Pleegouders, adoptieouders, ouders

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Tijdens de IFCO afgelopen februari vertelden de Ierse Keith en Joseph Henderson over hun leven als pleegvader en pleegzoon. Een indrukwekkend verhaal. Keith en zijn vrouw Ruth hebben naast Joseph (21) vier oudere dochters.

Keith: “Joseph was drie maanden toen hij bij ons kwam. In die drie maanden had hij vrijwel onafgebroken in de wieg gelegen. Zijn rug en achter­hoofd waren helemaal plat. Patricia, zijn moeder, kon niet voor hem zorgen. Ze heeft afstand van hem gedaan. Ze was blij voor Joseph dat hij kansen zou krijgen die zij hem niet kon bieden. Voor ons en later ook voor Joseph was die goedkeuring heel belangrijk.”

Liever buitenspelen

Joseph: “Ik had altijd een goede relatie met mijn ouders. Met mijn vader ging ik veel sporten, dat schiep een band. Ook met mijn zussen sportte ik veel. Zij behandelden mij als een gewone broer. Patricia zag ik zes keer per jaar. Ik vond het niet altijd leuk. Ik moest stilzitten en huiswerk laten zien. Ik ging liever buitenspelen. Soms belde de pleegzorgwerker dat mijn moeder niet kwam. Later bleek dat Patricia dan dronken was of onder de blauwe plekken zat. De pleegzorgwerker zei dat niet tegen ons. Toen ik ouder werd, vond ik het contact verwarrend worden. Ik wist niet meer waar we over moesten praten en ik was het zat om foto’s en huiswerk te laten zien. Ik besloot toen zelf dat ik Patricia niet meer wilde zien.”

Keith: “Joseph had altijd moeite met autoriteit. Vooral in zijn puberteit leidde dat tot incidenten. Na de lagere school, die gemengd was, ging Joseph naar een strenge jongensschool. Joseph zei zelf altijd: ‘Ik ben de grootste herrieschopper in de brugklas.’ Na zijn juniorexamen (in het derde jaar) moest hij van school. Er waren teveel problemen. Thuis ging het goed, maar op school kon Joseph erg agressief zijn. Ik ben vaak naar school geweest om te praten.”

Autoriteitsproblemen

Joseph: “Op mijn veertiende ont­stonden er ook problemen tussen mij en mijn pleegvader. Ik voelde me schuldig tegenover Patricia. Ik vroeg me af: wie ben ik, waar kom ik vandaan. Ik had nooit interesse in mijn biologische vader, maar toen wel. Mijn vader is nooit gevonden, er zijn geen documenten en Patricia wilde er niets over zeggen.”

Keith: “Je denkt altijd dat je het goed doet als ouder. Je volgt dat wat je geleerd hebt van je ouders, maar dat pakt niet altijd goed uit. Joseph was de kleine jongen in huis. Iedereen gedroeg zich als een ouder, ook zijn zussen. De autoriteitsproblemen hadden we inmiddels ook thuis.
In die periode ging Joseph naar een nieuwe school.”

Joseph: “Ik had daar veel vrienden. We gingen feesten, dronken bier en gebruikten hasj. Het was nieuw en erg leuk. Ik ging niet meer naar school, ik hing rond met vrienden en voelde me heel relaxed.’

Alarmbellen

Keith: ”Op een dag belde de school dat Joseph continu spijbelde. We waren verbaasd. Je denkt altijd dat jouw kind zoiets niet doet. We begrepen zijn gedrag niet. Dit telefoontje deed de alarmbellen bij ons rinkelen. Ik vroeg of er drugs in het spel waren. Dat wisten ze niet, maar ze gaven wel aan dat er op school drugs werden gebruikt. Ik heb na het telefoontje de kamer van Joseph doorzocht. Ik vond alles: drugs en lijsten met namen en adressen. Joseph bleek drugs te dealen. Iedere avond waren er jongelui aan de deur. Ze liepen direct naar boven en gingen snel weer weg. Maar ja, met vijf pubers in huis heb je nou eenmaal veel aanloop. We hadden niets door. Toen Joseph thuiskwam, hebben we vragen gesteld. Joseph probeerde zich eruit te liegen, maar ik kon hem alles laten zien. Ik heb hem al zijn klanten laten bellen om ze te zeggen dat er geen drugs meer werden geleverd.

Bij de politie troffen we een sympathieke agent. Hij gaf aan dat Joseph maar een kleine speler was. Als je in Ierland meer drugs in huis hebt dan voor eigen gebruik, word je als dealer aangemerkt. Dat betekent een zware straf. De agent negeerde de grote hoeveelheid en Joseph werd in een juniorprogramma opgenomen. Wij betaalden Josephs schulden bij zijn drugsleverancier af om een afrekening te voorkomen. Het vertrouwen tussen ons was na dit alles helemaal kapot.”

Zware tijd

Joseph: “Ik wilde op straat rondhangen en doorgaan met feesten. Mijn ouders wilden me thuishouden. Ze waren ongerust en constant angstig. Het ging niet meer en ik werd in een groep geplaatst. Ik begon meteen weer drugs te gebruiken en te dealen. De groepsleider had het door. Toen ben ik weggelopen.”

Keith: “Er was een gat in ons huis geslagen. Joseph was er van jongs af aan. We misten hem, we voelden ons schuldig en we waren bang. Af en toe kwam hij een kwartiertje langs. Hij sliep bij vrienden. Gelukkig wist zijn pleegzorgwerker altijd waar hij was. Het was een zware tijd. Toch hebben we nooit opgegeven. We bleven werken aan een plan om Joseph terug te laten komen.”

Joseph: ”Ik heb Patricia toen weer opgezocht. Voor het eerst ben ik naar haar huis gegaan. Ze woonde in een harde buurt, heel anders dan waar ik ben opgegroeid. Ze zei tegen me: ‘Dit is hoe je zult leven als je zo doorgaat. Je kunt ook teruggaan en dan heb je kans op een ander leven.’ Ik besloot terug te gaan. Ik ben gestopt met drugs en ik wilde weer naar school.”

Keith: “Het was een verrassing en een groot cadeau. Hij koos er zelf voor, zonder dwang.”

Familieleden zijn vreemden

Joseph: “Op een dag werd ik bij de conrector geroepen. Mijn ouders zaten er, huilend. Patricia was omgekomen tijdens een brand in haar flat. Ik kon het moeilijk geloven.”

Keith: “Wat nu, we hadden al zoveel meegemaakt. We wisten niet hoe we Joseph moesten ondersteunen. Het waren heel rare dagen.”

Joseph: “Ik wist niet hoe ik moest reageren. Ik kende de broers en zussen van Patricia niet. Ze namen me op als familie, maar zo voelde het niet voor mij. Het waren vreemden, hoe moet je je dan voelen? Het was een vreemde begrafenis. Daarna heb ik geen contact meer met mijn familie gehad. Ik wil het niet, want ze willen niets vertellen over mijn achtergrond. Al voor Patricia’s dood hadden we het thuis over adoptie gehad. Nu kwam het weer ter sprake. Ik had geen idee hoe belangrijk het voor mijn ouders was. Ik voelde me al deel van de familie, daar zou adoptie voor mij niets aan veranderen.”

Keith: “Voor ons was de dag van de adoptie een belangrijke dag. Uit­einde­lijk gold dat ook voor Joseph. Nu is hij ook voor de wet onze zoon.”


Tags: ,