agenda – berichten – internet

Jaarcijfers 2007 pleegzorg

Het aantal kinderen dat in 2007 voor korte of langere tijd bij pleegouders heeft gewoond, is toegenomen tot 20.591, blijkt uit de jaarcijfers van Pleegzorg Nederland. Deze groei werd mogelijk door een toename van het aantal nieuwe pleegouders. De groei van de pleegzorg blijft echter achter bij de toegenomen vraag. De pleegzorgcapaciteit is afgelopen jaar met 176 plaatsen uitgebreid en de verblijfsduur van kinderen bij pleegouders is toegenomen. Hierdoor is de wachtlijst gegroeid tot 963 kinderen die op 31 december 2007 langer dan negen weken wachtten op een plaatsing bij pleegouders. Het overgrote deel van deze kinderen krijgt wel overbruggingshulp of vervangende zorg.

De pleegzorginstellingen schreven het afgelopen jaar 3.140 nieuwe pleegouders in. Een groot deel van de nieuwe pleeggezinnen kon direct worden ingezet voor de opvang van pleegkinderen. Aan het eind van het jaar stonden 750 pleeggezinnen in de wacht. Dit had te maken met de matching. Een kwart van de plaatsingen betreft crisisopvang. Bij de crisisopvang is ruim de helft van de kinderen onder de 5 jaar. Het blijkt steeds moeilijker om jonge kinderen vanuit de crisisopvang door te plaatsen naar een pleeggezin voor langer verblijf.
Bron: Persbericht

De familie aan zet

Van 2005 tot 2007 werden de lange­termijneffecten van Eigen Kracht-conferenties in de jeugdbescherming onderzocht. Begin juni verscheen het rapport: ‘De familie aan zet’. Er zijn zware zaken onderzocht waarbij bijvoorbeeld uithuisplaatsing van kinderen dreigt. Een belangrijke conclusie is dat de situatie in een gezin binnen drie maanden veiliger wordt na inzet van een Eigen Kracht-conferentie en vervolgens stabiel blijft. In de groep met een plan van een gezinsvoogd wordt dat moment van veiligheid pas na negen maanden bereikt.

Ook opvallend is dat bij zaken met een Eigen Kracht-conferentie kinderen na negen maanden meer bij familie en netwerk verblijven, terwijl bij de andere zaken een verschuiving plaatsvindt naar verblijfplaatsen buiten de familie. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Vrije Universiteit van Amsterdam, PI Research en WESP en is in te zien op www.eigen-kracht.nl.
Bron: Persbericht

Professionals onvoldoende toegerust om kindermishandeling aan te pakken

Leerkrachten, medici, jeugdhulpverleners, kleuterleidsters en andere beroepskrachten die werken met kinderen, vinden dat in hun opleiding onvoldoende aandacht is besteed aan kindermishandeling. Liefst 83 procent van hen had het afgelopen jaar een of meer keer te maken had met een vermoeden van mishandeling. Hoe ze dan moeten handelen, leren ze vooral van collega’s. Anders dan de verantwoordelijke bewindslieden, zijn de meeste beroepskrachten voorstander van verplichte scholing en invoering van een meldcode. Dat blijkt uit een enquête van het nieuwe tijdschrift Kindermishandeling onder beroepskrachten.
Bron: Persbericht

Verbetermeter jeugdzorg

Stichting Flexus en WESP ontwikkelen een instrument om kinderen en ouders die hulp krijgen, mee te laten denken over het beleid. Het gaat om de zogenaamde verbetermeter. Flexus wil niet alleen dat kinderen en ouders tevreden zijn over de hulp, maar ook dat zij meedenken over wat er anders en beter kan in de organisatie. Het bijzondere aan de methode is dat kinderen en ouders zelf de onderwerpen kiezen die volgens hen verbeterd kunnen worden en dat zij tevens aangeven hoe die verbeteringen eruit moeten zien. WESP ontwikkelde het instrument al eerder voor het onderwijs. Samen met Flexus maken zij het nu geschikt voor de jeugdzorg.
In eerste instantie wordt het instrument alleen toegepast voor residentiële afdelingen. Later wordt het ook voor ambulante hulp en pleegzorg ingezet. Op termijn zal de verbetermeter ook voor andere instellingen beschikbaar zijn.
Bron: Persbericht


Tags: ,