Wie zorgt er voor de WAT?!

Auteurs: Fiet van Beek en Jolanda Stellingwerff  

Met iedere Mobiel valt hij op de mat: de WAT?!, een krant voor jongeren in pleeggezinnen. Gemaakt door en voor pleegkinderen en eigen kinderen van pleegouders. Bedoeld voor jongeren, maar met een grote groep meelezende pleegouders. Voortdurend in haar voortbestaan bedreigd, maar steeds weer op het nippertje gered.

Veel kinderen en jongeren die bij familie of in een pleeggezin opgroeien, hebben geen contact met andere kinderen in dezelfde situatie. Zij zouden dat wel willen. Zo bleek uit twee onderzoeken die WESP deed onder de ‘eigen’ kinderen van pleegouders en pleegkinderen.

Omdat pleeggezinnen in alle hoeken van het land wonen en veel pleegkinderen graag ‘gewoon’ willen zijn, is het opzetten van lotgenotencontact niet zo eenvoudig. Zo ontstond het idee om een krant te maken, een krant met ervaringen en belevenissen van jongeren zelf, die gewoon thuis op de mat valt. Anders gezegd: lotgenotencontact op papier.

Jongeren bepalen

De WAT?!-krant wordt gemaakt door een jongerenredactie, ondersteund door de hoofdredacteur van uitgever WESP. De jongeren bepalen de inhoud, maken de vragen voor de interviews en interviewen andere jongeren. Zij weten prima wat er speelt als je in een pleeggezin woont en met welke gevoelens en situaties je dan te maken krijgt. Ze kennen ook de reacties van leeftijdgenoten op school. Het zijn juist die ervaringsverhalen in de WAT?! die de meeste jongeren zo waarderen. Dit bleek uit lezersonderzoek waaraan zowel pleegkinderen als de eigen kinderen van pleegouders meededen. De lezers herkennen zichzelf in de verhalen van anderen of spiegelen zich aan die verhalen en komen er achter dat zij het beter of slechter getroffen hebben. Ook dat geeft stof tot nadenken en gespreksstof.

Interesse van volwassenen

Het zijn niet alleen jongeren die de WAT?!-krant lezen. Veel pleegouders lezen hem eerst even zelf voordat ze hem aan hun kinderen doorgeven. Pleegouders zijn geïnteresseerd in wat jongeren beweegt. Uit recent lezersonderzoek van Mobiel blijkt dat 86% van de Mobiellezers (meer) wil lezen over de ervaringen van pleegkinderen en 80% over de ervaringen van de kinderen van pleegouders.

Overleven

Het was het Nationaal Fonds Kinderhulp dat ervoor zorgde dat de WAT?! in 2001 het levenslicht zag en de eerste jaren kon bestaan. Fondsen helpen een project vaak even op weg, maar dan moeten ze op eigen benen staan. Dat is niet zo eenvoudig voor een project als de WAT?!-krant, want wie moet dat betalen?

De rijksoverheid steunt geen tijdschriften, de pleegzorgorganisaties en de NVP besteden hun geld aan andere zaken. Zo zag het ernaar uit dat de krant na drie jaar zou verdwijnen. Gelukkig staken Kinderpostzegels, Pro Juventute, VSB- en SKAN-fonds voor twee jaar de helpende hand toe, maar daarna moest de WAT?! echt op eigen benen staan.

In die jaren wees een lezersonderzoek uit hoe belangrijk de krant voor de jongeren is, maar weer zag het ernaar uit dat het over en sluiten werd. Wat nu? Abonnementsgeld aan jongeren in pleeggezinnen vragen? Vergeet het, dat slaat nergens op. Sponsors? Advertenties? Levert allemaal niks op. Tegelijkertijd komen er steeds meer lezers, wordt de WAT?! gebruikt in de pleegoudervoorlichting en lespakketten, hebben de redactieleden zelf een website gebouwd en heeft de krant meer en meer een eigen plekje in de pleegzorg verworven. De WAT?! gaf niet op en er kwam opnieuw hulp. Dit keer uit de hoek van de belangenorganisatie het Landelijk Cliënten Forum Jeugdzorg (LCFJ) en de stichting Mobiel.

Met Mobiel lopen gesprekken om te bekijken of de samenwerking kan worden uitgebreid. De redactie van de WAT?! is inmiddels heel goed in het omgaan met een crisis, maar net als bij veel pleegkinderen is het verlangen naar een vaste plek groot. Dat is beter voor de bloeddruk van de redactieleden en voor al die duizenden lezers die de WAT?! niet willen missen. •

Fiet van Beek is directeur Jeugdzorg bij WESP. Dit bureau is uitgever van de WAT?! en Fiet van Beek is daarvan hoofdredacteur. Meer informatie vindt u op www.wespweb.nl, www.watkrant.nl en www.lcfj.nl.

====
Kader
====

Ankili, 16 jaar

“Ik las de WAT?! altijd als hij kwam. Het is leuk om te lezen over andere jongeren in pleeggezinnen. Normaal hoor je daar nooit iets over. Ik kende helemaal niemand die pleegkind was en ik herkende altijd veel van wat ik in de WAT?! las. Sinds twee jaar zit ik in de redactie. Tijdens het JIP-kamp waren er twee redacteuren van de WAT?!. Met een van hen heb ik contact gehouden en toen ben ik een keer meegegaan naar een vergadering.

Ik ben bij de WAT?! gegaan omdat het over pleegzorg gaat. Iedereen kan er iets in herkennen, leuke dingen, maar ook minder leuke dingen. Het is fijn dat je niet de enige bent in zo’n situatie. Ik was niet zomaar bij een krant gegaan, het gaat mij echt om de WAT?!, om de herkenning. Mij maakt het niet uit of een interview met een pleegkind is of met een eigen kind. Kinderen van pleegouders snappen ook veel van pleegzorg en pleegkinderen, dus ik heb geen voorkeur.

Het is fijn dat de WAT?! er is. Anders hoor je gewoon nooit iets over pleegzorg. Veel mensen weten toch al niet wat het is, die beginnen meteen over adoptie.”

====
Kader
====

Derk, 12 jaar

“De WAT?! ken ik al heel lang. Allebei mijn zussen zitten in de redactie. Ik moest maar een keer mee, zeiden ze, want er zaten veel te weinig jongens in de redactie en het is hartstikke leuk. Ik vind vooral Terry Bul en de strip leuk. Ook als er interviews zijn met kinderen van mijn leeftijd, vind ik het leuk. Je merkt door de WAT?! dat je niet de enige bent in een gezin waar steeds nieuwe kinderen komen wonen en waar je vaak afscheid moet nemen. Het is fijn om te weten dat je niet alleen staat, dat een heleboel kinderen in Nederland dat hebben.

Ik heb een keer een interview gehouden met een meisje van 16. Zij was altijd de oudste en had een pleegtweeling die tot hun 18e bleven. Voor haar waren het gewoon een broertje en zusje. Dat heb ik ook. Mijn pleegbroertje voelt als echt. Als er eentje na een jaar weggaat is dat heel moeilijk, want je kent hem een jaar en het is net een broertje. Ik vind het belangrijk dat kinderen in pleeggezinnen zien dat ze niet de enige zijn en dat ze er gewoon voor uit kunnen komen. In de WAT?! zetten we vaak ook de woonplaats erbij, dan kun je zien dat aan de andere kant van Nederland ook kinderen in pleeggezinnen wonen.”


Tags: ,