Een pleeggezin uit Nieuw-Zeeland

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

MerriLynn Reardon wist al tijdens haar puberteit dat ze later kinderen wilde helpen. Haar man Phil dacht daar eerst anders over. Toen hun zoons Nick en Kerryn, nu 21 en 18 jaar oud, wat groter werden, kwam pleegzorg ter sprake. Met zijn allen besloten ze ervoor te gaan. Inmiddels is pleegdochter Jasmine (9) zes jaar in het gezin. Kerryn: ‘Jasmine hoort erbij, ik weet niet meer hoe het was voordat zij bij ons kwam.’

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Phil is manager in de telecommunicatie. MerriLynn werkt als financieel administrateur op een meisjesschool. Ze werkt deels op school en deels thuis. Nick is geregistreerd elektricien en Kerryn studeert voor loodgieter. Hij wil in de toekomst in ontwikkelingslanden gaan werken in de watervoorziening.
Jasmine heeft een verstandelijke beperking. Ze zit op een gewone school en heeft een remedial teacher die haar fulltime één op één ondersteunt. Ze volgt een aangepast lesprogramma. Haar klasgenoten kunnen allang lezen en schrijven, Jasmine leert het nog.

Hoe kwamen jullie ertoe om pleeggezin te worden?
MerriLynn: Ik ben degene die het aanwakkerde. Ik wilde het graag, maar vond het belangrijk dat de hele familie erachter stond. Toen de jongens ouder waren, hebben we het uitgebreid besproken. Mijn ouders en mijn zus heb ik om steun gevraagd. Het duurde al met al lang voor we echt besloten om pleeggezin te worden. Ik wilde niet meerdere kinderen helpen. Voor mij was het een weloverwogen besluit om het verschil te maken in het leven van één kind.

Hoe reageerde jullie omgeving en familie op het pleegouderschap?
Positief. Zij wisten hoe belangrijk het voor mij was om dit te doen, dus ze waren erg begrijpend en behulpzaam. Kinderen vragen er zelf niet om om geboren te worden. Misschien heb ik wel een zacht hart, maar ik vind het belangrijk dat er goed voor kinderen wordt gezorgd. Kinderen zijn zo waardevol.

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Omdat Jasmine extra hulp nodig heeft, hebben we te maken met twee instellingen. Dat was in het begin erg moeilijk, want de instellingen wilden niet samenwerken. Dat was heel onhandig met het maken en vast­leggen van afspraken. Ik heb toen aangegeven dat ik het anders wilde. Sindsdien stuur ik een e-mail met een datum waarop ze allebei bij mij thuis welkom zijn. Ik zorg voor een uitgebreide ‘afternoon tea’ en maak aantekeningen van het gesprek. Zo werken ze niet meer langs elkaar heen en worden alle afspraken vastgelegd. We doen het nu vier jaar op deze manier en het werkt heel goed. Tegenwoordig rijden de maatschappelijk werkers zelfs met één auto als ze hier naar toe komen.

Waar hebben jullie steun bij nodig, waar zijn jullie onzeker over?
De verstandelijke beperking van Jasmine vergt veel van ons. Ze is bijna tien maar zo gedraagt ze zich niet. Wel zien we iedere week vooruitgang. Ze begint nu te praten, eerder ging alles in gebarentaal. Ze krijgt steeds meer zelfvertrouwen en raakt minder gefrustreerd. Haar iets opleggen werkt averechts. Als je haar iets vraagt, moet je haar altijd een keuze geven, anders raakt ze overstuur. We moeten dus creatief zijn en steeds twee dingen bedenken. Een optie die we willen en een optie die wij niet willen, maar die zij ook niet wil. Zo kiest ze uiteindelijk zelf voor het gewenste gedrag en dit helpt haar.

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
Er is geen contact met de familie. Haar beide ouders zijn niet in staat om voor haar te zorgen. De rechter heeft bepaald dat ze uithuisgeplaatst werd. Jasmine heeft zes broertjes en zusjes. Met een broertje, hij heeft ook dezelfde vader als Jasmine, is er elke zes weken contact. We gaan dan naar McDonalds. Ik maak elke keer een foto die ik in het fotoboek van Jasmine plak.

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
De communicatie met Jasmine. Omdat haar taalvermogen beperkt is, moeten we haar helpen te zeggen wat ze wil. Ook haar verstandelijke achterstand is soms moeilijk om mee om te gaan. Ze gedraagt zich als een kind van vijf terwijl ze negen is. Het zijn moeilijkheden, maar met humor kunnen we ze aan. Het feit dat ze steeds gelukkiger en rustiger wordt, maakt het ook makkelijker.

Hoe gaan jullie kinderen om met Jasmine?
Altijd heel positief. Ze zijn echt oudere broers. Ze behandelen Jasmine als een prinses. Een pleegkind in huis heeft hen volwassener gemaakt. Er zijn, zoals in alle families, natuurlijk wel eens strubbelingen, maar we komen er altijd uit.

Zijn er momenten dat jullie denken, hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
We hebben nooit spijt gehad. Er waren wel tijden dat we ons afvroegen of we dit wel aankonden en of we haar genoeg konden geven. Maar een goede ouder moet zich realiseren dat je je kunt aanpassen aan wat een kind nodig heeft.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!
Er zijn er zoveel! Ik geloof oprecht dat kinderen een waardevolle schat zijn. Zij kiezen niet voor dit leven. Het doet me pijn als ik hoor over misbruik, mishandeling en verwaarlozing. Ik wil graag helpen. Als ik miljonair was, zou ik veel meer kinderen helpen. Toen Jasmine kwam, was ze een gebroken, verdrietig, mishandeld en verwaarloosd kind. Van binnen was ze dood, haar ogen waren hol. Nu lacht ze, heeft zelfvertrouwen en is rustig. Dat verschil, daar doe ik het voor.


Tags: ,