Stap voor stap – Verantwoord pleegouder worden

Pleegouder word je niet zomaar. Na het informatiepakket en de informatieavond is het wachten op de voorbereidingscursus. Die neemt al gauw zo’n drie maanden in beslag. Als de cursus is afgerond en het pleegouderverslag is geschreven, begint het wachten op een goede matching tussen de nieuwe pleegouders en een pleegkind. Er zijn kinderen die wachten en die lijsten worden steeds langer. Kan dat voortraject niet sneller?

Op 12 juni werd er in Utrecht een landelijk overleg gehouden voor medewerkers aan werving en voorbereiding van pleegouders, georganiseerd door Pleegzorg Nederland. Het doel was ervaringen en kennis uit te wisselen, omdat sommige instellingen bezig zijn met het aanpassen van hun voorbereidingscursussen en hun selectie. Een direct resultaat van deze dag is dat er een databank wordt opgezet van alle materialen die de instanties gebruiken bij de werving en voorbereiding van aspirant-pleegouders. Een van de vele knelpunten die besproken werden, was kwantiteit versus kwaliteit ofwel productie versus veiligheid. Je bent er niet met goed voorbereiden alleen. Er zou meer ruimte en een goede methode moeten zijn voor de individuele voorbereiding. Een van de deelnemers vertelde: “Soms voel je dat er iets niet klopt bij aspirant-pleegouders, maar je krijgt je vinger niet op de zere plek. De aspirant-pleegouders geven goede antwoorden, doen enthousiast mee op de cursusavonden, ontvangen je thuis hartelijk en toch… je voelt dat er iets is.

Vorig jaar maakte ik zoiets nog mee. Met mijn collega heb ik deze mensen een keer extra bezocht. We hebben er daarna lang over gepraat, maar we hadden geen gegronde reden om hen af te wijzen. Toen het pleegouderverslag klaar was en de matcher een afspraak wilde maken voor nadere kennismaking, vertelde de aspirant-pleegvader dat ze niet verder konden gaan omdat hun huwelijk was stukgelopen. Had dit eerder duidelijk kunnen worden? Gelukkig was er nog geen plaatsing gerealiseerd en werd er geen kind de dupe van.”
Waar moeten pleegouders aan voldoen?

Er zijn drie wettelijke criteria waaraan pleegouders moeten voldoen:
•De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verklaring van geen bezwaar afgegeven.
• De aspirant-pleegouders zijn minimaal 21 jaar oud.
•De pleegouders bieden ondersteuning bij de uitvoering van het hulpverleningsplan en aanvaarden de begeleiding door de aanbieder van pleegzorg.

De derde wettelijke eis is vertaald in een aantal inhoudelijke criteria die in het voorbereidings- en selectietraject (STAP = Samenwerking Team Aspirant-Pleegouders) door de instelling voor pleegzorg worden beoordeeld:
• Openheid en duidelijkheid in het contact.
• Het delen van ouderschap.
•Kinderen helpen een positieve kijk op zichzelf te ontwikkelen.
• Kinderen helpen hun gedrag te veranderen zonder hen pijn te doen.
•Het inschatten van de uitwerking die het pleegouderschap heeft op het eigen gezin.

Naast deze wettelijke criteria zijn er nog meer eisen. Aspirant-pleegouders moeten bereid zijn om mee te werken aan de procedures die een instelling voor pleegzorg hanteert. Ze moeten openstaan voor de informatie die hen aangereikt wordt en ze moeten ook bereid zijn informatie over zichzelf te verschaffen. Alle leden van het gezin dienen achter het besluit te staan om pleegzorg te gaan doen, ook de kinderen. In het gezin moet een gezond geestelijk klimaat heersen: overmatig drankgebruik zal geen positieve invloed hebben op het pleegkind. Het is ook belangrijk dat de aspirant-pleegouders eventuele verliezen die zij hebben geleden, verwerkt hebben. Zij kunnen dan omgaan met de verliezen die het kind lijdt of heeft geleden zonder dat dit spanning in het gezin teweegbrengt. Het gezin moet zich ook in een stabiele situatie bevinden: bij een naderende verhuizing of een nog lopende psychotherapie kan beter gewacht worden tot het gezin in rustiger vaarwater is gekomen.

Zelfselectie

In de maanden die het voorbereidings­programma STAP in beslag neemt, gaan de aspirant-pleegouders zich realiseren wat het opvangen van een pleegkind inhoudt en gaan zij bij zichzelf na of pleegzorg bij hen past: de zelfselectie komt op gang.

Aspirant-pleegouders haken soms tijdens de voorbereiding af om verschillende redenen: ze hadden niet ingeschat dat er veel meer aan vastzit dan voor een kind zorgen. Het contact onderhouden met de biologische ouders, de samenwerking met de verschillende partijen, het besef dat het niet je eigen kind wordt, een uitgebreid gezinsprofiel invullen: allemaal dingen waar je niet meteen aan denkt als je een wervend spotje ziet. Ook de geschiedenis van de kinderen met alle consequenties van dien, dringt tijdens de voorbereiding door tot de deelnemers. Het komt ook voor dat een van de twee aspirant-pleegouders er niet meer mee verder kan of wil.

De voorbereiders observeren de deelnemers. Hun bevindingen worden besproken met de aspirant-pleegouders tijdens het huisbezoek en bij het eindgesprek. Indien nodig komt er een extra gesprek. Het is een wederzijds beslissingsproces: de pleegzorginstelling moet voldoende vertrouwen hebben in een veilige en stabiele plek voor een pleegkind en de aspirant-pleegouders moeten zich zeker voelen over hun kennis en vaardigheden om voor een pleegkind te zorgen.

De zeven avonden zijn bedoeld om de grootst mogelijke kans van slagen van een plaatsing te waarborgen. “Laat het programma zijn werk maar doen,” zegt Henk Meijer, die pleegzorgwerkers en pleegouders opleidt om de STAP-voorbereiding aan aspirant-pleegouders te geven. “Wijs niet van tevoren mensen af. Als er voldoende tijd en aandacht is in de voorbereiding, wordt door zelfselectie veel duidelijk. STAP is een voorbereiding, geen training.”

Problematiek kinderen groter

Het Nederlands Dagblad publiceerde op 3 maart van dit jaar een artikel met de titel “Opleiding pleegouders in het gedrang”. Daarin werd geschreven dat diverse instellingen voor pleegzorg in Nederland overgaan tot verkorting van de training van zeven avonden naar vijf, vier of zelfs drie avonden. Ooit begon STAP met tien avonden. Dat bleek te veel te zijn en daarom werden het zeven avonden. Organisaties vinden het proces om uiteenlopende redenen soms nog te lang. De aspirant-pleegouders begrijpen echter dat het nogal een klus is om een pleegkind in huis te nemen en zijn gemotiveerd om dat zorgvuldige proces te doorlopen.

Bovendien is het zo dat de laatste jaren de situaties waar de kinderen uit komen, problematischer zijn geworden. Er wordt eerst geprobeerd binnen het gezin de situatie te verbeteren. Pas als dat niet lukt, wordt pleegzorg een optie. De kinderen hebben dan vaak al zoveel meegemaakt, dat ze er schade door hebben opgelopen. Een intensieve opleiding en voorbereiding van pleegouders is daarom geen overbodige luxe. Door veel instellingen worden enkele maanden na het begin van de plaatsing modules aangeboden die de deskundigheid van de nieuwe pleegouders kunnen vergroten, bijvoorbeeld over hechting of over contact met ouders en loyaliteit. Dat spreekt deze pleegouders aan, doordat zij al aan den lijve ondervinden wat pleegzorg inhoudt.

Digitale vragenlijsten

Het ontbreekt de Nederlandse pleegzorg aan betrouwbare instrumenten bij de selectie. In Amerika zijn deze wel ontwikkeld. Eén daarvan is het CHAP: Casey Home Assessment Protocol, een vragenlijst die bruikbaar is bij de voorselectie. De vragenlijsten worden door beide aspirant-pleegouders, onafhankelijk van elkaar, digitaal ingevuld. Aan de Rijksuniversiteit van Groningen is door studenten onderzoek gedaan naar het CHAP (1). De conclusies zijn dat de vragenlijsten betrouwbaar zijn, maar dat het op dit moment nog niet toereikend is om alleen het CHAP te gebruiken.

Dr. Johan Strijker (2) zegt hier over: “Vragenlijsten kunnen nooit het gesprek vervangen, maar kunnen wel een goede aanzet zijn tot het gesprek. We hopen dat de vragenlijsten ook een voorspellende waarde kunnen hebben: welke kenmerken duiden op een voortijdige uitval van de pleeg­ouders en dus op een afgebroken plaatsing. Kun je aan de hand van die kenmerken extra ondersteuning bieden zodat de afgebroken plaatsing voorkomen kan worden? Zoals je bij de kindkenmerken aan de ernst van het probleemgedrag en aan de hand van de hulpverleningsgeschiedenis de risico’s kunt inschatten.” Op de site (3) wordt geconcludeerd dat de digitale afname en verwerking van de vragenlijsten het onderzoek goedkoper en efficiënter maakt.

Spanningsveld

De pleegzorgwerkers moeten voldoende faciliteiten hebben om het hele proces goed te kunnen begeleiden. De voorbereiding van de cursusavonden, het lezen en uitwerken van de gezinsprofielen, het voorbereiden van het huisbezoek, het voeren van de eindgesprekken en het schrijven van het pleegouderverslag nemen heel veel tijd in beslag. Een belangrijk punt is ook dat er een goede afstemming moet zijn tussen STAP-begeleiding en screening enerzijds en matching anderzijds.

De matcher moet zichzelf een beeld vormen van het gezin, maar doet er goed aan het voorstel voor een plaatsing af te stemmen met degene die het gezin heeft begeleid gedurende de voorbereiding.

De pleegzorgcampagne heeft voor veel nieuwe aanwas gezorgd en de pleegzorginstellingen hebben hun handen vol aan het organiseren van de voorbereiding en begeleiding van de nieuwe pleegouders. Het is belangrijk om een groot aantal pleegouders binnen te halen, maar het is ook belangrijk dat deze pleegouders een kwalitatief goede plek aan het kind bieden.

Er is een spanningsveld tussen deze twee. De drempel voor aspirant-pleegouders verhogen betekent, dat de kwantiteit daalt en de kwaliteit groeit. De drempel voor aspirant-pleegouders verlagen kan betekenen dat de kwantiteit groeit en de kwaliteit daalt. Aangezien de STAP-voorbereiding geen veiligheidsgarantie kan bieden, mag er nooit gekozen worden voor het verlagen van de drempel. Het is erg dat sommige kinderen lang moeten wachten op een plaats in een pleeggezin, maar beter wat langer wachten dan terecht komen in een minder veilige en minder stabiele situatie. Nog beter: het voorbereidingstraject van aspirant-pleegouders zoveel faciliteit geven dat er geen kinderen zijn die lang moeten wachten! •

(1)  Casey Home Assessment Protocol, Een nieuw instrument voor assessment, matching en begeleiding binnen de Nederlandse pleegzorg door P. Jongeling – Groningen 2005  en
Assessment van aspirant-pleegouders door A. Pheifer en J.J. Schoute – Groningen 2006
(2)  Dr. Johan Strijker, universitair hoofddocent vakgroep Orthopedagogiek/Jeugdzorg aan de Rijksuniversiteit Groningen.
(3)  www.pleegzorg.info


Tags: ,