Verrassende herontdekking gezinshuizen

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

Met de komst van de nieuwe wet op de Jeugdzorg is Stichting Jeugdformaat, de zorgaanbieder voor de jeugdhulpverlening in Haaglanden (1), zich gaan focussen op meer en beter gezinsgericht werken. Dit heeft geleid tot een verrassende herontdekking van de gezinshuizen.

Jeugdformaat start iedere hulp aan kinderen en hun ouders met het inzetten van een ambulant hulpverlener. Deze blijft het gehele hulpverleningstraject gekoppeld aan het gezin. In eerste instantie wordt hulp geboden in de eigen gezinssituatie, eventueel uitgebreid met daghulp of deeltijdopvang. Blijkt dat het kind niet thuis kan blijven wonen, dan wordt er gezocht naar een gezin in het netwerk en indien dit niet lukt, naar een pleeggezin.

Er zijn echter kinderen met zulke (ernstige) gedragsproblemen dat zij niet in een pleeggezin terecht kunnen. Zij hebben intensieve professionele begeleiding nodig, maar wel het liefst in een gezinssituatie. Veel van deze kinderen verblijven in residentiële voorzieningen. December 2004 begon Jeugdformaat met het oprichten van nieuwe gezinshuizen voor deze kinderen. Inmiddels draaien er twaalf gezinshuizen en zijn er twee in oprichting. In de meeste gezinshuizen worden drie of vier kinderen opgevangen. Bijna honderd kinderen vonden er de afgelopen twee en een half jaar tijdelijk onderdak.

Opleiding vereist voor gezinshuisouder

Wat is het verschil met de oude gezinshuizen? “Professioneler”, antwoordt Meggi Schuiling, leidinggevende van de gezinshuizen van Jeugdformaat. “Onze blik is gericht op terugplaatsing van het kind. In de oude huizen werden de kinderen meestal langdurig opgevangen. Er was geen doorstroming. Duidelijke arbeidsvoorwaarden, een heldere functieomschrijving en een methodiek ontbraken.” Haar collega Johanna Terpstra vult aan: “Dit alles leidde ertoe dat gezinshuisouders vaak vergeleken werden met pleeg­ouders. Onze huidige gezinshuisouders moeten heel wat meer in huis hebben. In het begin van de campagne meldden zich voornamelijk pleegouders en met hen zijn we ook in zee gegaan. We hebben hen een uitgebreid inwerktraject aangeboden, een-op-een intervisie en cursussen. Toch hebben we de contracten met enkelen van hen niet verlengd. Als zich nu een pleegouder meldt, prima, maar we eisen daarnaast een opleiding Maatschappelijk Werk, SPH, SPW4 (2) of relevante pedagogische ervaring. Gezinshuisouders hebben inmiddels heldere arbeidsvoorwaarden en er is een basismethodiek ontwikkeld.”

Zeer intensief

Waarom zoveel eisen? Is het zo moeilijk? Schuiling: “De problematiek van de kinderen is zwaarder en vaak ook die van de ouder(s). Veruit de grootste groep betreft kinderen met hechtingsstoornissen. De stijging van het aantal ouders met psychische aandoeningen is opvallend. De gezinshuisouder moet zelfstandig het contact met de ouders en het netwerk van het kind onderhouden.
Dit contact is in de meeste gevallen zeer intensief, want bijna altijd wordt gewerkt aan terugkeer naar huis of in ieder geval naar het netwerk. Een pleegouder kan terugvallen op de pleegzorgbegeleider. Deze kan indien nodig tussen de ouder en de pleegouder in gaan staan. De gezinshuisouder heeft een dergelijke begeleider niet. Ook het contact met de voogden moet zelfstandig onderhouden worden. Hieraan blijken vooral de voogden te moeten wennen. Dit alles betekent niet dat we onze gezinshuisouders aan hun lot overlaten. Integendeel. Ze worden verplicht ondersteund door een pedagogisch medewerker, per kind een uur per week. Deze kan in overleg met de gezinshuisouder diens werk overnemen.
Bij vier kinderen bijvoorbeeld een vaste middag in de week. De gezinshuisouders kunnen naar behoefte gebruik maken van onze gedragswetenschappers. We bieden verplichte deskundigheidsbevordering aan en individuele werkbegeleiding. Pleegouders zijn vrijwilligers. Gezinshuisouders zijn als werknemer in dienst van Jeugdformaat. Jaarlijks houden we dan ook een functioneringsgesprek met hen.”

Geen ouder-kind relatie

De ambulant hulpverlener kan een kind aanmelden met de gerichte vraag ‘terug naar huis’. Een kind dat aangemeld is voor pleegzorg, maar waarvan de problematiek vooralsnog als te zwaar hiervoor gezien wordt, kan doorverwezen worden met de vraag ‘toewerken naar verblijf in een pleeggezin’. Een derde groep betreft kinderen die, soms na jaren, residentieel zijn uitbehandeld.
De gezinshuisouder wordt gevraagd te onderzoeken of het kind in staat is om in een gezin te functioneren en zo ja, om het hier op voor te bereiden. Een pleegouder kan zijn voorkeuren opgeven met betrekking tot een kind, een gezinshuisouder mag dit niet. Kinderen met zeer uiteenlopende problemen kunnen geplaatst worden in hetzelfde gezin. Schuiling: “Natuurlijk heeft elke gezinshuisouder wel zijn eigen competenties. De een is gespecialiseerd in kinderen met aan autisme verwante stoornissen, een ander begeleidt pubers richting zelfstandigheid en een derde weet alles van kleine kinderen met hechtingsproblemen.” Terpstra: “Bij kinderen met hechtingsproblemen zie je een duidelijk verschil tussen gezinshuisouders en pleeg­ouders. Een pleegouder ervaart hun gedrag van ‘ik wil jou niet’ al gauw als persoonlijk gericht en dus pijnlijk. Een gezinshuisouder doet dit niet. Hij of zij is tijdelijk de professionele opvoeder van het kind. Ze hoeven geen ouder-kind relatie te ontwikkelen.
Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een kind bij de gezinshuisouder blijft wonen. Hierdoor zien de ouders de gezinshuisouder als geen of in ieder geval een veel minder grote bedreiging dan pleegouders. Groot voordeel hiervan is, dat het kind niet in een loyaliteitsconflict terecht komt. Iets wat in een pleeggezin helaas maar al te vaak gebeurt.” •

(1) Den Haag en omstreken, onder andere Rijswijk, Voorburg, Delft, Zoetermeer en Wassenaar
(2) Sociaal-Pedagogische Hulpverlening en Sociaal-Pedagogisch Werk

Praktisch

Per kind krijgt een gezinshuisouder van Jeugdformaat een arbeidscontract voor negen uur. Het maximum is 36 uur, dus vier kinderen. In uitzonderlijke gevallen kunnen dit er vijf zijn. In opmars is de opvang van twee of drie kinderen in combinatie met een andere baan. Per gezin wordt altijd maar een volwassene in dienst genomen. De gezinshuisouder ontvangt een salaris (schaal 8 CAO Jeugd­zorg) en daanaast ontvangt de gezinshuisouder per kind de landelijk vastgestelde pleegvergoeding en € 15,- per week t.b.v. huishoudelijke hulp en een vergoeding voor oppas. Ouders blijven verantwoordelijk voor schoolgeld, ziektekosten- en aansprakelijkheidsverzekering.

Gezinslogeerhuis

Een gezinshuisouder heeft recht op vakantie-uren en twintig vrije weekeinden per jaar. Ouders en het netwerk worden zoveel mogelijk betrokken bij de weekend- en vakantieopvang. Kinderen vanaf vijf jaar kunnen ook naar het gezinslogeerhuis, waar zeven pedagogische medewerkers de tijdelijke opvang verzorgen. Deze medewerkers werken ook in de gezinshuizen, dus zijn bekend voor en met de kinderen. Jongere kinderen worden zoveel mogelijk opgevangen door weekeindpleeggezinnen die gekoppeld zijn aan een gezinshuis of soms aan een kind.


Tags: , ,