Lokale hulptroepen en een Brabants pleegzorgfonds

Auteurs: Mirte Loeffen en Rick van de Locht  

De Mobiele Brigade onderzoekt het pleegzorgbeleid van de verschillende provincies. Waar liggen de speerpunten, wat zijn de paradepaardjes en wat verdient meer aandacht maar wordt onder het tapijt geschoven? Mobiel zoekt het uit. Voor deze aflevering bezocht Mobiel de provincie Noord-Brabant.

Ivoren toren?

Het provinciehuis in Den Bosch ligt aan de rand van de stad. Het is een gebouw met een heel hoge toren, nee niet van ivoor. We worden in een gigantische hal op een bank gezet en even later opgehaald door de secretaresse van Tanja Mandersloot die ons zes etages hoger in een kamertje met prachtig uitzicht aflevert.

Mandersloot behoort tot het kernteam van de jeugdzorg en is accountmanager van de zorgaanbieders. Het kernteam richt zich op de grote jeugdzorgorganisaties, zoals de Bureau’s Jeugdzorg en de zorgaanbieders uit de provincie. Naast het kernteam is er een ketenteam dat zich richt op het gemeentelijk jeugdbeleid. Zij coördineren de afstemming tussen alle betrokken partijen in een zorgtraject. In totaal werken er 20 mensen voor jeugdzorg op het provinciehuis. Anderhalf jaar geleden is deze werkwijze bedacht. Er heeft toen een grote reorganisatie plaats­gevonden als reactie op de nieuwe wet op de jeugdzorg waarin van provincies een sterker sturende rol ten aanzien van de provinciaal gefinancierde jeugdzorg werd gevraagd dan voorheen.
De feiten

In Noord-Brabant wonen 725.000 jongeren tot 25 jaar. Het jeugdzorgbudget is 108,5 miljoen euro, voor pleegzorg is dat 12,5 miljoen euro (11,5% van de totale jeugdzorguitgaven). Er zijn 1340 basis-pleegzorgplaatsen, 44 therapeutische pleegzorgplaatsen en 107 gespecialiseerde pleegzorgplaatsen. Noord-Brabant kent tien reguliere zorgaanbieders: Stichting BJ Brabant, Stichting Fentrop de Widdonck, Stichting Kompaan, Stichting Maashorst, Stichting Oosterpoort, Stichting de Zuidwester, Tender Jeugdzorg en De Combinatie, Lava-team en Topaze. Naast deze grote jeugdzorginstellingen zijn er in Noord-Brabant nog vijf instellingen die naast hun kernactiviteit (b.v. vrouwenopvang) een vorm van jeugdzorg aanbieden.

Financieringsplafond pleegzorg aan diggelen

Een belangrijke keuze die voorafgaand aan de reorganisatie is gemaakt, is om het financierings­plafond dat tot die tijd voor pleegzorg gold, op te heffen. Dit betekent dat er geen maximum zit aan het aantal pleegzorgplaatsen dat gefinancierd wordt door de provincie. Dit is noodzakelijk om volgens de eveneens in deze periode vastgestelde indicatieladder te kunnen werken. Volgens deze indicatieladder wordt in eerste instantie gekeken of een kind in de thuissituatie geholpen kan worden.
Is dat niet het geval, dan volgt de zoektocht naar een netwerk- of bestandspleeggezin en pas als ook dat niet lukt, wordt een residentiële instelling overwogen. Over het principe van de indicatieladder en het weg­vallen van het financieringsplafond voor pleegzorg was men het in Noord-Brabant snel eens, maar hoe kom je aan de benodigde pleegouders?

Lokale hulptroepen voor de werving van pleegouders

In Noord-Brabant is men niet voor één gat te vangen. Aan het adviesbureau Quanta/NpM is om een marketing­advies gevraagd voor meer zorgplaatsen voor pleegkinderen in Noord-Brabant. Dit advies is tot stand gekomen op basis van een marktonderzoek dat van maart tot en met juni 2006 plaatsvond. In het advies wordt geconstateerd dat pleegzorg vanuit het perspectief van (potentiële) pleeg­ouders zeer complex is. Daarom wordt een warme en persoonlijke aanpak bepleit. Van massamediale communicatie is afgezien. In plaats daarvan wordt geadviseerd gebruik te maken van een netwerk van regionale actoren en het inzetten van persoonlijke adviseurs die belangstellenden de weg wijzen naar een persoonlijke keuze in de wereld van de pleegzorg.

Het creëren van actieve lokale netwerken staat in het advies centraal in het motto: ‘versterking door verbinding’. Deze actoren en lokale netwerken zijn hulptroepen die bestaan uit gemotiveerde professionals uit de kinderopvang, het onderwijs, de basisgezondheidszorg, het maatschappelijk werk, kerken en de vele clubs en verenigingen die een rol spelen in de vrijetijdsbesteding.

Bij een ‘Ja ik wil’ start het reguliere intakeproces van de instellingen voor pleegzorg. In mei 2007 is een project­plan geschreven voor een pilot met deze nieuwe vorm van werving, in juli is gestart met de uitvoering ervan. De Mobiele Brigade vraagt zich wel af of als die pleegouders eenmaal geworven zijn, er genoeg begeleiding aanwezig is bij de pleegzorginstellingen om deze groei op te vangen.

Meer en betere pleegzorg in Noord-Brabant

In 2006 en 2007 zijn er in Noord-Brabant nieuwe zorgaanbieders te erkend. Kwaliteitseisen worden daarbij gehanteerd en er moeten minstens 25 bedden (pleegzorg- en/of residentiële plaatsen) geleverd kunnen worden. Naast de vernieuwde wervingsformule en de oproep tot oprichting van meer zorgaanbieders in Noord-Brabant, is het ook van belang dat de bestaande dienstverlening aan pleegouders wordt verbeterd zodat pleegouders ook pleegouder blijven. Daartoe is door de vier Instellingen voor Pleegzorg in Noord-Brabant (te weten de Combinatie, Kompaan, de Zuidwester en Oosterpoort) bij de provincie een verbeterplan ingediend. Voorbeelden van ideeën die in de verbeterplannen staan zijn: meer praktische dienst­verlening in de vorm van huiswerkbegeleiding, hulp bij het invullen van formulieren, de opzet van praatgroepen voor pleegouders onderling en een uitleendepot. Verder is de provincie een Brabants pleegzorgfonds aan het opzetten om incidenteel hoge kosten te kunnen vergoeden.

Van betaalde naar specialistische pleegzorg

De provincie Noord-Brabant heeft ook in het verleden bewezen niet bang te zijn voor innovatie. Vier jaar terug is er een experiment gedaan met betaalde pleegzorg. Ross (toen nog staatssecretaris met jeugdzorg in het pakket) gaf aan niet akkoord te gaan met dit principe.

Pleegouderschap zou niet samen gaan met geldelijk gewin. De 100 experimentele plaatsen zijn sindsdien omgezet in specialistische pleegzorg, wat betekent dat het extra budget naar de pleegzorginstellingen is gegaan die hiermee bijvoorbeeld extra therapie of kinderopvang kunnen bekostigen.

Twee uur later stappen we tollend van de informatie en twee rapporten rijker de lift in om met onze voeten weer op de grond te landen. We hebben allerminst een ivoren toren beklommen, maar zijn een oerdegelijke, innovatieve en actieve accountmanager tegen het lijf gelopen. Alleen de term accountmanager al leidt tot veel actievere associaties dan een beleidsmedewerker…

Wat vindt u van dit beleid?

Een 9 omdat er creatieve manieren gezocht worden om pleegouders te werven of een dikke onvoldoende omdat marketing en pleegzorg elkaar bijten? Mail of schrijf ons, het adres staat in het colofon.

Een lezer schreef naar aanleiding van het artikel over Drenthe o.a.:

“Hoe nieuw of modern deze manier van omgaan met jeugdhulpverlening ook lijkt, in mijn optiek is het voor pleegouders terug naar af: het is een ordinaire bezuinigingsoperatie, dit terwijl pleegzorg al de meest goedkope opvang van kinderen is. In de afgelopen jaren heeft de lobby van o.a. de NVP en individuele pleegouders er voor gezorgd dat de positie van pleegouders verbeterd is. Peter Voerman lijkt van een andere generatie hulpverleners te zijn. Bij het overleg dat Peter Voerman over de opzet van het Centrum voor Jeugd en Gezin had, valt op dat er geen vertegenwoordiging aanwezig was van degenen die de pleegzorg uitvoeren. (…) De opmerking dat een pleegzorgvergoeding niet nodig is als geen zorg geboden hoeft te worden, geeft aan dat zijn kennis over pleegzorg te wensen over laat. De kinderen die in pleeggezinnen wonen, hebben over het algemeen het een en ander meegemaakt en dus meer nodig dan alleen een slaapplaats. (…) Dan heb ik het nog niet eens over de huidige pleegzorgvergoeding die slechts toereikend is voor de meest basale kosten van levensonderhoud; alle extra zaken betalen pleegouders toch al uit eigen zak! (…)

Sam Veen


Tags: ,