Portret van een gezinshuis

Sinds een jaar zijn Esther en Hans gezinshuisouder. Ze wonen in de buurt van de Belgische grens. Op het terrein van de instelling, aan de rand van het bos woont het gezin in een huis met acht kamers. Naast hun twee kinderen wonen er vier andere kinderen.

Wat is de samenstelling van het gezin?
Hans en Esther zijn de ouders van de 11-jarige Lot en de 9-jarige Tom. Hans werkt bij een ict-bedrijf en Esther heeft een fulltime baan als gezinshuisouder. In hun huis wonen Melissa van 13, Tobias van 12, Naomi van 12 en haar 8-jarige broer Pieter. Melissa volgt het voorbereidende jaar voor de middelbare school. Lot, Tobias en Naomi zitten in groep 8. Tom zit in groep 6 en Pieter in groep 5.

Hoe kwamen jullie ertoe om gezinshuisouders te worden?
We kennen elkaar vanaf onze studenten­tijd. In die tijd bezochten we De Glind. Het ideale plaatje van De Glind: iets bieden aan anderen, is ons bijgebleven. Later zijn we crisispleegzorg gaan doen. Een gewoon huis was voor ons al gauw te klein. In deze dienstwoning hebben we alle ruimte.

Hoe reageerden jullie omgeving en familie op het gezinshuisouderschap?
De eerste reactie is altijd: “Dat jullie dat kunnen!” Velen vinden het pleeg­ouderschap bij ons passen. Ze vragen zich wel af of het goed is voor onze eigen kinderen. We zijn oppervlakkige vrienden kwijtgeraakt sinds we gezinshuisouder zijn. Daar staat tegenover dat anderen, door dik en dun vrienden, door onze keus nu anders tegen de maatschappij aankijken.

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
We hebben een gezinshuisbegeleider/ orthopedagoog die elke twee weken langskomt voor ons en onze zes
kinderen. Hij is daarnaast op afroep beschikbaar. Elke zes weken hebben we deskundigheidsbevordering met alle gezinshuisouders op dit terrein.

Wij dragen vooraf onderwerpen aan en de orthopedagoog bereidt ze voor. Ook worden er de dagelijkse zaken besproken die ons allemaal aangaan. Dat voorziet zeker in onze behoefte.

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
Wij hebben steun nodig om de omgang met de ouders in goede banen te leiden. Officieel is de voogd het eerste aanspreekpunt voor hen.

De kinderen wonen bij ons in een 24 uurs-voorziening, een professionele opvoedsituatie. De drempel is echter lager dan bij een groep en daarom worden wij vaak als eerste gebeld door ouders. Wij willen graag uit de wind gehouden worden.

Over de opvoeding zijn we wel eens onzeker. Leggen wij de lat niet te hoog voor de kinderen, bijvoorbeeld omdat ze uit een heel ander milieu komen? Is het niet te belastend voor onze eigen kinderen? Gelukkig worden we hierin positief ondersteund door de orthopedagoog.

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
Melissa heeft bij haar oma gewoond. Zij ziet haar elke veertien dagen. Haar vader woont bij oma in de buurt. Ze kan er zelf naar toe gaan. Haar moeder woont in België en soms belt ze of zien ze elkaar. Wij hebben alleen contact met oma.

Tobias gaat een weekend per maand naar zijn moeder, stiefvader en twee zussen. Daarnaast gaat hij een weekend per maand naar zijn oom, een broer van zijn moeder. Wij hebben met allebei contact.

Naomi en Pieter gaan elke twee weken naar opa en oma. Ook hun vader woont daar. Dit contact verloopt moeizaam. Eens per vier weken komt moeder bij ons op bezoek.

Welke praktische problemen kom je tegen?
Er is een spanningsveld tussen wat de ouders willen kopen voor de kinderen en wat wij wenselijk achten. Dat levert soms strijd op. Het omgaan met de financiën is ook lastig. Het is moeilijk om een handtekening van een voogd te krijgen voor een aanschaf als een fiets. Wij moeten alle financiën voor de kinderen verantwoorden. We zijn hier erg creatief in geworden, omdat het geld altijd ontoereikend is.

Hoe gaan jullie kinderen om met de andere kinderen?
Onze kinderen kunnen het goed vinden met de anderen. Lot kan goed opschieten met Melissa. Zij vindt dat wij het leukste gezin op het terrein hebben.

Zijn er momenten waarop je denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Ja, die momenten zijn er. Wij wonen op een terrein met vijf andere gezinshuizen en een aantal groepen. Wij hebben bij ons huis een tuin. Veel werknemers en bewoners denken dat onze tuin openbare grond is. Ondanks de groene afscheiding lopen velen dwars door de tuin.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!
Wij zijn trots op Tobias die van het speciaal onderwijs de stap gaat maken naar het VMBO. Bij Melissa thuis is het niet gewoon om een diploma te halen. Hier ervaart zij dat zij wel die mogelijkheid heeft en ze wil er goed voor werken. Naomi zei laatst dat ze het weekend bij ons fijner vindt dan bij haar vader, omdat wij tenminste eerlijk zijn. Pieter durft inmiddels te zeggen dat hij het hier prettig vindt. Wij zien dat het goed gaat met de kinderen en wij geven ze een klein beetje toekomstperspectief.


Tags: ,