Is pleegoudervoogdij een goede keuze?

Wel of geen pleegoudervoogdij? Er zijn verschillende voors en tegens te bedenken. Financiële overwegingen, want zijn de bijzondere kosten wel op te brengen? Praktische overwegingen, want het is toch veel handiger om alles in eigen hand te houden? Is het wel een goed idee als de voogd niet meer als buffer kan fungeren? Wat wil het kind eigenlijk? We vroegen een aantal pleegouders hun overwegingen met ons te delen.

Nadine: “De ouders van Mehmet vinden het na al die jaren nog steeds moeilijk dat hij bij ons woont.
De bezoeken aan zijn ouders verlopen heel wisselend. Zij willen nog steeds graag zelf voor Mehmet zorgen. Die wens uiten ze regelmatig in hun gedrag. De ene keer zijn ze heel aardig voor Mehmet en ons. De andere keer krijgen we de volle laag en we weten niet altijd waarom. Mehmet heeft daar veel last van. We kunnen hem moeilijk voorbereiden op een bezoek, omdat we nooit weten hoe het zal verlopen. Toen hij klein was, gingen wij altijd mee, een tijdlang ook met begeleiding. Soms was er een pauze ingelast. Mehmet heeft lang niet altijd zin om op bezoek te gaan. Toch is hij wel nieuwsgierig. Hij is zelfs wel eens zonder dat iemand het wist bij zijn ouders langsgegaan. Het voelt bij iedereen dubbel, ook bij zijn ouders. Zoals laatst in de rechtbank, daar wisselden we allerlei nieuwtjes uit over Mehmet. De gezinsvoogd stond met grote ogen te kijken. De week ervoor had ze nog de kastanjes uit het vuur moeten halen. Na veel wikken en wegen besloot Bureau Jeugdzorg een verderstrekkende maatregel aan te vragen. Aan ons werd gevraagd of we na wilden denken over pleegoudervoogdij. In ons hoofd passeerden al die wisselende beelden van de bezoeken. We hoefden er niet lang over na te denken. Wij kiezen niet voor pleegoudervoogdij. We konden altijd zonder problemen een paspoort aanvragen en we houden het zo, want het is voor ons ook goed dat de voogd de buffer kan zijn. Wel zo rustig voor Mehmet.”

“We zijn er eigenlijk ingerold.”

Bart en Nienke hebben vier pleegkinderen. Over de twee oudsten, Roos en Rietje, hebben ze de voogdij. Bart over Roos en Nienke over Rietje. De meiden wonen al vijftien jaar bij hen. Hun vorige pleegzorgbegeleider stelde de voogdijoverdracht voor. “Zelf hebben we er nooit bij stilgestaan. De ouders van de meiden leven nog en waren het eens met de plaatsing. Voor ons zou het niet veel uitmaken. Soms was het moeilijk papieren te regelen, we wonen namelijk in de grensstreek.
Zo is het balletje gaan rollen. Na een gesprek met Bureau Jeugdzorg zijn we voorgedragen om ieder de voogdij van een van de kinderen op ons te nemen. Voor ons is het voordeel dat we snel papieren kunnen regelen, bijvoorbeeld voor school in België. Verder veranderde er niet zoveel. De meiden waren al in­gegroeid in ons gezin en de omgeving en het delen met ouders en gezinsvoogd was voor ons geen probleem. De begeleiding kwam na de overdracht op een laag pitje. Jan van twaalf kwam drie jaar geleden en Petra van twee kwam twee jaar terug in ons gezin. Sindsdien is de begeleiding weer intensiever en we praten, merken we, vaker over de oudste meiden.

Wat heel leuk is, is dat de bijgeplaatste kinderen ondanks niveauverschillen veel extra’s gebracht hebben. Ze passen bij elkaar en er wordt met respect voor ieders mogelijkheden veel samen gedaan en van elkaar geleerd. De financiële veranderingen waren voor ons geen probleem. We declareerden maar af en toe extra kosten. We hebben heel veel plezier met onze kinderen en vinden de basisvergoeding prima. Eigenlijk is de hele overdracht als vanzelfsprekend verlopen. Voor Roos, onze oudste, heeft de overdracht voor ons onverwacht positief gewerkt. Zij zei pas nog dat ze het zo fijn vindt dat wij haar voogd zijn. Niemand kan haar weghalen. Ze zei: ‘Ik hoor echt bij jullie.’ Rietje neemt door haar beperking het leven zoals het komt en maakt zich verder geen zorgen.”

“Wij willen pleegoudervoogd worden.”

Mara: “Onze pleegdochter is twaalf en woont sinds haar babytijd bij ons. We hebben lang getwijfeld over het aanvragen van pleegoudervoogdij, omdat we dit voor onze andere pleegkinderen ook niet hebben geregeld. Zij hadden behoorlijke problemen, die mede voortkwamen uit loyaliteit naar hun eigen ouders. Het leek ons best moeilijk om dan de strijd aan te moeten gaan in de puberteit, zonder een onpartijdige voogd. Ik heb ook het idee dat een jaar of zes geleden deze mogelijkheid nog weinig voorkwam. Wij hadden een goede voogd, die ons behandelde als volwaardige samenwerkingspartner. Veel voordelen aan het veranderen van de voogdij waren er toen niet. Nu, vijf jaar en zes voogden verder, denken we daar anders over en is het gevoel van samenwerken helemaal verdwenen. De vraag van de pleegzorgvoorziening waarom wij geen pleegoudervoogd willen zijn, zette ons aan het denken. We hebben het gevoel dat onze pleegdochter bij ons hoort en willen graag meer verantwoordelijkheid voor haar nemen. Onze ervaring nu is dat ons gezag wordt ondermijnd wanneer er een derde, gezaghebbende en onvoorspelbare partij is, die vanuit eigen belangen handelt. Bijvoorbeeld omdat de voogd niet altijd nee wil zeggen tegen onze pleegdochter of haar eerst wil leren kennen. In de puberteit willen wij graag met onze pleegdochter zaken blijven doen en met haar de compromissen sluiten.

Onze pleegdochter heeft ook meegedacht in dit proces. Aanvankelijk vond ze het erg moeilijk om een keuze te maken. Ze vond het eigenlijk best prettig een ‘ander’ te kunnen raadplegen als wij iets besloten tegen haar zin in: ‘Wat als ik nu wel een afspraak met papa wil maken en jullie zeggen nee?’ Deze ‘uitlevering aan ons gezag’ telde ineens niet meer zo zwaar mee toen de voogd een afspraak met haar wilde maken om elkaar wat beter te leren kennen. Na een ingrijpende gebeurtenis en een aantal willekeurige beslissingen door een nieuwe voogd besloten wij er actief werk van te gaan maken om pleegoudervoogd te worden. Dit verzoek is zes weken geleden ingediend bij de voogd.”


Tags: , ,