Van lokale initiatieven naar landelijke onderneming

Auteurs: Antoinette van Wijngaarden en Jolanda Stellingwerff  

Een belangrijk verschil tussen een gezinshuis en een pleeggezin is het verschil in perspectief voor de jongeren. In een pleeggezin worden ze opgenomen in het gezinsleven van dat gezin. In een gezinshuis is meer afstand mogelijk tussen de kinderen en de gezinshuisouders. De eerste gezinshuizen ontstonden begin vorige eeuw. Een bekend voorbeeld is jeugddorp De Glind in Gelderland, maar ook rondom Amsterdam is er tot de grote bezuinigingen in de jaren ’80 veel met gezinshuizen gewerkt. Momenteel krijgen gezinshuizen weer nieuwe impulsen.

In 1908 startte het Burgerweeshuis in Amsterdam met een proef met ‘paviljoenverpleging’. Elf weeskinderen werden in een gezinssituatie geplaatst, bij beroepspleegouders. In plaats van het wonen in een groep, kregen de kinderen te maken met een echte gezinssituatie. De proef was succesvol. Met name de meisjes kregen dankzij ‘de moeder’ een uitmuntende opleiding in huishoudelijke vaardigheden. Toch bleef het bij een proef. De belasting van de ouders was erg zwaar omdat er geen mogelijkheden waren voor ontspanning en aflossing. Er was weinig verschil te zien in het wel of niet maatschappelijk slagen (werk vinden) van de jongeren uit het paviljoen of uit het tehuis. Ook financieel bleken er te weinig voordelen.

Korte opleving rondom Amsterdam

In 1971, ruim vijftig jaar na het experiment met paviljoenverpleging, besloot Sociaal Agogisch Centrum Het Burgerweeshuis in Amsterdam weer te gaan werken met gezinshuizen. De directeur van het centrum, Wim van Halm, had de overtuiging dat onder goede condities gewone gezinnen ingeschakeld konden worden in de hulpverlening aan jongeren. Al vanaf het begin was er sprake van een uitgebalanceerd model. Het aanbod was gericht op jongeren tussen de tien en zestien jaar, die niet meer thuis konden wonen, nog wel een band met hun ouder(s) hadden en voor wie in gezinsverband een perspectief tot de volwassenheid gezocht werd. In een gezinsomgeving kregen de jongeren de mogelijkheid om samen met gelijken volwassen te worden. De organisatie had een sterk geloof in de kracht van de gezinshuizen en gaf veel aandacht aan de inrichting en ondersteuning van het hele systeem: de jongeren, de gezinshuisouders met hun kinderen en de ouders.
De bezuinigingen in de jaren ’80 zorgden ervoor dat de gezinshuizen naar de achtergrond verdwenen.

Jeugddorp De Glind

De gereformeerde dominee Rudolph (1862-1914) was van mening dat iedereen in een gemeenschap moet kunnen leven waar hij zich welkom en geaccepteerd weet. Voor kinderen die buiten de maatschappij vielen, creëerde hij in 1911 zelf zo’n gemeen­schap: De Glind. Hij zamelde geld in en kocht landbouwgrond op. Armlastige boeren uit de omgeving mochten zich hierop vestigen in ruil voor de opvang van deze kinderen. In hun huis, maar ook in hun bedrijf. De kinderen werden (op)gevoed en aan het werk gezet. Dit was de basis voor jeugddorp De Glind, een kleine dorpsgemeenschap tussen Amersfoort en Barneveld.

Bijna 100 jaar later bestaat het dorp nog steeds. Het is inmiddels al meerdere malen van gedaante veranderd, afhankelijk van de heersende ideeën over jeugdzorg. De meest recente ontwikkelingen zijn de bouw van een appartementencomplex waar meervoudig gehandicapte kinderen niet alleen professioneel worden verzorgd, maar ook samen met hun ouders, broers en zussen kunnen wonen, een kinderhospice en een omgangshuis voor kinderen van gescheiden ouders. De kern van het dorp wordt gevormd door de twintig gezinshuizen. Die zijn er al jaren.

Betutteling

De afgelopen decennia werd binnen onze verzorgingsstaat gezinnen met problemen steeds meer uit handen genomen. Tegen­woordig willen we juist dat iedereen, dus ook het probleemgezin, zoveel mogelijk de regie over zijn eigen leven behoudt. Programma’s als Families First en Eigen Kracht doen goede zaken. Analoog hieraan ontwikkelde zich de begeleiding van gezinnen die kinderen opvangen.

Henk Reimert, directeur van Bedervoort-lsg, een instelling voor jeugdzorg in Gelderland, leidt ons rond in De Glind en geeft een voorbeeld. “Hier was de dorpswinkel. Daar kon je alles kopen; eten, kleding, schoolschriften. Betalen deed je niet met geld. Een gezinshuisouder kreeg bonnen. Voor een jongen van negen jaar bijvoorbeeld een bon voor een lange en een bon voor een korte broek per jaar. Deze bonnen konden alleen in de dorpswinkel ingewisseld worden. Toen dit werd afgeschaft en de gezinshuisouder per kind een naar eigen inzicht te besteden budget – het gezinshuisbudget, vergelijkbaar met de pleegvergoeding – kreeg, heeft de winkel het niet lang meer gered. De gezinshuisouders gingen scherper inkopen. Ze hebben inmiddels laten zien dit op veel meer gebieden te kunnen. Ik zie graag dat gezinshuisouders de regie hebben over hun eigen gezinshuis. Ze hebben geen behoefte aan betutteling.”

Gezinshuis als franchiseonderneming

Gerard Besten is projectleider van Gezinshuis.com, een project van Bredervoort-lsg en de Rudolphstichting om de gezins­huizen in Nederland beter op de kaart te krijgen: “De laatste tijd is er weer aandacht voor gezinshuizen. Positieve aandacht. We willen dat elk kind de mogelijkheid heeft om in een gezin op te groeien, maar ontdekken dat niet elk kind in staat is om in een standaardgezin op te groeien. Marokkaanse raddraaiertjes in de grote steden, tienermoeders met hun kinderen, die moet je niet plaatsen in instellingen. Pleeggezinnen zijn voor hen ook niet geschikt. Hier komen de gezinshuizen in beeld. Er is behoefte aan gespecialiseerde gezinshuizen. Echter, maar weinig begeleidende instellingen hebben echt verstand van gezinshuizen. Wij zien graag gespecialiseerde professionele gezinshuizen, verspreid over het hele land, ondersteund door een landelijke organisatie.

Wij hebben Gezinshuis.com opgericht, waarmee we tegemoet denken te komen aan zowel de behoefte van gezinshuisouders aan zelfstandigheid, als aan de behoefte van instellingen aan gespecialiseerde gezins­huizen. Ons idee is dat de gezinshuisouder niet langer in dienst is van de instelling, maar franchisenemer (1) wordt bij onze organisatie. De instellingen, de zorgaanbieders, kunnen ons inhuren om hen een gezinshuis naar maat te leveren. Wij zijn verantwoordelijk voor het werven, selecteren, behouden en voortdurend bijscholen van hun gezinshuis­ouders. Zij hebben er geen omkijken meer naar. Onze plannen bevinden zich nog in een beginstadium. De ontwikkelingen zijn te volgen op www.gezinshuis.com.” •

(1) Een franchise is een methode van zaken doen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren. Dit wordt veel gedaan bij hotels, supermarktketens en fastfoodrestaurants.


Tags: , ,