Zweden: een overschot aan pleeggezinnen

Mobiel kijkt over de grenzen heen. Hoe is pleegzorg geregeld in andere landen, van oost naar west, van noord naar zuid? In ieder nummer een uniek verhaal. We geven u een sfeerimpressie, een persoonlijke ervaring of een beschouwing over de organisatie van pleegzorg in dat betreffende land. In dit nummer Zweden.

Zweden heeft negen miljoen inwoners. De sociale zekerheid is groot. Er leven bijna twee miljoen kinderen onder de 17 jaar. De laatste tien jaar is er een enorme toename van uithuisgeplaatste kinderen. Op dit moment zijn dat er ongeveer 35.000. Tweederde daarvan woont in een pleeggezin. In Zweden worden regelmatig kinderen samen met hun ouders opgevangen. In de jaren zestig werden in Zweden de eerste stappen gezet op weg naar professionalisering van de pleegzorg. Dit was op het gebied van supervisie en ondersteuning. Begin jaren negentig werd besloten pleegzorg niet alleen door de overheid te laten organiseren. Veel zorgaanbieders gingen pleegzorg aanbieden, met als gevolg dat er een wirwar aan beleid en regelingen ontstond. Als reactie hierop stelde de overheid een handboek op met richtlijnen omtrent wetgeving, ondersteuning en vergoedingen.

Marktwerking

Pleegzorg valt in Zweden onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Alle 286 gemeentes bepalen zelf, binnen door de landelijke overheid gestelde kaders, hoe ze pleegzorg aanbieden. Pleegzorg wordt veelal uitbesteed aan een van de ruim dertig onafhankelijke organisaties, maar er zijn ook gemeentes die het zelf organiseren. Bij het kiezen voor een onafhankelijke organisatie gaan gemeentes uit van het principe van marktwerking. Voldoet een organisatie niet, dan kiest men een ander.

Stichting Credo is een van die onafhan­kelijke instellingen. De organisatie heeft sinds haar ontstaan in 1990 1500 cliënten opgevangen en heeft op dit moment 245 pleeggezinnen in haar bestand. Van die pleeggezinnen heeft een derde een (of meer) plaatsing(en), een derde wacht op een plaatsing en een derde heeft een time-out. Veel meer pleeggezinnen dus dan plaatsingen. Voor ons is dit bijna onvoorstelbaar, maar voor Zweden is dit normaal.

Betaalde pleegzorg

Het gemiddelde pleeggezin bij Credo krijgt een bedrag van € 34,- per dag. Gemiddeld, omdat er onderscheid wordt gemaakt in het soort plaatsing. Over dit bedrag moet belasting betaald worden. Daarnaast ontvangen de gezinnen belastingvrij een onkostenvergoeding van € 21,- per dag. Het geplaatste kind krijgt zakgeld, tot € 3,50 per dag, afhankelijk van de leeftijd van het kind. De vergoedingen zijn voldoende om alle kosten voor het kind, van kleding, hobby’s, vakantie tot sportclubs, te betalen. Er zijn geen richtlijnen voor de besteding van het geld. De enige richtlijn die er is, is dat het voor pleegouders duidelijk moet zijn welke kosten door dit bedrag gedekt worden. Het lijken hoge bedragen, maar het leven in Zweden is duurder dan in Nederland.

Begeleiders maken veel kilometers

Credo besteedt veel aandacht aan het werken met de pleeggezinnen. Het motto ‘samenwerken’ met pleegouders in plaats van ‘werken’ met pleegouders leidt volgens Credo tot tevreden pleeggezinnen die dankzij goede ondersteuning en behandeling hun werk beter doen. Er is wekelijks telefonisch contact tussen het pleeggezin en de begeleider en iedere maand komt de begeleider bij het gezin langs. De pleeggezinnen van Credo zijn verspreid over heel Zweden. De begeleiders reizen daardoor veel door het land dat ruim 10 keer zo groot is als Nederland. In het verleden heeft men getracht om de gezinnen in regio’s bij een begeleider te plaatsen, maar in de praktijk werkte dit niet. Ook gezin en begeleider moeten goed matchen, deze goede klik is voor Credo belangrijker dan mensen in regio’s onder te verdelen.

Netwerkplaatsingen van grote waarde

In de wet is vastgelegd dat er eerst rond het eigen gezin moet worden gekeken naar mogelijkheden voor pleegzorg. Ongeveer veertig jaar geleden werd de helft van de pleegzorgplaatsingen binnen het netwerk gerealiseerd, nu is dat nog maar 20%. Er wordt veel onderzoek verricht om het aantal netwerkplaatsingen te vergroten. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat in pleegzorg bij verwanten het contact met de eigen familie groter is. De plaatsingen blijken stabieler en het risico dat een plaatsing afgebroken wordt, is minder groot. Onderzoek (Borjesson, Vinterhed) naar kinderen die bij hun grootouders zijn geplaatst, heeft uitgewezen dat, naast schuld, schaamte en zwijgzaamheid betreffende de problemen, vooral het contact met de eigen ouders beter wordt onderhouden dan bij andere pleegzorgvormen. In Zweden is er een opmerkelijk verschil tussen de bestandspleeggezinnen en de netwerkpleeggezinnen. Vergeleken met bestandspleeggezinnen hebben de netwerkpleeggezinnen meer behoefte aan hulp en ondersteuning. Toch hebben ze minder contact met hulpverleners en krijgen ze minder hulp. Het is van groot belang dat de hulpverlening deze vorm van pleegzorg meer aandacht geeft. Na jaren kritisch te hebben gestaan tegenover plaatsingen binnen de familie, weet men nu dat het voor een kind van grote waarde is. Als niemand binnen het netwerk het kind kan opvangen, wordt de familie vrijwel altijd betrokken bij het vinden van een passend pleeggezin. •

Met dank aan Fredrik Ingvarsson, familieconsulent en gedragswetenschapper bij Stichting Credo, Stockholm (Tack så mycket, Fredrik!).


Tags: ,