Rechten van netwerkpleegouders

Netwerkpleegzorg is opvang in de omgeving van het gezin: het ‘netwerk’. Het kind wordt geplaatst in een gezin waarmee het eigen gezin van het kind een familie- of andere sociale relatie onderhoudt (of onderhield). Het pleeggezin kiest ervoor om alleen voor dit specifieke kind als pleeggezin te fungeren en de functie als pleeggezin houdt meestal weer op als dit kind het pleeggezin verlaat. Bij bestandpleegzorg kiest het gezin ervoor om als pleeggezin te fungeren, zonder dat het een be­paald kind op het oog heeft.

De wetgever maakt nauwelijks onderscheid tussen bestandpleegouders en netwerkpleegouders. De wet stelt aan beide type pleegouders dezelfde eisen: de minimumleeftijd van eenentwintig jaar voor tenminste een van de pleegouders, onderzoek naar de geschiktheid van de pleegouder(s), de verklaring van geen bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming, enzovoort.

Voor netwerkpleegouders gelden enkele uitzonderingen: het pleegkind mag maximaal dertien weken in het netwerkpleeggezin verblijven zonder dat reeds het (geschiktheids) onderzoek is afgerond en zonder de op dat moment beschikbare verklaring van de Raad. Voorwaarde is echter dat de betrokken pleegzorginstelling heeft vastgesteld dat het verblijf bij de pleegouder niet schadelijk is voor de ontwikkeling van het pleegkind. Uiteraard moet het gezin na deze periode van dertien weken wel beschikken over een positief onderzoek en de verklaring van geen bezwaar van de Raad.

Deze uitzondering is bedoeld om een reeds ingezette plaatsing binnen het netwerk om te (kunnen) zetten in pleegzorg: de opvoeders worden officieel pleegouders en het kind wordt hiermee officieel pleegkind, met de bijbehorende begeleiding en vergoeding. (1)

Omdat netwerkpleegouders vaak voorafgaand aan de officiële plaatsing al voor het kind hebben gezorgd en/of omdat er sprake is van een bloedband (denk bijvoorbeeld aan grootouders, ooms en tantes, oudere broers en zussen) is er sprake van familylife. Het bestaan van familylife betekent dat er meestal recht is op omgang, dat men zich tot de rechter kan wenden en dat er niet zonder meer inbreuk gemaakt mag worden op dit gezinsleven (lees: tot een overplaatsing mag worden overgegaan). Dit is een belangrijk verschil tussen bestandspleegouders en netwerkpleegouders.

Zo bestaat de mogelijkheid dat bijvoorbeeld een tante met een beroep op familylife bij de rechter probeert af te dwingen dat haar nichtje bij haar wordt geplaatst om te voorkomen dat zij in een bestandsgezin wordt geplaatst. Voor bestandpleegouders geldt dat familylife pas wordt opgebouwd vanaf het moment van de plaatsing.                                   <

Mariska Kramer is advocaat bij het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering.

(1) Deze vergoedingsmogelijkheid geldt overigens niet voor de opvoeder-voogd die op het moment van het verkrijgen van de voogdij niet reeds op basis van het pleegcontract het kind verzorgde (dus niet reeds op dat moment officieel pleegouder was).


Tags: ,