Oplossingen voor een droge nachtrust

Een simpel probleem met soms vergaande gevolgen. Bedplassen zorgt bij kinderen die geacht worden zindelijk te zijn vaak voor schaamte, onzekerheid en het gevoel ‘vies’ te zijn. Voor pleegouders die zelf geen kinderen hebben en die te maken krijgen met een pleegkind dat nog steeds bedplast, is het lastig zoeken naar een oplossing. Ook de pleegzorgbegeleider heeft niet altijd een oplossing paraat.

Door de eeuwen heen is de tolerantie voor en de houding ten opzichte van feces en urine steeds veranderd. De zorg die ouders en opvoeders hebben voor het zindelijk worden, is echter van alle tijden en van alle culturen. Wanneer opvoeders problemen ervaren, zoals bij bedplassen, voelen zij dit als falen in hun opvoedingsvaardigheden en vaak roept men professionele hulp in. De hulp die bij bedplassen gegeven wordt, hangt af van een aantal maatstaven:

Leeftijd

-Voor verschillende leeftijden is er een ander hulpadvies.

Duur van de klachten en eerdere vormen van hulp

-Wanneer hulp niet aanslaat, kan het voorkomen dat het pedagogische klimaat zo verslechtert dat individuele en/of gezinsbehandeling noodzakelijk wordt.

Gecombineerd voorkomen van bedplassen en broekpoepen

-Ernstige obstipatie (verstopping) heeft tot gevolg dat de blaascontrole afneemt.

Mate en ernst van het samengaan met andere problematiek

-Bijvoorbeeld een gedragsstoornis of een persoonlijkheidsstoornis.

Het is belangrijk dat lichamelijke oorzaken worden uitgesloten en dat de opvoeders en de hulpverleners het eens zijn over welke behandeling er wordt gegeven. Als dat niet zo is, kan dat gevolgen hebben voor het trouw volgen van de therapie, met het gevaar dat de resultaten tegenvallen.

Gangbare methoden

Kalendermethode of aanmoedigings­methode

Op een kalender wordt met bijvoorbeeld een sticker aangegeven of de nacht droog was. Deze methode, al of niet in combinatie met gespreid opnemen (wektraining) is, naast de blaastraining, een eenvoudige manier van conditionering, die vooral bij jonge kinderen wordt toegepast. Het ’s nachts droog zijn of het langer ophouden van de plas overdag wordt positief bekrachtigd. Uit onderzoek blijkt een succespercentage van 35%.

De plaswekker

Dit is de oudste en meest beproefde methode om bedplassen te behandelen. Het kind draagt een soort luier of ligt op een matje met een onderbroken bedrading die geen stroom doorlaat. Wanneer een kleine hoeveelheid urine sluiting in het elektrisch circuit veroorzaakt, gaat er een bel of zoemer af. Het kind wordt wakker, voelt de blaasdruk en kan naar de wc om te plassen. Na verloop van tijd leidt de verhoogde blaasspanning steeds vaker tot een prikkel om wakker te worden voordat de wekker gaat.

Een andere verklaring is dat het afgaan van de wekker onplezierig is en dat daardoor het ongewenste gedrag steeds minder voor zal komen. In de literatuur wordt een succespercentage van 50% tot 90% genoemd.

De droogbedtraining

Dit programma is in eerste instantie ontworpen voor mensen met een verstandelijke beperking. Een groot aantal handelingen en oefeningen rondom het gebruik van de plaswekker, het wakker worden en het gebruik van het toilet worden samengevoegd tot een intensief behandelprogramma.

Blaastraining

Bij blaastraining leren kinderen die overdag veel plassen, om hun plas op te houden. Het idee is dat ze dit vervolgens ook ’s nachts beter zullen kunnen. Bij aandrang om te plassen, moet het kind tien tellen lang zijn plas ophouden. Bij veelvuldig oefenen gaat het ophouden steeds beter.

Leeftijdscategorieën

Als richtlijn bij de behandeling worden de volgende leeftijdscategorieën met bijbehorend hulpadvies onderscheiden:

• Tot 5 jaar

‑Uitleg, geruststelling, positief stimuleren, eventueel ’s nachts wakker maken.

• 6 tot 7 jaar

‑Kind ’s nachts wakker maken op een vast tijdstip met gebruik van ‘wachtwoord’, in combinatie met de kalendermethode: wanneer een kind vrijwel elke nacht nat blijft, kan na een maand gestopt worden. Bij vooruitgang langer doorgaan, eventueel blaastraining.

• 8 tot 12 jaar

‑Stap 1: Wakker maken met wachtwoord gedurende een maand (kalendermethode)

‑Stap 2: Plaswekker met kalendermethode, bij geen succes vier weken ondersteuning door medicijnen.

-Stap 3: Wektraining.

‑Stap 4: Ambulante droogbedtraining.

• Ouder dan 13

‑Stap 1 t/m 4 als bij 8 tot 12 jaar.

‑Stap 5: Klinische behandeling droogbedtraining.

Medicijnen en gedragstherapie

De behandeling met medicijnen is vooral effectief voor oudere kinderen, met name wanneer het sociaal functioneren door het bedplassen ernstig wordt belemmerd, zoals tijdens schoolkampen, vakanties en logeerpartijen. Hiervoor wordt het antidepressivum Imipramine hydrochloride vaak voorgeschreven. Het medicijn heeft effect op de diepte van de slaap en op de werking van de blaas. Bij stoppen met slikken kent dit medicijn wel een fors terugval percentage. Ook bij het medicijn Desmopressine is het aantal kinderen dat een terugval laat zien groot. De combinatie met een plaswekker geeft betere resultaten.

Een andere behandelmethode is de leertheoretische interventie, oftewel methodes die door het aanleren van nieuw gedrag een verandering beogen. De meeste programma’s bevatten de volgende elementen:

Regelmatig naar het toilet sturen en/of ondergoed laten controleren

Positief versterken van het ophouden van de urine.

Positief versterken van het periodiek ‘schoonzijn’.

Negeren of neutraal omgaan met bevuild beddengoed of met natte kleding.

Soms met afkeur reageren op het ‘vuilzijn’; de zogenaamde aversieve bekrachtiging.

Volgens Leo Ligthart (1) dient zich vaak rond de puberteit een permanente periode aan waarin het bedplassen steeds minder vaak voorkomt. De prognose na behandeling blijft altijd met vraagtekens omgeven, wel is helder dat na een succesvolle be­handeling er geen ander probleem voor in de plaats komt (symptoomsubstitutie) en dat zowel het psychisch als het sociaal functioneren duidelijk verbetert. Dat een prognose zo onduidelijk is, komt door een drietal onderzoeksaspecten:

Onderzoek naar resultaten is niet eenduidig, waardoor het lastig concluderen is.

Er wordt nauwelijks gekeken hoe trouw men de therapie volgt.

Er is onvoldoende verscheidenheid in de diverse leeftijdsgroepen.

Bij behandeling is het van belang dat het gezinssysteem betrokken is. Soms is er sprake van gezinsproblematiek en hebben opvoeders het gevoel dat zij in de aanpak van het probleem falen. Een systeemtherapeutische benadering kan dan ondersteunend zijn in de oplossing van het probleem van bedplassen. <

(1) Dr. drs. Leo Ligthart is geregistreerd klinisch psycholoog, forensisch psycholoog, orthopedagoog en psycho-analytisch psychotherapeut. Hij werkt onder meer in de (residentiële) jeugdbescherming/jeugdzorg en is beëdigd gerechtelijk deskundige.


Tags: ,