Signalen van mishandeling

Op verzoek van Bureau Jeugdzorg wordt een zevenjarig pleegkind onmiddellijk overgeplaatst (1). Het pleegkind staat onder voogdij van Jeugdzorg en woont sinds zeer jonge leeftijd in het pleeggezin. Jeugdzorg vond de situatie van het pleegkind bij de pleegmoeder niet langer vertrouwd en is op grond daarvan overgegaan tot indiening van het (spoed) verzoekschrift. Jeugdzorg is van mening dat er de afgelopen periode signalen van mishandeling door de pleegmoeder naar voren zijn gekomen. Pleegmoeder en pleegvader zijn in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. De twee oudste pleegkinderen wonen bij de pleegvader, het jongste pleegkind woont bij de pleegmoeder.

Jeugdzorg heeft voor de overplaatsing toestemming nodig van de kinderrechter. Namelijk: er is sprake van voogdij die langer duurt dan een jaar en de pleegmoeder is het niet eens met de overplaatsing (dit is het blokkaderecht (2)). In dit geval vindt de overplaatsing van het pleegkind plaats zonder dat er een zitting bij de kinderrechter plaatsvindt. De kinderrechter heeft namelijk aan Jeugdzorg toestemming voor de overplaatsing gegeven zonder dat betrokkenen vooraf zijn gehoord. Een kinderrechter kan toestemming geven zonder zitting als ‘het verhoor van belanghebbenden niet kan worden afgewacht, zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige’. Met andere woorden: er is volgens de kinderrechter dan sprake van een crisissituatie.

Echter achteraf, na de overplaatsing, vindt er wel een zitting plaats. Deze zitting moet binnen twee weken plaatsvinden nadat de kinderrechter toestemming heeft verleend voor de overplaatsing. De toestemming tot overplaatsing zonder een voorafgaande zitting kan dus nooit langer dan twee weken duren. De zitting die achteraf plaatsvindt, kan aanleiding zijn voor de kinderrechter om het besluit terug te draaien.

In de hierboven beschreven situatie heeft de kinderrechter het besluit teruggedraaid. Dit betekent dat er niet langer toestemming is voor de overplaatsing en het pleegkind met onmiddellijke ingang is teruggeplaatst bij de pleegmoeder. De kinderrechter was van oordeel dat er geen stukken zijn overlegd van deskundigen die de minderjarige begeleiden noch dat er stukken van school zijn die bevestigen dat de mishandeling heeft plaatsgevonden of dat er sprake is van een zeer onveilige situatie bij de pleegmoeder. Evenmin heeft de school aangegeven dat er bij hen signalen van kindermishandeling zijn binnengekomen. De kinderrechter vond het feit dat de onveilige situatie bij pleegmoeder vooral gebaseerd was op signalen van de oudste pleegkinderen en van de maatschappelijk werkster, verbonden aan de school van het oudste pleegkind, onvoldoende onderbouwing van het standpunt van Jeugdzorg. De rechter heeft daarbij laten meewegen dat de pleegouders in een echtscheiding zijn verwikkeld, hetgeen zijn weerslag heeft op de pleegkinderen en hun gedrag. •


Tags: ,