Een medewerker die de weg weet

Auteur: Bertus Wiggerts  

Als beroepskracht in de pleegzorg krijg je waarschijnlijk vroeg of laat een keer te maken met kindermishandeling (waaronder ook seksueel misbruik wordt verstaan) en de wijze waarop er met kindermishandeling of een melding van kindermishandeling wordt omgegaan. Het ligt voor de hand in eerste instantie het Advies- en Meldpunt van Bureau Jeugdzorg in te schakelen (AMK). Zinvol, maar in een werksituatie is dat niet altijd voldoende. Dikwijls is echter niet direct duidelijk hoe er gehandeld moet worden. Al snel wordt er een collega geraadpleegd die toevallig met een vergelijkbare zaak te maken heeft gehad of het vermoeden wordt in het team besproken en daar blijft het bij, omdat het vermoedens zijn. Het handelen blijft achterwege vanuit onwetendheid of onbekendheid. Expertise is dikwijls niet voldoende aanwezig of te veel versnipperd. In die context is het zinvol kennis over misbruik en in het bijzonder de kennis van hoe te handelen in voorkomende gevallen te concentreren in een klein aantal personen, de zogenaamde ‘aandachtsfunctionarissen kindermishandeling’.

In instellingen voor gehandicaptenzorg is de functie van aandachtsfunctionaris steeds meer ingeburgerd. De problemen waar men aldaar tegenaan loopt op het gebied van omgangsvormen, seksualiteit, seksueel misbruik en mishandeling zijn divers en niet altijd helemaal vergelijkbaar met de jeugdhulpverlening. Toch zijn er zeker overeenkomsten. Welk gedrag van de werker naar de cliënt is gewenst of aanvaardbaar en wat is ongewenst en onaanvaardbaar? Die vergelijking is door te trekken naar een pleeggezin en het daar wonende pleegkind. Ongetwijfeld komen thema’s als mishandeling en seksualiteit in begeleidingsgesprekken aan bod. Waar liggen grenzen, hoe gaan pleegouders om met agressie en met intimiteit? Wat kan het effect hiervan zijn op een kind?

Bespreekbaar maken

Het is bekend dat een groep pleegzorgbegeleiders het bespreken van deze onderwerpen lastig vindt en deze uit onmacht achterwege laat. Het is een van de taken van de aandachtsfunctionaris deze onderwerpen op de agenda’s van de verschillende teams te houden. Niet alleen signalen van misbruik leren herkennen en daarop handelen, maar juist ook het trainen van medewerkers in het bespreekbaar maken van vraagstukken rondom seksualiteit en misbruik. Daarmee wordt voorkomen dat de aandacht alléén uitgaat naar het zogenaamde ‘reactiebeleid’, het handelen na gesignaleerd of geconstateerd misbruik. Preventief en actief beleid dus.

Hoe handel je?

De aandachtsfunctionaris weet in gevallen van mishandeling of vermoedens van mishandeling ook precies hoe er gehandeld moet worden. Het te snel tot actie overgaan kan, vooral juridisch, een valkuil zijn. De aandachts­functionaris weet hoe een plan van aanpak opgesteld moet worden. Wie daarvoor benaderd moeten worden en wie wat wanneer moet doen. Een en ander is nauw gelieerd aan het protocol kindermishandeling.
Bij de pleegzorginstelling De Rading in de provincie Utrecht is onlangs besloten twee functionarissen kindermishandeling aan te stellen. Medewerkers die naast hun reguliere werk vier uur per week de rol van aandachtsfunctionaris verder invulling gaan geven. Daartoe sluiten zij zich aan bij een landelijk netwerk en zullen zij trainingen gaan volgen. Trainingen die, eventueel op maat, onder andere door Movisie (1),  gegeven worden. •

(1)  Movisie is een landelijk kennis- en adviescentrum dat de participatie en de zelfredzaamheid van burgers wil bevorderen. www.movisie.nl


Tags: , ,