Geen indicatie de deur uit zonder Eigen Kracht-indicatie

Bewerking: Mirte Loeffen  

De Mobiele Brigade onderzoekt het pleegzorgbeleid van de verschillende provincies. Waar liggen de speerpunten, wat zijn de paradepaardjes en wat verdient meer aandacht maar wordt onder het tapijt geschoven? Mobiel zoekt het uit. Voor deze aflevering bezocht Mobiel de provincie Overijssel.

De feiten

Aantal jongeren tussen de 0 en 18 jaar is 260.000. Zij vormen 23,5% van de bevolking. Er zijn 620 pleegzorgplaatsen in Overijssel waarvoor € 5,8 miljoen beschikbaar is. De NVP wordt gesubsidieerd voor € 40.000. Pleegzorg wordt in Overijssel aangeboden door Trias Jeugdhulp (555 plaatsen) en Pactum (65 plaatsen). In totaal 72 plaatsen betreffen crisispleegzorg. Daarnaast zijn er 16 zomergezinnen actief in Overijssel. Dit zijn gezinnen die inspringen in de tijd dat crisispleegouders met vakantie zijn. Netwerk­pleegzorg maakt in Overijssel 40 tot 50% van het aanbod uit.

Vraag van gezinnen staat centraal

Bennie Kock werkt nu vijf jaar bij de provincie als accountmanager van Bureau Jeugdzorg en van de zorgaanbieders. Met name de afgelopen anderhalf jaar, zo vertelt hij, heeft er een grote omslag plaatsgevonden in Overijssel. De vraag van gezinnen met problemen komt steeds meer centraal te staan. Het is de bedoeling dat per 1 januari 2010 voorafgaand aan alle indicaties een Eigen Kracht-conferentie plaats vindt.

Ook gedurende het hulpverleningstraject zal op verschillende momenten een Eigen Kracht-conferentie ingezet kunnen worden om het door het netwerk bedachte plan te toetsen en zo nodig te herzien. Pleegzorg wordt daarbij steeds meer een onderdeel van een hulpverleningstraject naast andere hulpverleningsvarianten.

Daarmee is de omslag ook gemaakt in het veel intensiever samenwerken tussen verschillende instellingen (intersectorale samenwerking). In een proefregio in Twente wordt dat uitgeprobeerd met multi-probleemgezinnen onder de noemer: ‘één gezin, één plan’. In deze pilot nemen provincie, zorgkantoor en gemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de financiering van de zorg op zich. Het netwerk en de hulpverleners bedenken een plan, maar hoeven verder geen energie te steken in de randvoorwaarden die nodig zijn voor de uitvoering. In de woorden van Bennie Kock: “We hebben in Overijssel met zijn allen stevig de hand aan de ploeg geslagen.” Maar hoe kreeg Overijssel dat voor elkaar?

Ross-gelden gebruikt voor innovatie

In 2006 zijn de zogenaamde Ross-gelden uitgezet. Dit was incidenteel geld om de wachtlijsten te bestrijden. Overijssel kreeg in 2006 ? 9 miljoen waarvan in 2007 € 1,7 miljoen over was om de bereikte resultaten te bestendigen.

Al bij het vrijkomen van de Ross- gelden besloot de provincie het incidentele geld niet te investeren in het bestaande. In Overijssel was al eerder geïnvesteerd in efficiënter werken in de jeugdzorg en kennelijk – wachtlijsten waren er nog steeds – moest het roer nog verder om. Met het investeren in de Eigen Kracht-conferentie en in intersectorale samenwerking worden meerdere vliegen in één klap geslagen.

De wachtlijsten nemen af, omdat het netwerk actiever betrokken wordt bij het beantwoorden van hulpvragen en in veel gevallen ook bij het bieden van hulp. Hierdoor is minder professionele hulp nodig en de zorg­aanbieders kunnen innoveren in hun werkwijze en aanpak. Nog belangrijker: de ervaren kwaliteit van geleverde zorg van zorgvragers zal toenemen. Bij de provincie is de overtuiging dat zorgaanbieders graag willen innoveren, maar daartoe ook de ruimte moeten ervaren. De Ross-gelden gaven die ruimte.

Liever pleegzorg dan residentieel

Overijssel kent een traditie van groot residentieel aanbod. Uit onderzoek bleek dat relatief veel Overijsselse jongeren in de residentiële jeugdhulpverleningsinstellingen zijn geplaatst. Er woonden jongeren met een justitiële achtergrond en ook veel jongeren met een licht verstandelijke handicap en jongeren met psychiatrische problematiek. Oftewel er kwam ‘verkeerde bedden problematiek’ aan het licht. Door intersectoraal, met verschillende instellingen, de koppen bij elkaar te steken zijn er constructieve samenwerkingsrelaties ontstaan. De kinderen die in een residentiële instelling wonen, wil de provincie in eerste instantie weer thuis bij hun ouders hebben. Als dit niet lukt, dan liever een pleeggezin dat een meer natuurlijke sociale context biedt.

De provincie wil een steeds gedifferentieerder aanbod om de hulpvraag van jeugdigen beter te beantwoorden. Dit zou in de vorm van integrale hulpverleningsarrangementen moeten. Te denken valt aan één zorgaanbieder die hoofdaannemer is en waar nodig zorg bij andere zorgaanbieders inkoopt om het palet van wat er nodig is te completeren. Een jongere heeft dan met nog maar één instelling te maken.

Het geheim van Overijssel

Kenmerkend aan Overijssel is dat provincie, zorgkantoren, gemeenten, Bureau Jeugdzorg en zorgaanbieders elkaar op hoofdlijnen vinden en in harmonie tot een constructieve samenwerking komen. Daarbij wordt ten aanzien van pleegzorg dankbaar gebruik gemaakt van de kritische geluiden van de NVP. De NVP heeft directe lijntjes met de Provinciale Staten en profileert zich steeds sterker. Daarin draagt de vereniging ook steeds meer bij aan het krachten­veld van overheden en zorgaanbieders.

Als het proces stroef loopt, heeft dit te maken met verwachtingen tussen partijen die over en weer niet altijd uitkomen, zoals bijvoorbeeld het tempo waarin wachtlijsten weggewerkt kunnen worden. Hulpverleners struikelen nog al eens over het watermerk van de Eigen Kracht-conferentie: een onafhankelijk coördinator. De provincie heeft in deze het laatste woord: we gaan het gewoon zo doen! •

====
Kader
====

Wat vindt u van dit beleid?

Een 9 omdat de vraag van cliënten centraal wordt gezet of een dikke onvoldoende omdat de provincie veel te veel stuurt? Mail of schrijf ons (maximaal 200 woorden), het adres staat in het colofon.

Wiel Peeters, pleeg­vader uit Aalst reageerde op het artikel over Noord-Brabant:

Jeugdzorg Brabant onder de maat

In het interview komt duidelijk de kwantiteit aan bod: er is inmiddels fors meer geld vrijgemaakt, een professionele wervingscampagne is gestart, er worden meer zorgaanbieders geworven. In het bedrijfsleven zijn dit ook de zaken waar accountmanagers op worden afgerekend, meer geld, meer klanten! Gelukkig komt ook de verbetering van de dienstverlening aan pleegouders aan bod; dat bestaat uit huiswerkbegeleiding, invullen van formulieren, opzetten van praatgroepen. Dat komt bij mij over als het helpen van kansarmen!

Nu komt slechts minder dan een kwart van de middelen bij de kinderen; de rest is organisatie en bureaucratie. Het goede punt is het opstarten van een pleegzorgfonds. Waarom is het verloop bij pleegouders zo groot? Lande­lijk in 2006 zijn er 2952 nieuwe pleegouders en houden 2081 pleegouders er mee op (bron factsheet SPN 2006). Structureel is er iets mis. Pleegouders zijn dé specialisten op het gebied van praktisch opvoeden, missen echte medezeggenschap op beleidsniveau en belangenbehartiging. Bij specialistische pleegzorg moeten de faciliteiten en middelen meer bij de pleegouders terecht komen. Zorg dat capaciteiten van pleegouders worden benut. Natuurlijk hoort daar afstemming bij. Alleen de echte idealisten onder pleeg­ouders houden dit zo vol! Door de aandacht voor het pleegzorgfonds kom ik toch nog op een vijf!


Tags: ,