Kindermishandeling in het pleeggezin

Auteurs: Wim van Mulligen en Erna Lindeman  

De laatste jaren is er veel aandacht voor kindermishandeling en seksueel misbruik van kinderen. Bij de jeugdzorg is iedere hulpverlener zeer alert op signalen van geweld en misbruik in gezinnen. Ook binnen pleeggezinnen komt kindermishandeling of seksueel misbruik voor. Uit allerlei overwegingen hebben de pleegouders de taak van de ouders op zich genomen met de intentie om een kind een ‘veilig’ en ‘goed’ thuis te bieden. Ondanks een goede screening en begeleiding vanuit de pleegzorg, blijken sommige pleegouders toch niet in staat om de kinderen die bij hen geplaatst zijn de veilige begeleiding te geven die ze nodig hebben. Waardoor gaan pleegouders soms over hun grenzen en slaan of misbruiken zij hun pleegkinderen?

Er spelen verschillende aspecten een rol wanneer het gaat om mishandeling in pleeggezinnen. Vóór we die bespreken, willen we eerst onze verontwaardiging uitspreken over het feit dat er zo vaak en zo gemakkelijk gezegd wordt, dat mishandeling in pleeggezinnen relatief vaak voorkomt. Misleidend, manipulatief en vooral kwetsend voor pleegouders. Een simpele gedachtefout is hier de oorzaak van: wanneer je veertig kilometer door de bergen gaat wandelen is de kans op kwetsuren aanzienlijk groter, dan wanneer je een wandelingetje van drie kilometer over een vlak Hollands polderweggetje maakt. Zo is het opvoeden van een pleegkind meestal iets heel anders dan het opvoeden van een eigen kind. Pleegkinderen zijn over het algemeen getraumatiseerde kinderen die in een uitzonderlijke situatie moeten zien op te groeien. Daarbij gaat het soms goed mis.

Als kind ben je oneindig loyaal

Het belangrijkste aspect bij mishandeling in de pleegzorg is de verbondenheid van het kind met de eigen ouders. Het kind is uit hen geboren en blijft altijd trouw aan hen, hoe slecht ze het kind ook behandeld hebben. Het simpele feit dat het kind elders ouders heeft rondlopen, maakt dat het pleegkind zich anders gedraagt dan een eigen kind. Het kind maakt het de pleegouders, vaak onbewust, onmogelijk om het ook maar een klein beetje beter te doen dan de eigen ouders. De achterliggende gedachte lijkt te zijn: “Als je maar niet denkt dat het jou wel gaat lukken.”

Wanneer het de pleegouder ook niet lukt, zijn de ouders in de ogen van het kind minder schuldig aan het feit dat zij de opvoeding niet aankonden. Toch zal een pleegkind zich in de meeste gevallen ook verbonden gaan voelen met en zich hechten aan de pleegouders. Tegen wil en dank, want wanneer je om je pleegmoeder geeft, dan laat je je eigen moeder een beetje in de steek. Daar kan het pleegkind zich schuldig over voelen. Schuldgevoel dat kan leiden tot bot, afwijzend gedrag richting pleegouders.

Het kind kan ook openlijk en bewust loyaal zijn aan de ouders en de pleegouders afwijzen. Dit kan tot uiting komen in ongehoorzaamheid, het niet willen luisteren, het ageren tegen de regels die de pleegouders stellen.

Soms schreeuwt het pleegkind het uit:
“Je bent mijn moeder niet, dus je hebt niets over mij te zeggen.” Hoe reageer je hierop als pleegouder? Wat gaat er dan door je heen? Je kunt je als pleegouder diep gekrenkt voelen door deze woorden. Je wilt het kind weer in de juiste verhoudingen terug plaatsen en laten gehoorzamen. De stap naar het slaan ter correctie is dan snel gezet. Ondanks alle voornemens dit niet te doen, blijkt men onvoldoende gereedschap in handen te hebben om in zulke gevallen een adequate houding naar het kind te blijven behouden. Vanuit een emotioneel en impulsief handelen kunnen er ernstige dingen gebeuren.

Idealistische pleegouders

Wij kennen geen enkele pleegouder die zich voorneemt om te mishandelen, wel kennen we pleegouders die erg idealistisch zijn, soms té. Soms hebben ze te hoge verwachtingen en denken ze te lichtvaardig over het opvoeden van een pleegkind. Pleegouders beseffen niet altijd voldoende welke impact een pleegkind heeft op de echtelijke relatie en op de relatie met hun eigen kinderen. Het blijkt vaak moeilijker dan verwacht. Soms zelfs zo moeilijk, dat je het niet meer weet en niet meer aankunt. Uit machteloosheid schiet je uit je slof. Het gaat dan vaak allang niet meer alleen over het moeilijke gedrag van het pleegkind. Het hele gezin lijdt eronder. De echtelijke relatie staat onder druk. Je voelt de ogen van de kritische omgeving op je gericht. Je kan niet meer en je haalt uit.

Negatieve aandacht

Pleegkinderen zijn per definitie ernstig beschadigd, ze zijn te kort gedaan in hun bestaan, in hun investeringen in nauwe relaties. Vaak weten ze het verschil niet tussen ‘onveilig’ of ‘veilig’ opgroeien. Onveilig is voor het kind dat bij zijn ouders in een onveilige situatie verkeerde, vaak vertrouwder dan veilig. Het kind heeft niet geleerd hoe het positieve aandacht moet vragen.

Dit kan leiden tot een destructieve manier van aandacht vragen. Het vraagt als het ware om klappen. Het kind handelt zo om door de pleegouders gezien en erkend te worden. Het kind probeert wanhopig om zichzelf in de nieuwe situatie in het pleeggezin een plaats te geven. Soms gaat dit ten koste van de andere gezinsleden. Het pleegkind kan zichzelf zo centraal stellen dat de eigen kinderen zich in de kou gezet voelen en zich in de steek gelaten voelen door hun ouders. Alle aandacht gaat uit naar het opvoeden van het pleegkind en het omgaan met de conflicten en breuken die dit kind weet te veroorzaken. Het eigen kind kan uit het oog verloren worden, omdat het als ‘vanzelfsprekend’ wordt ervaren door de ouders. Ook het eigen kind kan hierdoor op een negatieve manier aandacht gaan vragen.

De pleegouder kan uit machteloosheid over de grens gaan en naar machtsmiddelen grijpen om het pleegkind onder controle te krijgen. Wanneer het dilemma eigen kind versus pleegkind aan de orde komt en de pleegouder voor een keuze wordt geplaatst, zullen zij voor hun eigen kind kiezen. Het eigen kind – de existentiële band – gaat vóór de verworven band met het pleegkind.

Wirwar

Pleegkinderen zijn uit het eigen gezin gehaald, omdat de omstandigheden daar onvoldoende waren voor een goede ontwikkeling van het kind. De uithuis­plaatsing en de situatie die hieraan vooraf ging, hebben het kind getraumatiseerd. Het kind heeft van huis uit niet meegekregen hoe je op een goede, positieve manier relaties aan kan gaan. Het moet echter bij plaatsing in een pleeggezin vaak meerdere nieuwe relaties aangaan. Dit terwijl het kind zich sterk verbonden voelt met zijn ouders. Het aangaan van een nieuw verbond met pleegouders en/of hun kinderen kan als verraad aan de ouders gevoeld worden. Deze wirwar van verbondenheden en loyaliteiten kan het kind danig in de war brengen en leiden tot onhandelbaar gedrag.

Keuze

Van het pleeggezin wordt verwacht dat er een positief en stabiel opvoedingsklimaat heerst, waarbij duidelijke grenzen getrokken worden. De pleegouders zijn uitvoerig gescreend en voorbereid op het opvoeden van een pleegkind. Toch blijkt de praktijk weerbarstig en grillig te zijn, waar de pleegouders moeilijk op kunnen anticiperen. Ondanks alle rust en regels binnen het gezin kan het voorkomen dat een pleegkind de pleegouder zover krijgt, dat hij of zij niets anders kan roepen dan: “Verdwijn, voordat er nare dingen gebeuren”. Dan heeft er zich al heel wat afgespeeld. Een andere pleegouder gaat misschien de grens over en handelt. Mishandelt.

Conclusie is dat er rekening gehouden moet worden met alle verschillende verbondenheden en dat er voor gezorgd moet worden dat deze allemaal naast elkaar mogen bestaan. Hoe slecht de eigen ouders het ook deden, het kind blijft aan hen verbonden. Ook moet er ruimte zijn voor het mogen verbinden aan de pleegouders, zonder schuldgevoelens naar de ouders. Elke pleegouder is ten alle tijden verantwoordelijk voor het aan hem of haar toevertrouwde pleegkind en moet zich ervan bewust zijn dat hij of zij de keuze heeft om wel of niet te (mis)handelen. •

Wim van Mulligen is klinisch en gezondheidspsycholoog en psychotherapeut. Hij heeft een zelfstandige praktijk voor therapie, supervisie en teambegeleiding. Hij volgde een opleiding in de contextuele therapie bij Prof. Dr. I. Boszormenyi Nagy te Philadelphia en bij Ammy van Heusden in Amsterdam. Hij is als staflid verbonden aan Leren Over Leven, leerschool voor Contextuele Hulpverlening en is medewerker van Ortho-consult.

Erna Lindeman werkt bijna 20 jaar in de jeugdhulp­verlening. Ze is schoolmaatschappelijk werkster en heeft daarnaast een eigen praktijk voor relatie- en gezondheidsproblemen, advies en contextuele therapie. Ze is opgeleid bij Leren Over Leven in Antwerpen.


Tags: , ,