MTFC: Opvoeders voor ‘lastige gevallen’

Auteur: Saskia Moonen  

Katja… 15 jaar…
gescheiden ouders… problematische opvoedsituatie… geweld… drugsgebruik… pleeggezinplaatsing… verschillende scholen… onhandelbaar… schorsing van school vanwege geweld tegen medeleerlingen… diefstal… weglopen… justitiële jeugdinrichting vanwege onhanteerbaar gedrag… niet afronden van taakstraf…

Katja… sproeten en rood haar… klein van stuk… waakzame blik… opgetrokken schouders…
houdt van dieren… wil graag dierenassistent worden…

Geen meisje voor pleegzorg, maar wel voor een Amerikaanse variant daarvan: Multidimensional Treatment Foster Care. De letterlijke vertaling (meervoudige behandelpleegzorg) doet vermoeden dat het hier gaat om een variant van pleegzorg, maar de vergelijking met reguliere pleegzorg houdt op bij de 24 uurszorg binnen het eigen gezinsleven van de pleeg­ouder. In Nederland biedt het Leger des Heils sinds 2006 deze bijzondere opvang voor jongeren uit een justitiële inrichting.
Dit verhaal gaat over Katja en over Sandra en Jan die haar opvoedouders worden. Ook Ria speelt een belangrijke rol in het verhaal. Ria is programma­­supervisor en zij zorgt ervoor dat de plaatsing goed verloopt. Het verhaal begint met de voorgeschiedenissen van Katja en die van Sandra en Jan.

Katja heeft veel te leren

De gezinsvoogd van Katja belt met het MTFC-team. Katja voldoet aan de opnamecriteria. Ria spreekt met de gezinsvoogd af dat zij Katja in de gesloten inrichting gaat bezoeken om kennis te maken. In het eerste gesprek legt Ria uit wat MTFC is. Katja zal een jaar in een opvoedgezin wonen om daarna weer terug naar huis te gaan. Katja’s grootste wens is vrij zijn en ze wil best naar een pleeggezin. Ria legt uit dat MTFC niet hetzelfde is als een pleeggezin. In het opvoedgezin kan Katja punten verdienen met goed gedrag. Met die punten kan ze activiteiten ondernemen. Er zijn in het MTFC-team meerdere mensen die Katja zullen helpen: een gedragstrainer en een vaardigheidsbegeleider. Haar moeder wordt geholpen door een andere trainer. Ria houdt het overzicht en is de regisseur bij de plaatsing. Zij neemt alle beslissingen. Net als bij voetbal zijn er gele en een rode kaarten te verdienen. Een gele kaart krijgt Katja bij een ernstige overtreding, zoals fysiek geweld of weglopen. Geel staat voor waarschuwing, rood is terug naar de instelling. Katja moet er over nadenken.

Ria bezoekt ook Katja’s moeder. Deze vindt het allemaal maar onzin. Haar dochter zit onterecht in de instelling. De moeder speelt een belangrijke rol in het programma. Immers, het is de bedoeling dat Katja weer bij haar komt wonen. Als Katja’s moeder ontdooit, geeft ze toe dat het met haar dochter niet altijd gemakkelijk is geweest. Zij heeft nog veel te leren.

Ria krijgt een paar dagen later een telefoontje van Katja: “Ik wil wel, maar bij welke mensen kom ik dan terecht? Hoe zit het met mijn vriendinnen? Mag ik een mobiele telefoon?”

De opvoedouders

Sandra en Jan lazen over MTFC in een huis-aan-huisblad. Zij hadden de wens om iets voor kinderen te willen betekenen die minder fortuinlijk zijn dan hun eigen dochter. Sandra weet wat het is om een jeugd te hebben die overschaduwd wordt door de problematiek van volwassenen.

Na hun aanmelding zijn er drie huisbezoeken geweest. In de gesprekken is aandacht besteed aan hun visie op opvoeden, hoe ze samenwerken, hun familie en vriendenkring, hun emotionele draagkracht en hun verwachtingen met betrekking tot het opnemen van een tiener in hun gezin. Ook is er veel gesproken over specifieke onderwerpen zoals het werken met het puntensysteem, beslissingen overlaten aan Ria, het voorzien in voldoende supervisie of toezicht en het brengen en halen naar school. In oktober zijn zij samen met andere opvoedouders getraind. Een training door een Amerikaanse opvoedouder die zelf in 21 jaar 46 meisjes in huis heeft gehad.
Deze ouder illustreert het leerproces, het geven en nemen van punten, de praktische problemen en uitdagingen met eigen ervaringen. “Het is soms op je tanden bijten. Ze dagen je uit en ze doen een emotioneel appèl op je. Met hulp van de programmasupervisor en collega-opvoedouders blijf je overeind. Het is de moeite waard om deze kinderen snel te zien groeien. Laat de punten het werk doen en raak niet te veel emotioneel betrokken.”

De matching

Het team kiest Sandra en Jan als opvoedouders voor Katja uit. Katja houdt veel van dieren en een van hen werkt als vrijwilliger in een dierenasiel. Sandra en Jan komen naar kantoor voor een matchingsoverleg. Zij lezen het geanonimiseerde dossier van een 15-jarig meisje. In het overleg worden hun vragen beantwoord: “Waar is haar vader? Hebben zij nog contact? Wat heeft het meisje precies gedaan? Op welk schoolniveau zit ze?” Als Sandra en Jan het er mee eens zijn, kan Katja snel geplaatst worden.

Op kantoor worden Sandra en Jan aan Katja voorgesteld. Ze hebben een van de honden meegenomen. Katja is door haar gezinsvoogd met al haar spullen naar kantoor gebracht. Ria legt in het gesprek de eerste fase van het programma uit: Niveau 1. Het gesprek is kort. Jan maakt een grapje en vraagt aan Katja of ze rookt. Want dan kan ze Sandra in de tuin gezelschap houden. Een van hun huisregels is namelijk dat er niet in huis gerookt wordt. Er zijn meer huisregels:
schoenen op de gang uitdoen en natte handdoeken uithangen aan het droogrek.

Activiteiten verdienen

De dagen erna belt Ria regelmatig en na drie dagen is er weer een gesprek op kantoor. Katja is al een beetje gewend en is een dag naar school geweest. Sandra brengt en haalt haar. Er is altijd iemand bij Katja, als Sandra er niet is, dan is Jan er.
De komst van een tiener maakt veel indruk. Sandra vraagt zich regelmatig af of ze het wel goed doet. Elke avond vult ze een puntenkaart in. Het is in het begin niet makkelijk om gedrag om te zetten in punten. Het is belang­rijk voor Katja om snel te leren hoe het puntensysteem werkt. Met punten kan ze activiteiten verdienen, in het begin zijn dat dingen als later naar bed of langer tv kijken.
Katja gaat twee keer in de week naar kantoor voor een bijeenkomst met de gedrags­trainer en de vaardigheids­begeleider. De gedragstrainer helpt haar met de dingen die haar in de weg staan om succesvol te zijn.
Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld agressieregulatie of sociale vaardigheidstraining. Een keer in de week gaat ze met de vaardigheidsbegeleider iets leuks doen: winkelen, fietsen, naar de bibliotheek of een museum.

De eerste drie weken vliegen voorbij. Het kost Sandra en Jan nog veel energie. Het is een normale reactie om zelf te corrigeren en uit te leggen waarom iets niet mag of kan.
Sandra heeft regelmatig discussie met Katja over de regels. Sandra en Jan hebben geleerd dat ze discussies moeten vermijden en negatief gedrag zoveel mogelijk moeten negeren. Positief en negatief gedrag wordt zonder veel te zeggen omgezet in punten. Zo houd je de relatie neutraal en positief. Als regels voor Katja onduidelijk zijn, is Ria ervoor om ze nog eens uit te leggen. Ook het afspreken met vrienden moet met Ria overlegd worden en activiteiten moeten minstens 24 uur van tevoren door Ria goedgekeurd zijn.

Vooral Sandra heeft het nodig om zo af en toe eens stoom af te blazen. Ze belt Ria voor een luisterend oor, voor goede raad of voor overleg over het aftrekken van punten. Sandra en Jan ervaren na een aantal weken dat het puntensysteem hen inderdaad helpt om hun contact met Katja neutraal en positief te houden. De discussies zijn voor Ria. Opvoedouders voeren slechts de regels uit, ze hebben er weinig zeggenschap over. Na vier maanden zegt Sandra: “Over het algemeen lukt het me aardig om niet persoonlijk bij het conflict betrokken te raken. Het is fijn om naar Ria te kunnen verwijzen. Ik heb het niet bedacht, hoe sneu ik het soms ook voor Katja vind.”

Uitwisselen

Naast het regelmatige contact met Ria komt Sandra elke week naar de opvoedouderbijeenkomst. Het is een verplicht onderdeel, maar ze vindt het fijn om te komen. Het uitwisselen van ervaringen helpt haar te relativeren. “Je kan soms een probleem hebben waar een andere opvoedouder een oplossing voor gevonden heeft. We geven elkaar tips en leren steeds beter met de punten te werken. Ook het team ervaren wij als positief. Ria en haar medewerkers denken altijd mee en zijn creatief in het oplossen van alle problemen, ook de praktische.”

Het leerproces voor Katja is moeilijk en soms ronduit pijnlijk. Toch gaat het goed met haar. Ze haalt betere cijfers op school en volgt een stage bij een dierenasiel. Ze zwemt regelmatig en gebruikt geen drugs meer. Binnenkort gaat zij naar Niveau 3. Samen met Sandra en Jan heeft zij met Ria een gesprek hierover. Katja vindt het spannend. Ze moet meer zelf gaan doen, maar ze weet zich ondersteund door Sandra en Jan.
Ze onderhandelt met Ria over haar wensen. Na Niveau 3 mag ze terug naar haar moeder. Dit zal goed voorbereid worden door het team. Het team zal na de terugplaatsing de begeleiding nog drie maanden voortzetten. •

Saskia Moonen is landelijk projectmanager MTFC bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering. Ook is zij consulent en adviseur voor andere organisaties in Nederland die MTFC willen opzetten. Momenteel zet De Bascule in Amsterdam MTFC op voor de jongste doelgroep (3 tot 7 jaar).
De Bascule zoekt hier nog opvoedouders voor (www.debascule.com).
Opnamecriteria voor MTFC
•Meisjes en jongens tussen de 12 en 18 jaar
•Er moet sprake zijn van een uithuisplaatsing, machtiging justitiële jeugdinrichting of veroordeling tot voorwaardelijke straf
•Cognitief in staat zijn om profijt te hebben van gedragsmatige interventies
•Beschikbaarheid van dagbesteding (school en/of werk)
• Beschikbaarheid van ouders of netwerk (pleeggezin) voor terug- of doorplaatsing na  het programma op overbrugbare afstand van de locatie MTFC
•Mogelijkheid tot onderzoek, risico-inventarisatie en matching door MTFC voorafgaande aan de zitting bij de kinderrechter of vier weken na aanmelding
•Instemming van de jeugdige
•Instemming van de ouder met gezag of de voogd


Tags: ,