Financiële positie pleegoudervoogd

De (eenhoofdige) pleegoudervoogd is niet onderhoudsplichtig ten opzichte van het pleegkind. Er is echter wel verschil in financiering van een pleegkind dat onder voogdij van Bureau Jeugdzorg staat en een pleegkind dat onder voogdij staat van een pleegouder.

Geen principiële uitspraak Hoge Raad

Bij een pleegkind dat onder voogdij staat kunnen (of kan een gedeelte van) de bijzondere kosten zoals bijzondere medische kosten, leermiddelen en dergelijke worden gedeclareerd bij Bureau Jeugdzorg. Als er sprake is van pleegoudervoogdij worden de kosten niet meer voldaan omdat Bureau Jeugdzorg geen bemoeienis meer heeft met het pleegkind (de voogdij ligt immers bij de pleegouder). Wel kan de pleegoudervoogd van de pleegzorginstelling de maandelijkse pleegvergoeding ontvangen als er sprake is van een pleegcontract.

Vanaf het moment dat de pleeg­ouder de voogdij op zich neemt, kunnen de bijzondere kosten niet meer gedeclareerd worden. Over dit verschil heeft een pleegouderechtpaar geprocedeerd. De Hoge Raad heeft hierover op 30 november 2007 uitspraak gedaan (LJN BA8447).

Met deze uitspraak staat vast dat de pleegoudervoogd niet onderhoudsplichtig is en dat de staat eindverantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat de pleegoudervoogd zijn opvoedingsstaak goed kan vervullen. Als blijkt dat de staat niet voor passende regelingen zorgt, dan is er sprake van een onrechtmatige daad ten opzichte van de pleegoudervoogd en is de staat dus schadeplichtig.

De Hoge Raad deinst er echter voor terug om iets principieels te zeggen, want met de uitspraak blijft onduidelijk welke gevolgen deze uitspraak heeft voor de financiële toekomst van het pleegouderechtpaar en van andere pleegoudervoogden. Het bedrag dat de pleegouders uitbetaald hebben gekregen van de staat is namelijk een voorschot dat de staat moet betalen aan deze pleegouders. Tot wie de pleegoudervoogden zich, buiten de rechtszaal om, moeten wenden om hun bijzondere kosten vergoed te krijgen, is niet duidelijk.

Zolang dit onduidelijk is, zullen pleegoudervoogden zich tot de rechter moeten wenden. Het is nu aan de politiek (de wetgever) om met een vergoedingensysteem te komen voor de pleegoudervoogden als het gaat om bijzondere kosten. Bijvoorbeeld door betaling van deze kosten via de pleegzorginstelling. Dan moet een dergelijk systeem echter wel (eerst) in regelgeving worden vastgelegd. Werk aan de winkel dus voor de wetgever. Wanneer deze de handschoen niet oppakt: wellicht tijd voor een lobby vanuit de pleegzorg?!                  <

Mariska Kramer is advocaat bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering en advocaat bij Dorhout-advocaten te Soest.


Tags: ,