Politiek flirt met pleegzorg

Auteurs: Jolanda Stellingwerff en Nynke Stoker  

Komt het door de reclamecampagne van Pleegzorg Nederland? Komt het door de enorme media-aandacht rondom ernstige jeugdzorgzaken? Komt het door het politieke klimaat zelf waarin het tegenwoordig lijkt te gaan om het zo hard mogelijk ‘schande’ schreeuwen als er iets mis gaat in het land? In elk geval heeft de politiek de pleegzorg omarmd en niet alleen de partijen die een warm voorstander zijn van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Mobiel ging op zoek naar het verhaal achter de flirtende politici.

Peter Stam is directeur van jeugdzorgaanbieder Yorneo in Drenthe. Met 350 pleeggezinplaatsingen wonen in Drenthe bijna drie keer zo veel kinderen in een pleeggezin als in een residentiële instelling (90 in 2007). Het politieke beleid en de daaraan gekoppelde financiën worden door de provincie vastgelegd. Stam: “Als directeur onderhoud ik intensief contact met de provinciale politiek. Er is maandelijks contact met de beleidsmedewerkers en incidenteel met de gedeputeerde. Bij zorgelijke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een dreigende wachtlijst, is er tussentijds contact.

Daarnaast zijn de contacten met gemeenten de afgelopen jaren aangetrokken. Ik vind dat je pleegzorg niet los kunt zien van het veld van jeugdzorg. Er is een samenhang met de ambulante interventies thuis en met de residentiële opnames. De afstemming tussen deze varianten is alleen op lokaal niveau goed te realiseren. Landelijk is de kennis van de lokale samenhang onvoldoende aanwezig om tot afstemming te kunnen komen. Incidenteel heb ik rechtstreekse contacten met de rijksoverheid. Dat is vooral rond specifieke thema’s als financiering van de jeugdzorg. Op dit moment ervaren wij ook meer politieke aandacht voor pleegzorg. Een en ander hangt samen met het tekort aan financiële middelen. Pleeg­zorg vormt zowel inhoudelijk als financieel het betere alternatief voor veel kinderen die niet langer thuis kunnen wonen.”

Lobby vergroot aandacht

In 2006 startte Pleegzorg Nederland een grote reclamecampagne (zie ook Mobiel 3, 2006). De jaarcijfers over 2006 en 2007 laten een duidelijk effect zien: pleegzorg groeit. Een neveneffect is dat ook politici reclame-uitingen tegenkomen en hun aandacht voor pleegzorg groeit dus ook. Of is er meer aan de hand? Maria de Vries is coördinator van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). Toevallig of niet, vanaf 2006 werken zij met jaarplannen die nadrukkelijk inzetten op stevigere contacten met de (landelijke) politiek.

De Vries: “Het klopt dat er meer aandacht is vanuit de politiek voor pleegzorg. Dat komt doordat we sinds 2007 een ministerie voor Jeugd en Gezin hebben met een minister die het gezinsleven erg belangrijk vindt. Ten tweede hebben vervelende zaken in de media aandacht gevraagd voor jeugd- en pleegzorg en verder is de NVP de laatste anderhalf jaar intensief aan het lobbyen in Den Haag. We bestoken de politiek met informatie, we vragen aandacht voor belangrijke kwesties en zoeken contact met politici zodat zij Kamervragen kunnen stellen. Een succesvol voorbeeld is onze actie rondom de nieuwe zorgverzekering.” In 2006 ging de nieuwe zorgverzekering in en bleken pleegkinderen opeens alleen een basisverzekering te krijgen. Pleegouders moesten veelal opdraaien voor de extra kosten. De NVP startte de actie ‘Zorgwekkend’ en na veel overleg met de politiek kwam er een oplossing.

Financiële argumenten

Ook Peter Stam merkt het effect van geruchtmakende zaken op de aandacht voor pleegzorg: “Het effect van een zaak als die van Savanna is met name merkbaar in de toenemende druk op uithuisplaatsingen. Het risicobewustzijn bij gezinsvoogden is vergroot, waardoor eerder aan uithuisplaatsing wordt gedacht. Daarbij is pleegzorg niet maar een ‘goedkoop alternatief’, maar is plaatsing binnen een netwerkgezin of een bestandspleeggezin de beste oplossing die het dichtst ligt bij het natuurlijke opgroeimilieu. Pleeg­ouders kiezen niet voor de pleegzorg om het jeugdzorgbudget te ontlasten, maar omdat ze iets voor kwetsbare kinderen willen betekenen. Daarbij horen goede faciliteiten. Dat zit niet primair in hoge vergoedingen, maar in een goede ondersteuning, het beschikbaar stellen van faciliteiten en vooral het ‘zien’ van het bijzondere werk dat pleegouders doen. Dat laatste komt tot uiting in de houding van de pleegzorgwerkers naar de pleegouders toe.”

De landelijke politiek ziet inmiddels ook in dat de rechtspositie van pleegouders helder moet zijn. Op dit moment wordt een belangrijke wetswijziging voorbereid waarin dat wordt geregeld. Worden de mensen en de instellingen uit de praktijk voldoende bij zulke voorstellen betrokken en gehoord? Peter Stam: “Ik heb de indruk dat dat beter kan. Het is een vraag die al langere tijd binnen de pleegzorg leeft. In Engeland bestaat de mogelijkheid dat pleegouders in het geval van zeer jonge kinderen over kunnen gaan tot adoptie. De discussie om pleegouders het voogdijschap te geven, lijkt mij een zeer logische.”

Proefballonnetjes

Landelijke politici lanceren regelmatig ideeën en laten zogenoemde proefballonnetjes op. Het maatschappelijk debat wordt vervolgens veelal door dit soort ideeën en gebeurtenissen gekleurd. Maria de Vries zucht: “Over het algemeen kosten proefballonnetjes veel tijd en energie. Er gaat veel aandacht zitten in de sensatie. Het is heel prettig als politici aandacht voor pleegzorg hebben, maar ze moeten wel goed nadenken over wat ze de lucht in sturen. Anders maak je van pleegzorg een hype en dat willen we natuurlijk niet.” Peter Stam ervaart vooral onrust: “De pleegzorg is te belangrijk en het werk van pleegouders te intensief en kwetsbaar om steeds opnieuw door ‘proefballonnetjes’ onder druk te worden gezet. Dat geeft onrust. Het antwoord ligt in het formuleren en communiceren van een duidelijke visie op pleegzorg door pleegouders en instellingen.
Pleegzorg verdient een integrale, consistente visie. Sommige ideeën sluiten goed aan op de praktijk. Sommige veel minder. Het financiële argument is een argument dat slecht aansluit op de praktijk. Het moet binnen de pleegzorg niet over de lagere kostprijs gaan, maar over de erkenning van de maatschappelijke inzet en de betrokkenheid van pleegouders.”

Op eieren lopen

Met de lobby van de NVP wil de vereniging op een positieve manier aandacht vragen voor kwesties die spelen in de pleegzorg. “Via de oppositie in de Tweede Kamer kun je veel naar voren brengen, maar vaak gaat dat gepaard met ongenoegen”, vertelt Maria de Vries. “De oppositie ageert toch vooral tegen het beleid van de regering. In onze lobby benaderen we daarom ook bewust de regeringspartijen zelf, omdat zij verandering tot stand kunnen brengen.
We zoeken de mensen op tijdens congressen, conferenties en andere bijeenkomsten en maken afspraken met hen om uit te leggen waar we aandacht voor willen. Inmiddels weten ze ons ook te vinden. Zo betrok het CDA ons bij gesprekken die tot hun nota ‘Gezin boven tehuis’ leidde en nodigde de SP ons uit voor een bijeenkomst over de bureaucratie in de jeugdzorg. We mochten commentaar leveren en advies geven. We stellen ons samenwerkingsgericht op. Als we dingen gaan afkraken, werkt het niet.
Op het ministerie merken we een sterke tweedeling tussen ambtenaren en minister. De ambtenaren werken er soms al jaren en krijgen elke vier jaar een nieuwe minster met nieuwe ideeën. Wij willen heel nadrukkelijk niet stoken, maar een goed resultaat zien. Het is voor ons daarom soms op eieren lopen om de vinger op de juiste manier op de zere plek te leggen.”

Positie kinderen

Er wordt gelobbyd, er wordt gepraat door diverse partijen en ook de politiek zelf zoekt de pleegzorg steeds meer op. Sinds de wet op de Jeugdzorg (2005), kunnen ook cliënten uit de jeugdzorg meepraten: de pleegkinderen en hun ouders. Er is een landelijke organisatie, het Landelijk Cliënten Forum Jeugdzorg, die probeert om de krachten van de cliënten uit de jeugdzorg te bundelen om zo ook via de politiek de kwaliteit van de jeugdzorg te verbeteren. Hoe houden instellingen de positie van het kind helder?

Peter Stam: “De pleegouderraad en de zorgaanbieder hebben hier een belangrijke rol in. In de eerste plaats de pleegouders, maar ook de zorgaanbieders hebben de morele en maatschappelijke verplichting te vertrekken vanuit het belang van het kind. Pleegouders doen dat van nature. De zorg­aanbieder is degene die de pleegouder dient te beschermen tegen al die partijen die rond de pleegzorg hun eigen belangen verdedigen. De pleegzorgwerkers hebben hierin een bemiddelende rol. Pleegouders zijn maatschappelijk betrokken ouders die er voor kiezen om voor kwetsbare kinderen een verschil te maken. De zorgaanbieder dient hen hierin te ondersteunen. Pleegouders en zorgaanbieder samen vormen een voldoende sterk front om de positie van het kind overeind te houden.”

Proefballonnetje: pleegouders werven onder christenen

Minister Rouvoet van Jeugd & Gezin wil ook nog wel eens een proefballonnetje oplaten. Dit voorjaar stelde hij de instellingen voor om meer onder christenen te werven omdat onder die doelgroep veel thuisblijfmoeders zijn. Een opmerking die natuurlijk in een breder kader werd gezegd, maar waar alle media direct bovenop sprongen. De NVP kreeg telefoontjes van De Telegraaf hierover en woordvoeder René de Bot van Pleegzorg Nederland haastte zich om de media uit te leggen dat de instellingen al jaren contacten hebben met kerken over pleegzorg. De Voorziening voor Pleegzorg in Drenthe was in eerste instantie een beetje gepikeerd: “Alsof we dat niet al jaren doen. Waar bemoeit hij zich mee?”, vertelt Henk Folkerts van de afdeling Werving en Selectie. “Daarnaast vind ik het een diskwalificatie van de niet-christelijke pleeggezinnen. Dat zijn namelijk ook prima pleegouders. Het bestand wordt veel te klein als we het moeten hebben van de gezinnen waarvan één ouder fulltime thuis is. Toch heeft Rouvoet er met zijn opmerking wel voor gezorgd dat we de lijnen met kerken weer even hebben aangetrokken.” Collega Guido Rikkers voegt daar nog aan toe: “Of iemand pleegouder wil worden heeft niet zozeer met de kerk te maken. Het heeft te maken met normen en waarden en vooral of iemand zich maatschappelijk betrokken voelt om iets te betekenen voor een ander.”


Tags: ,