Mijn tante was mijn moeder

Hier zitten we dan samen, mijn zus en ik, op de kamer in het bejaardenhuis van onze tante en pleegmoeder. Vorige week is zij heel rustig overleden. Herinneringen komen boven. We beseffen dat het bijzonder is dat we hier samen zijn, want de geschiedenis herhaalt zich. De twee kinderen van mijn zus wonen sinds zes jaar bij mij en mijn man. We blijven zussen, we regelen dit samen.

We vormden een heel normaal gezin: vader, moeder, mijn vier jaar jongere zusje en ik. Alle omstandigheden waren gunstig. Geen geldzorgen, mooi huisje, gezonde kinderen, leuke hobby’s. Toch ging het niet goed. Mijn moeder kon niet voor ons zorgen en vertrok van de ene op de andere dag toen ik zes jaar was. Mijn vader was daarna niet meer die sterke man waar ik zo tegenop keek. Hij veranderde in de loop der jaren in een verbitterde, klagende, norse man. Soms had hij periodes dat het hem zo zwaar viel dat hij zijn toevlucht zocht in de drank.

Onze familie

Vanaf de eerste dag heeft de familie van mijn vader zich over ons ontfermd. Eerst oma en later tantes. Een paar jaar hebben mijn zus en ik afzonderlijk bij twee tantes gewoond. Het ging goed met ons in die gezinnen. Toen mijn vader een nieuwe relatie kreeg en wij weer bij hem moesten wonen, hadden wij dat allebei liever niet gedaan. In het nieuwe gezin van mijn vader vond ik het niet leuk. Die nieuwe vrouw had twee zonen en zij was een echte jongensmoeder. Ze kwam uit een grote stad en zat nu in een gehucht. Mijn vader was geen prater en na enkele jaren vertrok zij met haar jongens en hebben we nooit meer wat van hen gehoord. Mijn zusje en ik zaten op de lagere school en mijn vader kon naast zijn werk niet voor ons zorgen. In de gezinnen van beide tantes waren we weer welkom, maar de kinderbescherming vond dat wij als zusjes niet weer gescheiden mochten worden. Mijn vader maakte de keus voor de tante bij wie ik al eerder had gewoond. Ik was verschrikkelijk blij en mijn zusje verschrikkelijk verdrietig en teleurgesteld.

Zeker en onzeker

We zijn bij deze oom en tante gebleven. Twee ‘beschadigde’ kinderen. Ik kreeg in dit gezin weer een veilig, vertrouwd en warm gevoel. Ik ontwikkelde me van een angstig, verlegen meisje tot een zelfverzekerde en spontane vrouw. Ik ontmoette fijne mensen, het leren ging steeds beter, ik kwam op een goede werkplek terecht en leerde mijn man kennen. Mijn zusje veranderde van een vrolijk, spontaan kind in een onzekere vrouw. Zij fladderde als een vlinder van het een naar het ander, of het nu werk of relaties betrof. In onze jongvolwassen jaren hebben we onze eigen moeder opgezocht en gevonden. We hebben beiden weer contact met haar opgebouwd. Ik heb zo stukje voor stukje het verleden een plaats kunnen geven. We zijn zo verschillend en kijken net zo verschillend op onze jeugd terug. Toch hebben we een manier gevonden om leuk met elkaar om te gaan. We respecteerden elkaar en we leefden ieder ons eigen leven.

Kinderen

Dat veranderde toen mijn zus kinderen kreeg. Al vanaf de zwangerschap was ik heel erg betrokken bij de kinderen. Vanaf het allereerste begin ging het niet goed in haar gezin. Op allerlei manieren probeerden mijn man en ik te helpen. Toch konden we niet voorkomen dat de kinderen het huis uit moesten. We twijfelden geen moment: deze kinderen blijven bij hun familie. Iedereen was het er mee eens en de kinderen zijn bij ons gekomen. Een meisje van vier en een jongetje van bijna twee jaar. Ons leven zag er ineens heel anders uit. In één dag veranderde onze hele familie. Eerst merkte ik het niet zo, want ik was voornamelijk praktisch bezig. Er moest zoveel geregeld worden. In plaats van leuke dingen met mijn zus te doen, moest ik nu onderhandelen met haar. We moesten afspraken met elkaar maken, want we hadden gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor twee afhankelijke kinderen. Het belang van de kinderen werd door ons verschillend vertaald. Eerst was het vrijwillige hulpverlening. We hadden goede afspraken en dachten dat we het zonder verdere hulp wel zouden redden. Het lukte niet. Bij mijn zus was het zwart of wit, goed of fout. Er werd een ondertoezichtstelling uitgesproken. Dat bracht bij ons rust. Het gevoel dat ik tegen mijn zus aan het vechten was, zakte. Wij konden ons richten op de kinderen.

Onvoorwaardelijke liefde

Nu zes jaar later, gaat het goed met de kinderen. Zij hebben goed contact met hun ouders, ze gaan er graag naar toe en komen blij terug. Tussen mijn zus en mij is het koel, maar ook bijzonder. We zijn tenslotte familie. We wonen in hetzelfde dorp, we doen ons verhaal tegen onze moeder zonder dat zij partij trekt, zij komt bij ons allebei over de vloer. Bij bijzondere gebeurtenissen als verjaardagen, gymwedstrijden en schooluitvoeringen zijn we er allemaal. De kinderen weten hoe het tussen ons gaat, zonder dat zij zich er ongemakkelijk onder voelen. Natuurlijk zijn het pleegkinderen met pleegproblemen, maar hoe stroef het tussen mijn zus en mij ook kan gaan, we houden allebei ons verstand erbij en nemen onze verantwoordelijkheid. De kinderen zien dat we steeds weer met elkaar om de tafel gaan en dat we allemaal veel van hen houden. Deze kinderen hebben, net als ik destijds, een groot voorrecht. Hun levenslijn is niet abrupt geknakt, er zit een bochtje in. Zij zijn niet in vreemde gezinnen terecht gekomen, maar bij vertrouwde mensen. Welke vragen zij ook hebben over het verleden en hun familie: er is altijd iemand in de buurt die het antwoord weet. Ik weet hoe belangrijk het is om die onvoorwaardelijke liefde te voelen en niet heen en weer geslingerd te worden.

Het kamertje van onze tante en pleegmoeder is leeg. We nemen wat spulletjes mee als herinnering. De meest waardevolle herinnering zit in mijzelf. Deze vrouw heeft er voor gezorgd dat ik vertrouwen heb gekregen in mensen en in mijzelf. Zij geloofde in mij en was er voor mij. Ik hoop dat onze pleegkinderen dit ook bij ons mogen ervaren. Ik geloof erin dat het ook voor hen goed komt.


Tags: , ,