen toestemming. Hiermee doen zij een beroep op hun blokkaderecht. De moeder verzoekt hierop de rechter om vervangende toestemming zodat zij Jordy zelf weer kan opvoeden. De rechter geeft de moeder deze toestemming niet en verbindt hieraan een termijn van zes maanden. Binnen deze termijn kunnen de pleegouders een verzoek tot ontheffing indienen en verzoeken om (één van hen) met de voogdij te belasten.

Eenhoofdige voogdij

Het is pleegouders over het algemeen aan te raden om één van hen als voogd te laten benoemen. Het is dan mogelijk om nog steeds pleegvergoeding te ontvangen. Als de pleegouders gezamenlijk de voogdij verkrijgen, worden zij onderhoudsplichtig en hebben geen recht meer op pleegvergoeding. Wel dient bedacht te worden dat de bijzondere kosten niet (zonder) meer kunnen worden gedeclareerd.


Tags: ,