Ingezonden brief: Gedesillusioneerde pleegouders

In Mobiel nummer 4 ging het thema over ‘Samenwerken met ouders’. We vroegen om bijdragen die de nadruk leggen op de manier waarop de samenwerking goed kan verlopen. Vanuit de instelingen ligt er steeds meer nadruk op contact met ouders opdat de band tussen ouders en kind zo optimaal mogelijk blijft. Naast tips en positieve verhalen kreeg de redactie ook post van pleegouders waarbij het contact, ondanks hun inzet, minder goed is verlopen.

“We kennen allemaal de verhalen over de moeite om afspraken te maken met ouders en hoe moeilijk het is voor kinderen om heen en weer geslingerd te worden tussen ouders en pleegouders. Die verhalen laten we even voor wat ze zijn. In het thema richten we ons op hoe goed de samenwerking kan verlopen” (Mobiel nr. 3, 2007).

Hierop reageerde een lezer:
“Ik denk dat u met dit thema valse verwachtingen wekt. Het is niet voor niks dat we ‘allemaal die verhalen kennen…’, want dát is de realiteit. Het gros van de pleegkinderen zit in een pleeggezin, omdat hun eigen ouders hun geen veilige jeugd kunnen bieden. In de praktijk blijkt, dat de ouders veelal ook niet in staat zijn om met pleegouders en hulpverleners samen te werken.

Toen tien jaar geleden onze pleegdochter bij ons kwam wonen, hebben we ook haar familie in ons hart en huis binnen gelaten. Onze pleegdochter zou bij ons opgroeien én contact houden met haar biologische achtergrond. Wij zouden één grote familie worden rond dit kind. Al gauw bleek, dat onze ideeën over de opvoeding afweken van die van haar familie. De familie begon zich tegen ons te verzetten, de relaties werden afstandelijker. Op den duur dienden zij zelfs klachten in bij pleegzorg, jeugdzorg en bij het anonieme meldpunt kindermishandeling (AMK). Aanvankelijk ging de hulpverlening daarin mee. Er ontstond wantrouwen. Toen de familie eiste dat onze pleegdochter onmiddellijk uit huis geplaatst zou worden, dreigde ons gezin er aan onderdoor te gaan. Wij stonden op het punt om haar te laten gaan om zo de rest van ons gezin te redden. Alleen doordat we wisten dat zij ergens anders niet meer zou functioneren, hebben we het volgehouden. Uiteindelijk zag de hulpverlening dat ook in. Men kwam tot de conclusie dat ze bij ons moest opgroeien en schaarde zich uiteindelijk achter ons. De familie strijdt echter door: stookt het kind tegen ons op, doet een té groot beroep op haar loyaliteitsgevoelens, wijst onze opvoeding aan als oorzaak voor haar emotionele schade.

Inmiddels is er bij alle leden van ons gezin zeer veel schade aangericht. Wij dachten de spiraal van ellende in deze familie te kunnen doorbreken. In plaats daarvan kregen wij hun onverwerkte verdriet, woede en frustratie er bij. Dat kunnen we eigenlijk niet hebben bij de zorgen om onze pleegdochter. Het allerergste is, dat onze pleegdochter van haar familie nog steeds geen toestemming krijgt om bij ons gelukkig te zijn. Daardoor kan zij dus ook nooit gelukkig worden.

Ons verhaal is helaas geen uitzondering. De succesverhalen die jullie willen publiceren, zijn dat jammer genoeg wel. Het is fijn dat ze er zijn, maar door ze te bundelen, geven zij een vertekend beeld van de werkelijkheid. Samenwerking tussen ouders en pleegouders heeft het pleegkind nodig. De pleegouders willen dat wel. Toch zal het zelden lukken, doordat de biologische familie er niet toe in staat is.”


Tags: ,