Ouders en meeleefgezinnen voeden samen op

Het zorgen voor een kind met een beperking kan heel zwaar zijn. Het komt voor dat het ten koste gaat van de ouders en de andere kinderen en dat zo het hele gezin er onder lijdt. Het kind plaatsen in een pleeggezin of instelling is vaak een te grote stap en niet altijd de meest ideale oplossing voor het kind en het gezin. De ouder wil niet alle zorg en verantwoordelijkheid uit handen geven. Een meeleefgezin kan dé oplossing zijn.

Een meeleefgezin is een gezin dat de zorg voor het kind samen met het eigen gezin gaat vormgeven. Het kind komt regelmatig in het meeleefgezin of woont er, maar de eigen ouders blijven echt de ouders. Het kind groeit op in twee gezinnen en voelt zich in beide gezinnen thuis. De twee gezinnen worden bondgenoten van elkaar. Zij vullen elkaar aan en versterken elkaar. Soms is een meeleefgezin een logeergezin, soms een gezin waar het kind woont, maar het kan ook alles daar tussenin zijn. Het hangt helemaal af van de behoefte van het oorspronkelijke gezin.

Goed samenwerken

De gezinnen moeten goed samenwerken. Om alles duidelijk en in goede harmonie te laten verlopen, moeten de gezinnen duidelijke afspraken maken. Die gaan over wanneer het kind in het eigen gezin is en wanneer in het meeleefgezin, over kleding, kapper, financiën, enzovoort. De gezinnen overleggen met elkaar en krijgen daarbij ondersteuning van een professionele begeleider. Hij of zij begeleidt ook de opvoeding.

Vooral moeders waarvan het kind naar een meeleefgezin gaat, zijn heel kwetsbaar. Zij vinden het erg moeilijk dat zij de zorg niet alleen aan kunnen en dat het in het andere gezin wel goed loopt. Zij hebben ondersteuning en bescherming nodig om zich veilig en vertrouwd te gaan voelen en zo zelfvertrouwen te krijgen. De frequentie van overleg met de begeleider of met alle betrokkenen is in elke situatie anders en wordt op maat afgesproken.

Kringen rondom het gezin

Bij voorkeur is het meeleefgezin een bekend gezin uit het netwerk van het kind, zoals familie of buren, maar het kan ook een onbekend gezin zijn. Het gezin geeft aan wat zij belangrijk vinden in het meeleefgezin waar het kind naar toe gaat. Samen met de begeleider wordt een profiel gemaakt en dan begint de zoektocht naar een passend meeleefgezin.

Er wordt gestart met het tekenen van alle kringen rondom een gezin. Alle geledingen worden in kaart gebracht: van familie tot school om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn. Er worden veel contacten gelegd en aan die contacten wordt gevraagd mee te zoeken naar een oplossing voor een bepaald kind. Dan ontstaat er betrokkenheid en op die manier komt er een oplossing op maat uit.

Er wordt uitgebreid aandacht en tijd besteed aan het kennis­maken met elkaar. Het moet klikken tussen de twee gezinnen, want er moet intensief samengewerkt worden. Als dat goed verloopt, gaat het kind stapje voor stapje wennen in het meeleefgezin. Bijvoorbeeld eerst een dagje spelen, dan een nachtje slapen, dan een paar nachtjes slapen en uiteindelijk wonen in het meeleefgezin.

Meer dan een warm nest

De eisen die aan meeleefgezinnen gesteld worden, kunnen verschillen. Voorop staat dat het meeleefgezin een warm nest is voor het kind. Het kind moet zich veilig, vertrouwd en thuis voelen in het gezin. Het meeleefgezin moet stabiel zijn en tijd en ruimte hebben om voor het kind te kunnen zorgen. Het meeleefgezin moet openstaan voor de relatie en de contacten met de ouders en het netwerk van het kind en het ontvangen van begeleiding vanuit de organisatie.

Sommige organisaties willen dat één van de meeleefouders pedagogische ervaring heeft in het opvoeden van kinderen met een beperking en in het bezit is van een relevant MBO diploma. Er worden ook huisbezoeken vooraf bij het meeleefgezin gedaan en met de eigen kinderen gesproken om zo een goed beeld van het gezin te krijgen. Daarnaast wordt een verklaring van geen bezwaar gevraagd aan de Raad voor de Kinderbescherming. De meeleefgezinnen krijgen professionele begeleiding vanuit de organisatie en daar is ook een orthopedagoog in dienst voor vragen over opvoeding en ontwikkeling. De gezinsbegeleider is het eerste aanspreekpunt voor beide gezinnen. Afspraken worden op papier gezet. Het meeleefgezin krijgt veelal een contract met de organisatie, een medewerkerscontract of een vrijwilligerscontract. Meeleefgezinnen ontvangen een vergoeding voor de kosten.

Verschillen en overeenkomsten met pleegzorg

In grote lijnen lijken meeleefgezinnen veel op pleeggezinnen. Vooral op pleeggezinnen met vrijwillige plaatsingen. Ook daar is het heel belangrijk dat de ouders achter de plaatsing staan, dat er goede afspraken gemaakt worden en dat het klikt tussen de gezinnen. Ook bij plaatsing in een pleeg­gezin blijven de ouders altijd de ouders en worden zij zoveel mogelijk betrokken bij alles rondom het kind. Ook bij pleegzorg komt begeleiding en ondersteuning vanuit een professionele organisatie. Zowel bij pleeggezinnen als bij meeleefgezinnen worden afspraken schriftelijk vastgelegd en is er een financiële vergoeding. Is er dan wel een verschil, waarom beweren de organisaties die meeleefgezinnen bieden dat het beslist geen pleeggezinnen zijn?

Jeugdzorg

Het grote verschil zit in het allereerste begin als er problemen zijn in een gezin. Pleegzorg begint bij Bureau Jeugdzorg. Veel mensen denken negatief over jeugdzorg. Een uithuisplaatsing is voor veel gezinnen heel bedreigend. Het gezin krijgt te maken met twee organisaties, jeugdzorg en pleegzorg. Het bondgenoot worden met elkaar is heel moeilijk. Vooral bij gedwongen uithuisplaatsingen hoor je als pleegouder eigenlijk gelijk bij de tegenpartij voor de ouders. Pleegouders starten vanuit een ongelijkwaardige positie. Gelukkig komt er vaak een goede samenwerking op gang en dan lijkt het zeker op een meeleefgezin. Het komt echter ook vaak voor dat het contact tussen beide gezinnen niet zo ideaal verloopt als waar de meeleefgezinnen over spreken. Het meest wenselijk zou zijn dat jeugdzorg zich niet zou hoeven bemoeien met de samenwerking tussen beide gezinnen, maar alleen zorgt voor kwaliteitsbewaking en toetsing, zodat de gezinnen tot een gelijkwaardiger relatie komen en daardoor tot een betere samenwerking.

Vanaf dat allereerste begin moet er heel goed geluisterd worden naar de ouders en dan wel ‘echt’ geluisterd. Met aandacht en respect als tussen gelijkwaardige partners. Juist de ouders weten heel goed wat er voor hun kind van belang is en wat er nodig is voor een veilige ontwikkeling en groei van hun kind. De ouders moeten zich gesterkt en ondersteund voelen. Ze moeten bondgenoten vinden in de hulp die zij zoeken. Pas dan zijn ouders in staat om zelf een stapje terug te doen en de zorg en opvoeding met anderen te delen, echt te delen. Dan hoeven zij niet te leren om ouder op afstand te worden, maar dragen zij verantwoording voor dat deel dat zij kunnen en laten zij anderen toe om te helpen. Juist die goedkeuring, die samenwerking tussen de gezinnen is zo belangrijk en zo van invloed op de ontwikkeling en het welzijn van het kind.

Onzichtbare problemen

Een ander verschil met pleegzorg vormt de aanleiding van de plaatsing. Meeleefgezinnen vangen kinderen op met een (verstandelijke) beperking. Voor een gezin met een (verstandelijk) beperkt kind is het gemakkelijker om om hulp te vragen omdat dit maatschappelijk meer geaccepteerd is. Bij pleegzorg komt het vaak voor dat in het oorspronkelijke gezin de problemen niet bij het kind liggen, maar bij de ouders. Problemen worden liefst zo lang mogelijk binnenshuis gehouden. Het is heel confronterend om dat in te zien, laat staan om om hulp te vragen bij de opvoeding van je kinderen. Dan geef je toe aan je eigen falen als ouder. Hulp vragen voor kinderen met een beperking is veel vanzelfsprekender. Het probleem is voor de buitenwereld ‘zichtbaar’.

Toekomst of utopie

Organisaties die werken met meeleefgezinnen hebben het nadrukkelijk niet over pleegzorg, omdat hun benadering anders is. Zij benadrukken dat de ouders echt de ouders blijven, dat de meeleefouders en de ouders samen op weg zijn als bondgenoten. Zij streven er naar dat het leven in het oorspronkelijke gezin zo goed mogelijk verloopt en het kind daar zo veel mogelijk deel van uit kan maken.

De organisaties die meeleefgezinnen bieden, verschillen in de wijze waarop zij inhoud geven aan het begrip. De ene organisatie biedt het concept meeleefgezin aan dat veel overeenkomsten heeft met pleegzorg. De andere ziet het vooral als onderdeel van een groter geheel, een deeltje uit het gehele ondersteuningsplan. Bert Klijn van de organisatie Pameijer uit de regio Rotterdam: “Wij werken vanuit het gezinsnetwerk en van daaruit zoeken we naar oplossingen. Het principe van het meeleefgezin is hierin één van de mogelijkheden. Wij gaan in onze benadering uit van de kracht van mensen en ouders hebben de regie.”

In de visie op meeleefgezinnen en op pleeggezinnen zijn veel overeenkomsten. De methode van de meeleefgezinnen is het ideale plaatje, waar veel pleegzorginstellingen naar streven. Op die manier een kind en zijn gezin helpen, zodat het zich op een veilige, vertrouwde wijze kan ontwikkelen. We weten dat het niet altijd zo kan, maar we kunnen het in gedachten houden en er naar streven. <

Er zijn veel organisaties die werken met meeleefgezinnen. Enkele websites van organisaties: www.esdege-reigersdaal.nl (West-Friesland), www.talant.nl (Friesland), www.deleite.nl (Drenthe) en www.pameijer.nl (Rotterdam e.o.).

Bronnen: www.esdege-reigersdaal.nl, www.talant.nl, www.deleite.nl en dhr. Peter de Porto en dhr. Bert Klijn, bondgenoot gezinsnetwerk bij Pameijer te Rotterdam (rapportage 2003, De kunst van het gewone).


Tags: ,