Pleegouder werd gezinshuisouder: ‘Ik voel me serieuzer genomen’

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

Piroska (43) werd ruim zeven jaar geleden pleegouder van de eenjarige Aissatou. Het meisje zou tijdelijk in het gezin blijven, maar ze woont er nog steeds. “Haar moeder ging er onverwachts vandoor. Het ging goed, dus mocht ze natuurlijk blijven.” Daarnaast bleef het gezin, dat naast Piroska uit haar twee zonen van 11 en 13 en haar partner bestaat, aan crisisopvang doen. Via Nidos (1) en de William Schrikkergroep verbleven zo’n tien kinderen voor kortere tijd, variërend van twee weken tot anderhalf jaar, in het gezin. Heel langzaam sloop bij Piroska de onvrede naar binnen. “Nidos is goed als voogdij-instelling. Ze kennen alle wetten en regeltjes, maar de begeleiding liet te wensen over. Ze hebben veel te weinig kennis over wat het is om kinderen in je eigen gezin op te nemen. Alles moest ik zelf uitvinden. Over hechting las ik voor het eerst in de Libelle. Als ik een kind in mijn huis opneem, dan ga ik daar helemaal voor. Als het moet, haal ik alles uit de kast. Dat werd niet altijd gewaardeerd. Vaak voelde ik me de lastige pleegouder. Toen ik een jaar geleden een advertentie zag, waarin Stek (2) gezinshuisouders vroeg, heb ik gereageerd.”

Piroska: “Ik had een leuk en goed sollicitatiegesprek, maar heb gezegd dat ik er van af zag. Stek huurt kamers bij je en wil dat deze continu bezet zijn. Dat is volkomen begrijpelijk, maar wij waren gewend om na elke crisisopvang een time-out te nemen. Om bij te komen, maar ook omdat ik mijn eigen kinderen zo nu en dan mijn exclusieve aandacht gun. Bovendien zou tijdens je vrije dagen en vakantie een medewerker van Stek jouw werk in jouw huis over komen nemen. Dat leek me geen goede regeling. Drie maanden later werd ik door Stek gebeld. Of ik interesse had om een logeerhuis op te starten om de gezinshuisouders te ontlasten! Alleen logeeradres geeft mij te weinig voldoening. Toch ben ik in dienst gekomen. Ik ben nu het vaste logeer- en opvangadres van een van de gezinshuizen. Daarnaast fungeer ik als overloophuis voor de crisisopvang. Als het vaste gezinshuis dat crisisopvang biedt vol zit en er is behoefte aan nog een crisisplek, dan kan dat kind bij ons geplaatst worden. We hebben plek voor twee kinderen, in principe van 0 tot 6 jaar, maar daar kunnen we in overleg altijd van afwijken. Daarnaast kunnen ze mij altijd bellen als een kind om wat voor reden dan ook even niet in zijn gezinshuis kan zijn. Wekelijks komt een van de kinderen van een gezinshuis twee dagdelen per week bij ons. Hij is nogal bewerkelijk, type stuiterbal, en zo kunnen zij ook eens rustig met elkaar aan tafel zitten. Ik ben als het ware de achterwacht van de organisatie. Flexibel in de opvang, flexibel qua inkomen. Ik heb een 0-uren contract en voor elke vorm van opvang die ik bied, blijkt er weer een ander flexpotje te zijn.

Spuien tijdens de koffie

Mijn collega’s zijn de andere gezinshuisouders en de pedagogisch medewerkers van Stek. Deze laatste kan ik bij vragen of problemen altijd bellen. Dit deed ik niet zo snel. Je gaat iemand toch niet met een wissewasje lastig vallen. Tot een van hen deze vorm van begeleiding vergeleek met de koffiekamer in het kindertehuis waar zij werkt. Daar komen collega’s elkaar ongedwongen tegen, worden kleine problemen of ergernissen besproken en kan, als het moet, eens even stevig stoom afgeblazen worden. Een gezinshuisouder werkt alleen. Ik drink natuurlijk wel eens koffie met mijn buurvrouw of partner, maar het is niet de bedoeling dat ik het dan steeds over mijn werk heb. Dus nu drink ik virtueel koffie met de pedagogisch medewerker. Even spuien voorkomt een boel ellende. Je kunt het vergelijken met een gespreksgroep van pleegouders. Daarnaast overleg ik natuurlijk ook over serieuze zaken. Dan voel ik mij als gelijke behandeld. Op gezette tijden heb ik een bijeenkomst met mijn collegagezinshuisouders. Deze zijn zakelijk van aard. Bijscholing krijgen we naar behoefte.

Na hechten moet je los kunnen laten

Bij Stek duurt de crisisopvang maximaal twee maal zes weken. Daar wordt niet van afgeweken. Dit vind ik jammer. Het is een utopie om te denken dat op zo’n korte termijn altijd een definitieve plek gevonden kan worden. Van mij mag een kind net zolang blijven, tot er een goede plek is gevonden waar hij of zij veilig verder kan opgroeien. Je moet een kind zo min mogelijk verpotten. Ik heb me te houden aan de regels van de organisatie, dus doe ik voor een kind wat ik kan in de tijd dat het bij mij woont. Daarna moet ik het loslaten, net als de pleegkinderen destijds. Bij je eigen kind hecht je je als het goed is direct vanaf de geboorte. Het begint zich in de puberteit van je los te maken en je laat het ergens aan het einde daarvan gaan. Een natuurlijk proces. Eenzelfde proces maak je door met een kind dat je tijdelijk opvangt, alleen in een korte en in het geval van crisisopvang in een heel korte tijd. Elke goede ouder, pleegouder of gezinshuisouder moet kunnen hechten en loslaten.

Loyaliteitsconflict is niet nodig

Ook in het contact met de ouders van het kind zie ik geen verschil, althans niet binnen de crisisopvang. Pleegouders en gezinshuisouders moeten ruimte kunnen laten voor de eigen ouders van het kind. Ik vergelijk het vaak met gescheiden ouders: allebei hebben ze een relatie met het kind en allebei moeten ze de ander die band blijven gunnen. Als je gaat stoken, breng je het kind in problemen. Dan komt het in een loyaliteitsconflict. Ikzelf gun ouders de omgang met hun kind. Ik zie dat ze altijd vechten voor hun kinderen. Ook al hebben ze het verprutst: dat je kind bij je weggehaald wordt, dat is toch heel ingrijpend. Ik laat wel alle afspraken tussen kind en ouders altijd door de voogd maken. Dat is zijn of haar verantwoordelijkheid, niet de mijne.

De ouders, het contact met de ouders, de kinderen, de problematiek van de kinderen, hoe je ze opvangt, ik zie geen verschillen tussen pleeggezin en gezinshuis. In ieder geval niet als het crisisopvang betreft. Het grote verschil is, dat ik mij serieuzer genomen voel door de organisaties. Dat is me veel waard. Dat is maar goed ook, want voor het salaris hoef je het niet te doen.” •

(1) Stichting Nidos is een landelijk werkende voogdij-instelling specifiek voor alleenstaande, minderjarige vluchtelingen en asielzoekers.
(2) Stek is een aanbieder van jeugdzorg in Midden-Holland (onder andere Gouda, Bodegraven, Ouderkerk en Waddinxveen) en in Rotterdam e.o.


Tags: , ,