Kinderen op bezoek in de gevangenis

Auteurs: Winie Hanekamp en Jolanda Stellingwerff  

Kinderen die bij hun gedetineerde ouder op bezoek gaan, maken nogal eens mee dat ze in een ongezellig advocatenkamertje met een voogd hun vader of moeder ontmoeten. Het komt ook voor dat ze deelnemen aan het regulier bezoek, veelal in een kindonvriendelijke omgeving en onder schooltijd, tegelijk met meerdere gedetineerden en hun partners of familieleden. Spelen is vaak niet mogelijk en als er ook een volwassen familielid aanwezig is, zijn er vaak veel volwassen zaken te bespreken. Dit betekent weinig exclusieve aandacht voor het kind.

In Nederland bestaat sinds 1994 in enkele penitentiaire inrichtingen (P.I.’s) een speciaal bezoekproject voor kinderen en hun gedetineerde ouder: het Ouders, Kinderen en Detentieproject (OKD). Dit initiatief hoorde oorspronkelijk bij de Reclassering, maar sinds 2003 bij Exodus Nederland (1). De uitvoering gebeurt door de P.I.’s in samenwerking met Exodus. Het OKD biedt ouder en kind(eren) de mogelijkheid om elkaar, zonder andere familieleden of volwassenen, te spreken en met elkaar te spelen. De kinderen en hun gedetineerde ouder hebben op deze manier de kans om hun relatie te onderhouden en mogelijk te versterken. Het OKD is bedoeld voor kinderen van drie tot en met zestien jaar en vindt één keer per vier weken plaats op een woensdagmiddag of in het weekend gedurende twee uur. Hiervoor wordt de bezoekzaal gezellig gemaakt met speelgoed, een hapje en drankje en met speelkleden op de grond.

Loyaliteitsconflicten voorkomen

Binnen het OKD kan de gedetineerde ouder zijn/haar rol als opvoeder vorm geven; de kinderen ontwikkelen hun eigen contact met hun gedetineerde ouder. Omdat er ge­middeld ongeveer vijf gedetineerde ouders aan het project deelnemen, ontdekken de kinderen dat zij niet de enigen zijn met een ouder in detentie. Voor het vervoer van de kinderen van en naar de P.I. zet Exodus vrijwilligers in. Daar is bewust voor gekozen. Immers, in andere bezoekprojecten vervoeren familieleden van gedetineerden de kinderen. Exodus kiest onder andere voor vrijwilligers om loyaliteitsconflicten bij kinderen te voorkomen. Kinderen lopen nogal eens bezoeken mis bij ruzie tussen ouders of familieleden. De vrijwilligers worden zorgvuldig geselecteerd en volgen een training. Zij brengen de kinderen, na kennismaking met het kind én het gezin, elke vier weken naar de gevangenis.
De vrijwilliger is tijdens het OKD op de achtergrond aanwezig. Zo hebben de kinderen iemand bij zich die er speciaal voor hen is en een beetje helpt als ze de gevangenis binnengaan, bijvoorbeeld als het detectiepoortje piept of als er iets in de kluisjes opgeborgen moet worden.

Middeleeuwse taferelen

Erna Spijkers is pleegzorgbegeleider. Zij begeleidde een tijd een jongetje van vijf met een vader in de gevangenis. Samen met de jongen en zijn pleegmoeder is ze verschillende keren op bezoek geweest. “Dat het om zijn vader ging, zei deze jongen weinig. Hij woonde al vanaf zijn tweede jaar in het pleeggezin. Hij noemde hem ook geen papa, maar Jaap, ‘de meneer die ik ken’. Hij vond de bezoekjes heel interessant, want Jaap woonde ‘in een heel groot huis met heel veel mensen en heel veel deuren’. Ik vond het er verre van kindvriendelijk. Bij de ingang moesten alle sieraden af en ging je door zo’n detectiepoortje. Het personeel snauwde en stuurde mensen terug als er ook maar iets niet in orde was. Als het bezoek plaatsvond in de bezoekersruimte, zat je in het lawaai van veel mensen en schreeuwende kinderen met twee cipiers in de hoek. Het deed gewoon middeleeuws aan.” Erna vindt het belangrijk dat kinderen contact houden als hun ouder gevangene is, maar er zou wel iets gedaan moeten worden aan de faciliteiten. “Eigenlijk moet er een pedagogisch medewerker neergezet worden, die de kinderen op hun gemak stelt. Als het kind ouder wordt, gaat het veel meer vragen en dan wordt het een stuk ingewikkelder. Het OKD ken ik niet, maar het is erg hard nodig dat het voor kinderen beter geregeld wordt.”

Vervelend ritueel

Exodus organiseerde eind mei een symposium over het OKD. Hierbij richtte de organisatie zich nadrukkelijk ook op pleegzorg. Woordvoerder Marloes Berings vertelt waarom: “Als een ouder in detentie komt, kan het kind niet altijd thuis blijven wonen. Veel van de kinderen die wij begeleiden, wonen daarom in een pleeggezin. Voor ons is het dus belangrijk om pleegzorginstellingen en pleegouders over het OKD te vertellen.” Pleegmoeder Lenette heeft een pleegzoon met een ouder in de gevangenis. Zij bezocht het symposium. Tijdens deze dag waren vertegenwoordigers van de reclassering, pleegzorg, jeugdzorg, penitentiaire inrichtingen, advocatuur, vrijwilligers OKD en universiteiten aanwezig. Lenette vertelt: “Voor mij was het OKD totaal onbekend. De voorzitter van Exodus vertelde tijdens zijn welkomstwoord hoe hij als vrijwilliger een tweetal kinderen begeleidde. Zij namen patat met curry voor hun ouder mee. Dit is bij ons niet voor te stellen. Het bezoek van mijn pleegkind duurt maximaal één uur. De kindvriendelijkheid bestaat uit een Legotafel en een Disneyhoekje. Niet echt iets voor mijn puber. De patat met curry zou bij ons allang door de hasjhond zijn opgegeten. Verder wacht ons altijd een vervelend ritueel van legitimeren en daarna je broeksriem en oorbellen verwijderen. Dan maar hopen dat je schoenen de metaaldetector niet van slag brengen, want anders sta je op kousenvoeten op een akkoord te wachten.”

Taboe op detentie

De vrijwilligers van Exodus zijn geen hulpverlener en hebben geen kennis van het delict. Ze zijn een maatje voor het kind. Dat betekent dat ze naast het bezoek samen af en toe iets gezelligs kunnen doen. Uiteraard alleen als het kind en het thuisfront dat ook willen. Voor veel gezinnen met een ouder in detentie is deze betrokkenheid erg belangrijk omdat het taboe dat in de samenleving op detentie rust, ervoor zorgt dat er buiten en soms ook binnen het eigen gezin nauwelijks over wordt gesproken. Veel kinderen leven kortere of langere tijd in hun eigen gezin met het ‘geheim’ van detentie. De gedetineerde ouder ervaart dankzij de vrijwilligers dat er mensen zijn die zich vrijwillig inzetten voor mensen in de gevangenis.

Met financiële steun van een aantal fondsen draait het OKD nu in negen P.I.’s (2) en zijn er op verschillende locaties plannen om het OKD te starten. Volgens pleegmoeder Lenette is uitbreiding hard nodig: “Vanuit mijn ervaring vind ik dat er voor de politiek een schone taak ligt. Onlangs had mijn pleegzoon weer eens een probleem bij aankomst. De ijzeren knopen aan zijn broek gaven problemen bij het alarmerings­systeem. Dat betekende dat het bezoek niet doorging en mijn pleegzoon weer naar huis moest.”                            <

Winie Hanekamp is landelijk coördinator OKD en voormalig gezinshuisouder en pleegzorgbegeleider. Meer informatie over OKD en Exodus Nederland: www.exodus.nl.

Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Leonne Dikmans, Willemien Kronenberg en Marion Kruis.

Speciaal voor kinderen heeft het ministerie van Justitie een website gemaakt met algemene informatie over detentie, gevangenissen en tbs: www.dji4kids.nl.

(1)        Exodus Nederland houdt zich bezig met de opvang en begeleiding van ex- gedetineerden en gedetineerden in de laatste fase van hun straf. Een netwerk van bijna 1600 vrijwilligers biedt ondersteuning bij terugkeer in de samenleving.
(2)        Deelnemende P.I.’s zijn: Arnhem de Berg, Nieuwegein, Tilburg, Veenhuizen (Norgerhaven), Rotterdam (De Schie en de Noordsingel), Krimpen aan de IJssel (de IJssel), Roermond en Sittard.

“Mijn vader heeft gevangenisstraf en tbs gekregen.”

Roëlle (11): “Mijn vader heeft iets heel ergs gedaan. Daarvoor is hij eerst in de gevangenis en daarna in een tbs-kliniek gekomen. Eerst was ik te klein en te bang om naar hem toe te gaan. Ik wilde dingen weten over wat hij gedaan had en of hij spijt had. Verder sliep ik heel slecht. Ik moest almaar dromen over wat er gebeurd is en ik speelde het ook steeds na. Daar kreeg ik therapie voor. We praatten over wat ik me precies herinnerde en daarom ben ik mijn vader gaan vragen hoe het ging. Hij vond mijn vragen ook erg moeilijk.

Mijn pleegouders gingen in de kliniek kijken en hebben verteld hoe het er uit ziet. Ook maakte mijn vader een dvd om dat te laten zien. We konden namelijk nergens vinden wat een tbs-straf is. Alleen bij het Klokhuis was er een keer iets over. Zelf ben ik nooit in de kliniek op bezoek geweest. Iedereen, ook mijn vader, vond dat niet goed. Er zijn daar veel enge mannen.

Nadat mijn pleegouders bij mijn vader geweest zijn, mocht ik hem ook ontmoeten. Hij kwam met een begeleider naar het kantoor van de pleegzorg. Ik ging met mijn pleegmoeder. Mijn voogd en de pleegzorgwerker waren er ook bij. Ik wilde graag dat er een tafel tussen mijn vader en mij stond en eigenlijk ook mannen met geweren. Dat kon niet, maar mijn pleegmoeder en beer waren erg belangrijk. Toch was ik blij dat ik hem zag. Hij was anders dan ik me herinnerde.

Na de eerste keer werd het steeds iets minder eng. Nu zie ik hem een keer in de twee maanden. Ik vertel over school en mijn hobby’s, maar niet alles. Hij begrijpt het niet altijd en vindt het soms ook niet goed wat ik doe. Hij vertelt over wat hij doet. Hij moet leren en zegt dat het steeds beter gaat. Wat moeilijk is, is dat niemand kan zeggen hoe lang hij nog in de kliniek moet blijven.”

Ook voor pleegzorgwerkers, de voogd en pleegouders is het moeilijk wat je van een tbs-straf kan verwachten. Op grond van het delict en de bijbehorende onderzoeken, maakt de tbs-kliniek een leer- en behandelplan. Als een man (het zijn vrijwel altijd mannen) kinderen heeft die in een pleeggezin wonen, spelen die in het behandelplan nauwelijks een rol. Het is lastig om de (ontwikkelings-) belangen van de kinderen en de belangen van de ouder op elkaar afgestemd te krijgen. Voor de vader is het moeilijk om te volgen hoe de traumaverwerking en ontwikkeling van zijn kinderen gaat, laat staan als het gaat om begrippen als hechting en loyaliteit.


Tags: ,