Handelen bij misbruik en mishandeling door pleegouders

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Ina Bouius is vestigingsmanager jeugdbescherming bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering in Groningen en Drente. De afgelopen jaren heeft ook deze instelling te maken gehad met zaken waarbij pleegouders over de schreef gingen. Toch blijft ze genuanceerd: “Je kunt wel alles willen dichttimmeren met protocollen, maar je moet pleegouders ook helpen om open te zijn en eerlijk naar zichzelf te kijken.”

Ina: “Op het moment dat een pleegouder beschuldigd wordt van mishandeling of misbruik, volgen wij het protocol van de pleegzorg. Dat betekent dat we eerst intern een groot overleg hebben om te bespreken hoe we gaan handelen. Wie gaat er naar het gezin, wat gebeurt er met het kind en met eventuele andere kinderen? Het verschilt per situatie wie er naar een gezin toe gaat. In sommige gevallen ga ik samen met de manager Pleegzorg. Ik zit er dan vanuit de jeugdbescherming, mijn collega zit er vanuit het pleegzorgperspectief. Het is een enorm drama als dit een pleeggezin overkomt. Afgelopen jaar hebben we een zaak gehad waarin een pleegvader is beschuldigd van misbruik. Zijn vrouw wist van niks. Er is aangifte gedaan en de vrouw heeft haar man het huis uitgezet. Na het onderzoek hebben we besloten dat de kinderen, met veel hulp en ondersteuning, bij hun pleegmoeder blijven.

Niet door de beugel

Kinderen kunnen het bloed onder je nagels vandaan halen. Wij realiseren ons dat ook. Soms moeten we beslissingen nemen waar ik als mens moeite mee heb. Onder het mom van voorlichting keek een pleegvader met zijn pleegdochter seksueel getinte websites. Later is dat een beschuldiging van misbruik geworden. Het meisje is direct uithuisgeplaatst en niet meer teruggeplaatst. Hier heb ik persoonlijk wel last van gehad, omdat er sprake was van manipulatie door het meisje. Toch is deze man een grens overgegaan. De andere kant is dat kinderen bij hun ouders uithuis­geplaatst worden omdat men vindt dat zij niet capabel zijn om het kind zelf op te voeden. Dan doet een ander vervolgens dingen met je kind die niet door de beugel kunnen. Dat kan natuurlijk niet. Het is heel moeilijk, maar door het protocol te volgen, kunnen we goed aangeven waarom we op een bepaalde manier handelen.

Ruimte voor herstel

Beschuldigingen moeten we altijd serieus nemen. De pleegouders worden direct ingelicht. Het betreffende kind wordt vaak meteen uithuisgeplaatst, al dan niet tijdelijk. Toch gebeurt dat niet altijd. Bovenaan staat de veiligheid van het kind. Als die gewaarborgd is, is er geen reden voor uithuisplaatsing. Een uithuisplaatsing, bij ouders of bij pleeg­ouders, doen we niet zomaar. Zeker niet als het kind er al heel lang verblijft. Een onterechte beschuldiging brengt enorm veel pijn en verdriet met zich mee. Vooral bij netwerkplaatsingen zien we dat de pleegouders daarna niet meer verder willen, het vertrouwen is onherstelbaar beschadigd. Met bestandspleegouders werkt dat vaak anders, daar is meer ruimte voor herstel.

Aanspreken op gedrag

Je moet pleegouders een positie geven waarin ze echt verantwoordelijk zijn. Pleegouder zijn op vrijwillige en vrijblijvende basis, dat klopt niet. Je moet mensen kunnen aanspreken op hun gedrag. Een heikel punt is bijvoorbeeld contact met ouders. Sommige pleegouders zijn daar heel goed in, andere vinden het zwaar. Toch is het wezenlijk onderdeel van pleegzorg. Als pleegouders het moeilijk vinden, moet je hen daar op aan kunnen spreken. Andersom hebben pleegouders vaak het gevoel dat ze niet mogen klagen, dat ze niet mogen zeggen dat het niet goed gaat. Of ze zijn bang om iets te melden, omdat ze vrezen dat het kind wordt weggehaald.

Pleegouders  zijn niet onfeilbaar. Ook zij hebben te maken met alles wat mensen meemaken in hun leven en daarbij komen de pleegkinderen. Dat doen ze er gewoon bij. Het is onmogelijk om dat altijd met een lach te doen. Missers kunnen voorkomen. Dat is geen excuus voor misstappen, maar het moet wel bespreekbaar zijn.

Vogelvrij

Standaard bij het begin van een plaatsing, of zelfs al in de STAP, zou helder moeten zijn hoe kwetsbaar je als pleegouder bent. Er zijn situaties waarin een pleegouder zich vogelvrij voelt. Wat is er dan aan ondersteuning? Ik denk dat die voorbereiding hard nodig is. Ook betere begeleiding is nodig. Je moet pleegouders niet alleen controleren. Met alleen maar praten, laat je hen in de steek. Een begeleider komt eens in de zoveel weken langs, maar als het crisis is, staat de pleegouder er alleen voor. Een pleegmoeder zei eens tegen me: “Je gaat echt niet je begeleider bellen om te zeggen dat je op het punt staat een tik te geven, die heb je dan al lang gegeven.” Toen ik zelf pleegzorgbegeleider was, kende ik een pleegmoeder die zich regelmatig opsloot op het toilet. Soms zat ze er wel tien minuten: afkoelen en op adem komen. Pleegouders moeten zich veilig voelen om de dingen te zeggen die ze moeten zeggen. Ik ben in die tijd een keer ’s avonds gebeld door een pleegmoeder die ’s middags een tik had uitgedeeld en daar nog van stond te trillen. Natuurlijk kan dat niet door de beugel, maar het is heel goed en belangrijk dat ze het zelf meldt.

Veilige en open situatie

Pleegzorgwerkers worden specifiek getraind op het signaleren van seksualiserend gedrag, verwaarlozing en ander uitdagend gedrag van kinderen. Die training is er ook op gericht om daar met pleegouders over te spreken. Wat doe je wel en niet als pleegouder bij een kind dat misbruikt is? In zo’n geval helpt de pleegvader de kinderen niet met douchen en wanneer het om jonge kinderen gaat, neemt hij ze niet op schoot en is terughoudend in lichamelijk contact. Er is geen specifieke training voor pleegouders op dit gebied. Er is ook niet een bepaalde groep pleegouders aan te wijzen voor wie dit nodig is, het gaat om individuele gevallen. Je kunt als instelling uiteindelijk ook niet alles voorkomen, je werkt nou eenmaal met mensen. Wel kun je zorgen dat er een veilige en open situatie is waarin pleegouders kwetsbaar durven zijn en alles kunnen zeggen. Daar speelt de pleegzorg­begeleiding een cruciale rol bij.”


Tags: , ,