Waar ligt jouw grens?

Een pleegzorgbegeleider, tevens pleegouder en redactielid van Mobiel zei eens: “Een pleegkind haalt het beste, maar ook het slechtste in een pleegouder naar boven.” Oftewel, er komt soms een kant naar boven die je van jezelf niet of nauwelijks kent. Een aantal lezers wilde naar aanleiding van het thema wel iets kwijt over hun grenzen en over hoe hoog de spanning kan oplopen en hoe alleen je je daarbij kunt voelen.

Nel: “Al maanden zijn er regelmatig ruzies. Er is veel energie gestopt in argumenteren en uitpraten, maar zolang de vijftienjarige Sharon niet haar zin krijgt, gaat ze door. Ik, haar pleegmoeder, maak daarom regelmatig een eind aan het gesprek. Als er geen nieuwe argumenten meer langs komen, is het gesprek gewoon over. Sharon blijft midden in de kamer doorschreeuwen. Ze wordt dan verzocht naar boven te vertrekken zodat anderen in huis ook kunnen leven.

In het begin vertrok ze nog wel, goed negeren en uiteindelijk kalmeerde ze. Na verloop van tijd nam de irritatie bij ons toe en werd onze flexibiliteit minder. Met een zacht duwtje werd ze na zo’n aanvaring de kamer uit gedirigeerd en bleef ze in de gang staan schelden. Ook dat werkte op een gegeven moment minder en het duwtje werd wat forser.

Er waren dagen dat we wel vier keer soortgelijke conflicten hadden. Andere huisgenoten begonnen zich schielijk terug te trekken als Sharon haar zin niet kreeg. Zelf leerde zij echt helemaal niets van de grenzen waar ze tegen op liep en hoe ze er mee om ging.

Op een gegeven moment gebruikte ik mijn knie om haar sneller uit de kamer te verwijderen. Daar werd ze natuurlijk boos over. Op een slechte dag was mijn geduld op. Met een forse ram stuurde ik haar de kamer uit, waardoor ze in de gang echt tegen de muur op klapte. Deur dicht. Ik zat op de bank uit te hijgen en realiseerde me dat ik verloren had. Ik wist echt niet meer hoe ik het aan moest pakken. Mijn geduld had ik verloren, de nuance was ik kwijt en bovendien geloofde ik niet meer dat Sharon ooit zou begrijpen waarom ze onze grens overschreden had.

Sharon had wel begrepen dat ze haar zin niet kreeg vandaag, maar van de grote lijn snapt ze niets. Ze merkt niet dat we er regelmatig wél uitkomen. Ze snapt niet dat ‘jullie luisteren nooit’ of ‘ik mag ook nooit wat’ haar vertaling is van ‘jammer, vandaag heb je je zin niet gekregen’. Dit was de grens. Vandaag ben ik heel erg geschrokken. Ik had zo mijn arm tegen Sharons nek kunnen drukken en door kunnen duwen. De grens is dan wel erg dicht bij.”

Wegsturen is het ergste wat je kunt doen

Felicia: “Wij hebben twee pleegzoons met zware gedragsproblematiek. Ze zijn nu in de puberteit en met de oudste gaat het inmiddels behoorlijk goed. De jongste woont sinds kort in een instelling omdat hij zich ook op straat misdroeg. We hebben veel meegemaakt met de jongens. Alle grenzen zijn we tegengekomen en we hebben ze allemaal overschreden. Een internaat was voor ons nooit een optie. We wilden het volhouden voor de jongens. Ze zijn zo kwetsbaar. We weten dat er dingen gebeurd zijn die eigenlijk nooit hadden mogen gebeuren. Maar we wilden koste wat het kost trouw zijn aan de kinderen, hun laten weten dat we door dik en dun achter hen staan. Dit is hun plek. Hier mogen ze opgroeien. Een kind wegsturen omdat het niet meer gaat, is in onze ogen het ergste wat je een kind aan kunt doen. Als de oudste vroeger het gevoel kreeg dat we hem afwezen, verdween hij. Zelfs in zijn pyjama, op blote voeten, is hij een keer naar buiten gerend.

Kinderen weten feilloos je zwakke plek te vinden. Je voelt je dan zo machteloos. Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar toch ben ik er van overtuigd dat je op zo’n moment beter een tik kunt geven dan het kind wegsturen en buitensluiten. Voor hen is buitensluiten een afwijzing en een bevestiging van wat ze al denken: “Zie je wel, ik ben niet goed genoeg, ik mag er niet zijn.” De psychische kant van mishandeling is veel erger dan de fysieke. Voor deze kinderen ligt de oorzaak van hun problemen in het gevoel dat ze er niet mogen zijn. Hen afwijzen staat voor mij daarom gelijk aan psychische mishandeling.

We hebben verschillende pleegzorgwerkers gehad. Uiteindelijk hadden we er een die ons goed ondersteunde. Oplossingen waren er alleen niet, behalve uithuisplaatsing. We hebben het daardoor vooral zelf moeten doen. Zelf moeten uitzoeken waar we hulp konden krijgen. We hebben veel gehad aan Balans (1), dat is echt een aanrader bij gedragsproblemen. Zo kwamen we bij een logeerhuis terecht. Helaas werden beide jongens geschorst omdat hun problematiek te ernstig was. Er zouden veel meer mogelijkheden moeten zijn voor een time-out van pleegouders zodat je het beter kunt volhouden. Juist deze getraumatiseerde kinderen hebben recht op een gezin.

Als ik alles over kon doen, zou ik, ondanks alles wat er bij ons in huis is gebeurd, precies hetzelfde doen als ik gedaan heb. Oplossingen liggen volgens mij in ondersteuning. Niet in nog meer praten, maar in voorzieningen. Het PGB (2) was voor ons een grote stap vooruit, maar er mag voor pleegouders nog veel meer gebeuren. Op een groep staat er om de acht uur weer een frisse begeleider klaar, pleeg­ouders zijn altijd paraat. Als je dan steeds wordt uitgedaagd op negatieve gevoelens, is het heel zwaar om vol te houden. Geen mens is volmaakt en met dit soort problemen is het onmogelijk om altijd professioneel te blijven.

Hoe we het toch hebben volgehouden? Elke keer als er een conflict is geweest, komen wij terug op wat er is gebeurd. Op een duidelijke manier geven we het gewenste gedrag aan. Wanneer ik mijn zelfbeheersing heb verloren in een conflict, bied ik mijn excuses aan en we bidden samen om vergeving. Niet om dingen goed te praten, maar zo is er wel elke keer een nieuwe kans.”

Heerlijk, ze is er even niet

Carina: “Ze is een paar dagen weg. Gisteren vertrokken en overmorgen pas weer thuis. Ik weet niet wat me overkomt. Mag ik het noemen zoals het is? Ik voel me rustig, opgelucht, ontspannen. Ik vind het heerlijk dat ze er niet is! Erg hè, dat ik dat zomaar zeg? Ik wilde toch zo graag pleegkinderen? En nu ben ik zo blij dat ze er even niet is…

Het komt doordat ze er altijd zo èrg is. Ze verspreidt een enorme drukte om zich heen, maar dat is nog tot daaraan toe. Erger is dat ze zo enorm veel spanning binnenbrengt, ook als ze helemaal niets doet. Het zit in haar en ze straalt dat uit. Als ze achter mij zit in de auto, voel ik haar almaar in mijn rug. Als ze op de bank televisie zit te kijken, vult ze de hele zithoek. Als ze iets niet mag dat ze graag wil, wordt ze furieus. Als ze lichte kritiek krijgt, voelt ze zich ernstig aangevallen en wordt ze verbaal agressief. Als ze met vriendinnetjes speelt, zijn die het gauw zat omdat ze de baas speelt. Als de andere kinderen in het gezin iets doen, legt zij het uit als tegen haar gericht.

Dit alles maakt dat ik me heel gespannen voel in haar aanwezigheid en wel eens moeite heb om kalm te blijven als zij tekeer gaat. Dat vind ik zo erg. Ze haalt dingen in me naar boven die nieuw voor me zijn. Tegen de tijd dat ze thuiskomt uit school, loop ik al te verzinnen hoe ik haar zal begroeten. Ik kan haar niet meer onbevangen tegemoet treden, zo bang ben ik dat er weer een drama volgt. Bijna elke dag huilt ze ergens om.

Nu ze een paar dagen weg is, komen ineens de andere kinderen beter tot hun recht en is het gewoon gezellig. Als we aan tafel zitten, gaat er een praten die je anders nooit hoort. Ik weet wel dat ze er niets aan kan doen. Ik weet wel dat we blij moeten zijn dat ze zich bij ons zo veilig voelt dat ze dit alles durft te uiten. Soms zou ik echter willen dat ik iemand van buiten het gezin was, want dan zou ze tegen mij ook eens zo spontaan doen en zo aardig zijn!” •

(1)  Balans is een vereniging voor ouders van kinderen met leer-, ontwikkelings- en gedragstoornissen. Meer informatie op www.balansdigitaal.nl

(2)  Persoonsgebonden budget, waarmee iemand die daarvoor geïndiceerd is, zelf zorg en hulp kan inkopen.


Tags: , ,