Papier en werkelijkheid

Bram is ambulant begeleider bij een instelling voor pleegzorg. Hier begeleidt hij ouders en pleegouders. Voor Mobiel doet Bram verslag van zijn ervaringen in de pleegzorg.

Anja is boos. Haar pleegkind woont niet meer bij haar. Dat het een moeilijke plaatsing zou worden, dat wisten we. Dat er het risico was dat de plaatsing afgebroken zou worden, dat wisten we ook. Dat we vanwege de veiligheid van haar pleegdochter de plaatsing hebben stopgezet, dat snapt Anja heel goed. Haar pleegdochter voelde dat ook aankomen en zocht het conflict op met Anja. Nog voordat de conclusie getrokken werd dat er toch andere hulpverlening nodig was, had Jeanet het zover laten komen dat ze niet meer bij Anja terecht kon.

Een aanmelding voor een gesloten groep kost nogal wat tijd. Veel papierwerk, indicatiecommissies en een wachtlijst. Jeanet kon niet meer naar Anja. Dus slaapt ze een nachtje op het noodbed bij de ene voorziening en dan weer een paar dagen bij een andere voorziening op een logeerbed. Waar ze volgende week slaapt, kan niemand haar vertellen. Anja is boos. Nee, Anja is woest, want ze blijft haar pleegkind wel volgen.

Ooit is bedacht dat problemen zo snel mogelijk moeten worden opgelost en dat kortdurend logeren daar beter bij past dan langdurig een kind opvangen. In de praktijk worden kinderen als Jeanet dus van plek naar plek gebracht. Op papier lijkt het allemaal wel in orde. Gelukkig zijn er pleegouders als Anja die naar het kind blijven kijken en dan terecht aangeven: ‘Dit kan niet, zo ga je niet met een kind om.’


Tags: ,