Kindermishandeling in pleeggezinnen

Auteur: Mirte Loeffen  

In de themanummers ‘Over de grens 1’ in Mobiel 5 en ‘Over de grens 2 ’ in Mobiel 6 2007 vertelden pleegouders openhartig over hoe moeilijk het is om niet uit je slof te schieten bij irritant en naar gedrag van pleegkinderen. In de inleiding bij het thema werd een pleeggezin genoemd als risicofactor voor kindermishandeling. Een zin die sommige lezers de wenkbrauwen deed fronsen. Ook in de media kwam het onderwerp de afgelopen tijd ter sprake en wees hoogleraar Jo Hermanns op het belang van goede screening van pleegouders. In dit artikel lichten we de feiten rondom kindermishandeling nader toe.

Tot 2007 schatten we in Nederland het aantal mishandelde kinderen altijd tussen de 50.000 en de 80.000. In 2007 is door de Universiteit Leiden voor het eerst onderzocht om hoeveel gevallen het werkelijk gaat. Daarbij zijn de meldingen in 2005 van de zeventien Algemene Meldpunten Kinder­mishandeling onderzocht en is aan 1.100 professionals die met jeugdigen werken, gevraagd om het aantal jeugdigen dat mishandeld werd in 2005 te registreren. De uitkomst van de studie wees op een schatting van 107.200 gevallen. Nederland was geschokt: dit betekent dertig gevallen van kindermishandeling op iedere 1.000 kinderen. Veruit de meerderheid van de gevallen betreft vormen van verwaarlozing, te weten fysieke en emotionele verwaarlozing en verwaarlozing van het onderwijs.

De schatting van het aantal slachtoffers van seksuele mishandeling is ruim 4.700 gevallen; seksuele mishandeling is daarmee kwantitatief gezien de minst omvangrijke vorm van kindermishandeling. Fysieke mishandeling komt in ruim 19.000 gevallen voor. Bijna een kwart van de slachtoffers van kindermishandeling ondergaat seksuele en/of fysieke mishandeling.

Dertig gevallen van kindermishandeling per 1.000 kinderen is hoog vergeleken met soortgelijke studies in het buitenland. Zo is het voorkomen van kindermishandeling in de Verenigde Staten met een soortgelijke methode geschat op 23 gevallen per 1.000 kinderen.

Meisjes kwetsbaarder

Heel jammer is dat in dit grootschalige Nederlandse onderzoek in Leiden niet preciezer is gekeken naar kindermishandeling in pleeggezinnen. Residentieel geplaatste kinderen, zwervende kinderen en pleegkinderen zijn op één hoop gegooid. Onderzoek naar kindermishandeling in pleeggezinnen is wel in de V.S. gedaan. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat meldingen van fysieke mishandeling zeven keer zo vaak betrekking hebben op pleeggezinnen dan op andere gezinnen. Seksueel misbruik komt vier keer zo vaak voor en verwaarlozing twee keer zo vaak. Enige vertekening van de feiten kan ontstaan doordat mishandeling eerder gesignaleerd en gemeld wordt ten aanzien van pleegzorgplaatsingen: er zijn in de pleegzorg immers meer contacten met instanties dan bij de opvoeding van kinderen die bij hun ouders wonen. Bovendien is het de vraag in hoeverre de Nederlandse situatie vergelijkbaar is met de Amerikaanse.

Kinderen die mishandeld worden in pleeggezinnen hebben meestal emotionele of gedragsproblemen. Uit onderzoek onder 307 pleegkinderen blijkt dat het bij 48.7% van de pleegkinderen die mishandeld zijn, om seksueel misbruik gaat. De mishandelde kinderen wonen op significant meer plaatsen (gemiddeld 6.8) dan de kinderen die niet mishandeld zijn (gemiddeld 3.1). Pleegkinderen die seksueel misbruikt zijn, wonen vaker bij bestandspleegouders dan bij netwerkpleegouders. Er is geen verschil tussen de problematiek van de ouders van de kinderen die later in het pleeggezin mishandeld zijn en de kinderen die niet mishandeld zijn. Als het pleegkind een meisje is, is het risico van mishandeling zeven keer zo groot als wanneer het om een jongen gaat. Als het kind niet geplaatst is bij familie, is de kans op mishandeling 4.4 keer zo groot als wanneer het kind bij een familielid woont. Een kind met psychische problemen heeft 3.4 keer zoveel kans om mishandeld te worden dan een pleegkind dat geen psychische problemen heeft. De onderzoekers bevelen training van pleegouders aan en regelmatig terugkerende evaluaties naar het mentale welbevinden van kinderen. Meisjes met ontwikkelingsstoornissen moeten niet geplaatst worden met jongens die geen familie zijn en een verleden hebben waarin seksueel misbruik een rol speelde.

Voorlichting

Uit ander Amerikaans onderzoek blijkt dat ook kinderen in de voorschoolse periode veel hebben aan programma’s waarin informatie wordt gegeven over welke handelingen onacceptabel zijn en hoe kinderen anderen over seksueel misbruik moeten vertellen. Ook wordt aan kinderen ge­leerd dat het nooit hun schuld is als volwassenen seksueel getinte handelingen verrichten. Ander onderzoek wijst op het belang van het betrekken van ouders bij dergelijke programma’s. Sommige programma’s hebben weinig effect omdat ze te kort zijn en niet goed geïntegreerd zijn in het schoolcurriculum. Van belang is om ook in Nederland dergelijke cijfers boven water te krijgen. Kinderen met een belast verleden hebben een grotere kans op mishandeling en dat zijn nu net de kinderen die in pleeggezinnen wonen. Als we als pleegouders beter weten wat de risicofactoren zijn, dan kan ook gericht gewerkt worden aan voorlichting van pleegouders, want een gewaarschuwd mens telt voor twee! <

Bronnen:

• IJzendoorn, M. v., Prinzie, P. Euser, E., Groeneveld, M., Brilleslijper-Kater, S., Van Noort-van der Linden, A. Bakermans-Kranenburg, M. Juffer, F. Mesman, J., Klein Velderman, M., & San Martin Beuk, M. (2007). Kindermishandeling in Nederland anno 2005: De nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen. Den Haag: WODC, Ministerie van Justitie.

• Baartman, H. en Zandberg, T. (1997). Pleegzorg. Groningen: Wolters-Noordhof.

• Benedict e.a. (1996). The reported health and functioning of children matreated while in family foster care. Child abuse & neglect, vol. 20, no. 7, 651-571.

• Cantos, A.L., Gries, L.T., Slis, V. (1996). Correlates of therapy referral in foster children. Child Abuse & Neglect. vol. 20, no. 10, 921-931.

• Wurtele, S. K. en Owens, J.S. (1997). Teaching safety skills to young children: an investigation of age and gender across five studies. Child Abuse & Neglect, vol. 21, no. 8, 805-814.


Tags: ,