… met een pleegzoon uit een andere cultuur

Pieter en Sjaan hebben twee eigen kinderen en twee pleegzoons, Sjoerd en Ali. Met de kinderen gaat het goed, maar met de ouders van Ali hebben Pieter en Sjaan het moeilijk.

Wat is de samenstelling van je gezin?

We hebben twee kinderen, Anneke is 14 en Tim is 12. Onze pleegzoons Sjoerd en Ali zijn 10 en 9 jaar oud. Sjoerd komt tegenwoordig alleen nog in de weekeinden. Anneke zit in het tweede jaar van de HAVO. Tim zit in groep 8 en Sjoerd in groep 7. Ali volgt onderwijs op MLK niveau. Pieter is werkzaam in het beroeps­onderwijs. We werken allebei als vrijwilliger met mensen met een verstandelijke beperking.

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouders te worden?

We willen graag iets betekenen voor een kind dat het minder getroffen had dan de onze. Als klein manneke kwam eerst Sjoerd bij ons wonen. Toen zijn moeder haar moederrol weer over kon nemen, kwam Ali in ons gezin. Sjoerd komt nog wel om het weekend logeren.

Hoe reageerden jullie omgeving en familie op het pleegouderschap?

Van onbekenden krijgen we vaak de vraag of we Ali geadopteerd hebben. Hij heeft een andere huidskleur, vandaar. Als we vertellen over pleegzorg reageren ze verbaasd: “Dat jullie daar voor kiezen! Geeft dat geen problemen?” Onze familie is er aan gewend en vindt het nu heel gewoon.

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?

We worden goed begeleid door de voorziening voor pleegzorg. Een paar jaar geleden maakten we een hele moeilijke tijd door met Ali en zijn ouders. Wij hadden het gevoel dat we in een diepe afgrond terecht waren gekomen door een heftig voorval tijdens het bezoek. Onze pleegzorgwerker is door het vuur gegaan om alles in goede banen te leiden. We zijn blij dat we nog steeds dezelfde hebben.

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?

We hebben steun nodig in de samenwerking met de ouders. De ouders van Ali hebben veel moeite met de Nederlandse taal. Er is ook een verschil in geloof en cultuur. Tijdens bezoeken reageren ze vaak heftig en negatief naar Ali en naar ons. Wij komen na zo’n bezoek verdrietig en onzeker thuis. Met behulp van onze pleegzorgwerker zijn we er langzaam achter gekomen dat onbegrip en onmacht over de pleegzorgsituatie een grote rol speelt bij de ouders. Wij proberen dit te accepteren en het beste van de situatie te maken. We vinden het wel moeilijk om dit aan Ali uit te leggen.

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?

De gezinsvoogd organiseert gezamenlijke gesprekken tussen ouders, de pleegzorgwerker, de gezinsvoogd en ons. Met een tolk. Tijdens deze gesprekken mag ieder zijn wensen omtrent de bezoekregeling op tafel leggen. Op papier is dit een ideale situatie. In de praktijk werkt het onbegrip en de onmacht van de ouders over de pleegzorgplaatsing door in de uitvoering van de bezoekregeling. Het gevolg is dat Ali zijn ouders maandelijks ziet in goede tijden en soms wel een half jaar niet in slechte tijden.

Welke praktische problemen kom je tegen?

Tegenwoordig mijden wij de plaats waar de ouders van Ali wonen. Door alle conflicten die er geweest zijn, begint Ali al te flippen als wij de plaats waar zijn ouders wonen alleen nog maar noemen. Een ander praktisch probleem is de taal. Wij spreken de taal van de ouders niet en de ouders slecht Nederlands. Het gevolg is dat wij weinig aan de ouders kunnen vertellen over het leven van Ali in ons gezin.

Hoe gaan jullie kinderen om met het pleegkind?

Onze kinderen waren nog jong toen Sjoerd en later Ali in ons gezin kwamen. Zij zijn met hen opgegroeid en zien hen als broers. Ze gaan voor elkaar door het vuur.

Zijn er momenten waarop je denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?

Ja, die momenten zijn er. Zeker als de ouders van Ali weer eens heftig hebben gereageerd. Ondertussen zijn we zoveel van Ali gaan houden dat we alle moeite doen om, met de steun van onze pleegzorgbegeleider, een goed contact met zijn ouders op te bouwen en begrip te hebben voor hun situatie.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!

Laatst vroeg Pieter aan Ali of hij mee wilde helpen met een karwei. Nee, hij wilde absoluut niet helpen. Toen Pieter eenmaal bezig was, kwam Ali schoorvoetend toch een helpende hand bieden. De rest van de dag hebben ze in elkaars gezelschap door gebracht. ’s Avonds bij het naar bed brengen zei Ali: “Het was een fijne vader-zoon dag.”


Tags: ,