Bestaansonzekerheid voor kinderen is fnuikend

Auteur: Ellen Schulze  

“Kan mijn moeder straks weer voor mij zorgen, blijf ik bij mijn pleegouders wonen of moet ik naar een ander pleeggezin?” Als een kind te lang niet weet waar het groot gaat worden, dan kan dat schadelijk zijn voor zijn ontwikkeling. Ook voor ouders en pleegouders en hun relatie met het kind is het belangrijk om snel duidelijkheid over de toekomst te krijgen. In de huidige jeugdzorgpraktijk laat deze duidelijk­heid vaak te lang op zich wachten. Jeugdzorgaanbieder Spirit uit de regio Amsterdam vindt dit onwenselijk en ontwikkelde een nieuwe methodiek.

Spirit biedt met meer dan duizend pleeggezinnen jaarlijks hulp aan bijna 1600 kinderen in Amsterdam en omstreken. In de afgelopen twee jaar is met ondersteuning van Joep Choy van NISTO (1) een nieuwe pleegzorgmethodiek ontwikkeld. In deze methodiek gaat het vooral over de fulltime hulpverleningsvariant (of kortdurende pleegzorg) en daarmee over de vraag naar eventuele terugkeer van een kind naar de eigen ouders. Spirit vond het nodig om op een meer systematische en procesmatige manier een afweging te maken over de toekomstige verblijfplaats van kinderen en daarbij uit te gaan van het belang van het kind. Daarnaast was het nodig om de hulpverlening aan ouders binnen de hulpverleningsvariant beter in te vullen.

Feedbacktrainingen

De honderd medewerkers binnen de pleegzorg dachten in alle fasen van de totstandkoming mee over de nieuwe methodiek. Tijdens feedbacktrainingen konden hulpverleners enerzijds commentaar geven op de eerste teksten en werden tegelijkertijd onderdelen van de methodiek getraind. Door de hulpverleners bij het ontwikkelen te betrekken, zijn de teksten beter geworden, sluit de methodiek beter aan op hun behoeften én hebben de hulpverleners al een binding gekregen met de methodiek. Omdat het merendeel van de pleegzorgplaatsingen in opdracht van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam wordt uitgevoerd, hebben ook de medewerkers van Bureau Jeugdzorg een rol gespeeld in de ontwikkeling.

In de visie van Spirit op pleegzorg neemt het creëren van bestaanszekerheid voor kinderen een vooraanstaande plaats in. Als het toekomstperspectief niet helder is, is het risico aanwezig dat de ontwikkeling van het kind stagneert. Een helder antwoord op de perspectiefvraag markeert voor ouders het beginpunt van een roldifferentiatieproces. Binnen een periode van drie maanden tot een half jaar (2) moet duidelijkheid verkregen worden over het toekomstperspectief. Het is mogelijk deze periode tot maximaal één jaar te verlengen. Aan het eind van deze periode geeft Spirit een advies over de toekomstige opvoedingssituatie van het kind. Uitgangspunt van Spirit is dat de ontwikkeling en veiligheid van het kind altijd de doorslag geeft in het advies. Het is de verantwoordelijkheid van Bureau Jeugd­zorg om op basis van het advies een besluit te nemen. Het perspectief wordt in principe niet zo maar herzien. Dit kan alleen aan de orde zijn als de omstandigheden in de thuissituatie substantieel, aantoonbaar en duurzaam wijzigen en het in het belang van het kind is om opnieuw van verblijfsplek te wisselen.

Het geven van advies over het toekomstperspectief van een kind mag niet licht opgevat worden. Het gaat om levensvragen met verstrekkende gevolgen. Het is daarom van belang dat Spirit helder en inzichtelijk maakt op basis van welke criteria en afwegingen Spirit tot dit advies komt. Naast een duidelijke fasering van de hulpverleningsvariant, kent de methodiek daarom een instrument, de beoordelings­boog, met daarin alle relevante factoren bij de overweging tot thuisplaatsing. Aan deze factoren kunnen één of meerdere scores gegeven worden op een vijfpuntsschaal, variërend van gunstig (score = 1) tot ongunstig of slecht (score = 5). De beoordelingsboog is niet alleen een taxatie-instrument dat alle voors en tegens afweegt, maar ook een communicatie-instrument. Zo gaat de hulpverlener bijvoorbeeld met pleeg­ouders in gesprek over wat zij op basis van hun ervaringen het beste voor het kind vinden. In dit gesprek kunnen factoren aan de orde komen als: de vraag en verwachting van ouders en kind, het resultaat van de pleegzorgbegeleiding en de risicofactoren bij ouders die van directe invloed zijn op de veiligheid van het kind. Als pleegouders het belang van het kind anders inschatten dan de hulpverlener, onderzoekt de hulpverlener de betekenis van dat verschil. Met directe collega’s en Bureau Jeugdzorg (of een andere plaatsende instelling) heeft de hulpverlener evenzeer overleg over de factoren van de beoordelingsboog. Dit overleg spitst zich toe op overeenkomsten en verschillen in scores met als doel het scherp krijgen van de argumenten voor het advies van Spirit.

Aan het gebruik van de beoordelingsboog kan geen zekerheid ontleend worden. Het is en blijft moeilijk om een advies te geven over thuisplaatsing vanuit de situatie van een uithuisplaatsing. Door inzet van de beoordelingsboog en bespreking hiervan binnen het team, in de werkbegeleiding en in overleg met Bureau Jeugdzorg kan wel de kwaliteit van de twijfel verhoogd worden.

Inzichtelijk voor het kind

De methodiek draagt bij aan de verdere professionalisering van de pleegzorg en aan een betere en betekenisvollere samenwerking tussen hulpverlenende instanties. De methodiek is een bevestiging voor hulpverleners hoe complex en belangrijk de pleegzorg als werksoort eigenlijk is. Voor jeugdige, ouders en pleegouders heeft de methodiek als meerwaarde dat er tijdig duidelijkheid komt over het toekomstperspectief van het kind. Zij kunnen ervan op aan dat aan dit advies een zorgvuldig en gedegen onderzoekstraject ten grondslag heeft gelegen. Door het duidelijk navolgbare stappenplan is zelfs jaren later aan pleegkinderen uit te leggen waarom bepaalde besluiten zijn genomen. Voor kinderen is het tevens van groot belang dat zij terug kunnen zien dat hun ouders betrokken zijn geweest bij het traject van uitzoeken van hun toekomst en dat dit traject respectvol verlopen is.

Orthopedagoog Ellen Schulze is beleidsmedewerker pleegzorg bij de afdeling Inhoud van Spirit. Het is de bedoeling om de pleegzorgmethodiek, die nu nog uitsluitend voor intern gebruik is, om te vormen tot een breder toegankelijk boek.

(1) NISTO is een adviesbureau met veel systeemtheoretische expertise. De systeemtheorie vormt de kapstok van de pleegzorgmethodiek vanwege alle betrokken partijen (systemen) binnen de pleegzorg met hun eigen wensen, ideeën en belangen.
(2) Indien er eerder hulpverlening in het gezin is geweest en er al veel uitgezocht is, kan duidelijkheid ook binnen een kortere termijn verkregen worden.


Tags: ,