Robert (18): “Ik vind het belangrijk om familie om me heen te hebben”

Redacteur Ben Wagner sprak met Robert, Trees en Fokke. Robert is een bijna achttienjarige jongen, die twijfelt of hij naar de marine of een ander legeronderdeel wil. Robert woont in het pleeggezin van Trees en Martin, waar ook een zusje van Robert woont en een aantal adoptiekinderen. Trees is een door de wol geverfde pleegmoeder. Fokke is de oom van Robert en bij hem vindt het gesprek plaats.

Ergens is geschreven dat een pleegkind eigenlijk een ‘leenkind’ is, omdat kinderen tegenwoordig eerder naar hun ouders terug­keren en omdat ouders veel vaker betrokken worden bij en tijdens een pleeggezinplaatsing. Echter, een boek of cd leen je, maar een kind niet. Bij een plaatsing is het belangrijk of er een duidelijk vooruitzicht is. Bij Robert was dat zo, de contacten bleven goed met zijn beide opa’s en oma’s en ook Trees vond deze contacten heel belangrijk. Loyaliteit naar ouders en familie is niet weg te denken in relaties. Kinderen blijven loyaal aan het gezin van oorsprong, ook al zijn door omstandig­heden de banden met de ouders verbroken. Robert: “Ik was en ben nog steeds nieuws­gierig naar mijn ouders, ik ben ook loyaal naar ze. Daarom vind ik het belangrijk om familie om me heen te hebben. We ondernemen samen dingen. Mijn grootouders hebben veel voor mij betekend. Ik heb geen contact met mijn ouders. Ik heb mijn moeder ooit één keer gezien bij jeugdzorg.”

Voor Robert is dat zwaar, nog steeds, maar hij is realistisch genoeg om in te zien dat dat niet zijn leven moet gaan bepalen. Hij geniet erg van de goede relatie die hij en zijn pleegouders onderhouden met zijn familie. Zijn oom Fokke heeft de fakkel overgenomen van zijn ouders en heeft nu het meeste contact met Robert en zijn pleegouders.

Invoegen in het gezin

“Toen ik vijf was, kwam ik bij Trees en Martin wonen. Ik was bij een ander pleeggezin weggegaan omdat ik daar te druk bleek te zijn”, vertelt Robert. “Bij Trees ging het goed, al zijn er wel eens moeilijke tijden geweest. Nu loopt het lekker en zijn we wel aan elkaar gewaagd.” Op zo’n jonge leeftijd, vijf jaar, is het de vraag of er nog sprake kan zijn van hechting.
Trees: “Robert kon zich goed inpassen in ons gezin, ondanks dat hij verschillende opvoedingssituaties achter de rug had die niet altijd soepel verliepen. Het hangt er toch sterk vanaf hoe je insteek is wanneer een kind in je gezin komt wonen. Als je ook openstaat voor de moeilijkheden die ongetwijfeld op je pad komen en die een goede hechting kunnen verstoren, dan vraagt dat een volle inzet om er iets van te maken. Een kind voelt zich dan gewenst en zal zich makkelijker hechten en thuis voelen in de nieuwe situatie.”

Rol zorgverlener remmend

Robert woont nu al weer dertien jaar bij Trees en Martin. Een van zijn adoptiebroers is van zijn leeftijd en hij kan het goed met hem vinden. Robert voelt zich gewenst en ziet het gezin als zijn thuis. Trees: “Ik heb veel gehad aan de Mobiel met het thema “Achttien jaar”, want voor ons en voor Robert houdt de relatie niet zomaar op nu hij achttien is. Na je achttiende jaar heb je nog steeds een gezin nodig. Dat geldt ook voor Robert die ons in zijn keuzes voor de toekomst graag laat meedenken.”

Robert is heel blij dat zijn zusje een paar jaar geleden bij hem is komen wonen. Dat ging niet zonder slag of stoot en het verbluffende hierbij is dat een strijd tussen twee organisaties er bijna voor zorgde dat de plaatsing bij Trees niet doorging. Het wrange geluk was dat een voorgestelde plaatsing elders mislukte.
De contacten met een ander zusje van Robert verlopen nog steeds moeizaam en ook hier speelt de ‘zorgverlener’ een remmende rol. Robert vindt zelf dat hij geen reden heeft om te klagen: “Ik heb om de zoveel tijd gesprekken met mijn gezinsvoogd. Hij voelt goed aan wanneer hij juist wel of juist niet nodig is.”

Familieband onderling sterk

“Regelmatig ontmoet ik, samen met mijn zusje en pleegouders, onze andere broertjes. Zij wonen bij een pleeggezin in de buurt,” vertelt Robert. “Ook mijn oom en zijn partner en mijn opa’s zie ik vaak.” Zo nu en dan gaat Robert met oom Fokke leuke dingen doen of ze organiseren een familiedag. Oom Fokke vindt het bijna een vereiste dat hij en zijn neven en nichten elkaar blijven zien en ontmoeten: “Vroeger vingen mijn ouders de kinderen heel vaak op. Zij zorgden voor Robert en zijn zusje. Ik vind het mijn taak om dat over te nemen, vooral omdat mijn ouders de familieband onderling sterk hebben willen houden.”

Aandacht door professionaliteit?

Ben Wagner: “Ik kan me nog goed herinneren dat toen ik acht was, mijn ouders een pleegkind in huis namen. Een probleemkind uit een achterstandsgezin, zo heette dat toen. Mijn moeder ging regelmatig op bezoek bij dat gezin om wat ‘bij te kletsen’. Dat was de normaalste gang van zaken, daar was niets apart aan. Heeft de professionaliteit ervoor gezorgd dat het betrekken van ouders tegenwoordig als aandachtspunt gezien moet worden?” •


Tags: , ,