Mondige pleegouders

Pleegkinderen kunnen evenals andere kinderen te maken krijgen met problemen als dyslexie, ADHD of een hechtingsstoornis. Problemen die hun gedrag behoorlijk kunnen beïnvloeden. Pleegouders krijgen dan te maken met gedrag dat ze niet uit de alledaagse praktijk kennen en waar ze antwoorden op moeten vinden. Antwoorden die de hulpverleners ook niet altijd blijken te hebben.

Een hulpverlener kan binnen zijn instelling terugvallen op begeleiding van een orthopedagoog of psycholoog. Hij kan ook andere instellingen, zoals de GGZ, om hulp vragen. Toch loopt hij of zij in de praktijk vaak een kennisachterstand op ten opzichte van de pleegouders. Het leven van alledag met het kind maakt immers dat je als pleegouders jezelf razendsnel moet bijscholen wil je het hoofd boven water houden. Hoe ga je dan als pleegouders verder met de hulpverleners?

Pleegzorgbegeleiders versus pleegouders

Een werker in de pleegzorg moet van veel verschillende dingen verstand hebben. De ontwikkelingslijnen van een kind kennen en herkennen evenals allerlei juridische regels die van toepassing zijn. Er is overheidsbeleid dat het werk beïnvloedt en in de begeleiding van de biologische ouders kun je te maken krijgen met problemen als verslaving of psychische stoornissen.
Dit rijtje is met gemak verder aan te vullen. Een begeleider bij een pleegzorginstelling heeft vooral heel brede kennis. Als het gaat om specifieke kennis, bijvoorbeeld over autisme, ontwikkelingsdyspraxie (1) of een ernstige hechtingsstoornis, dan hangt het er maar net van af of diegene daar al eerder mee te maken heeft gehad en er dus kennis over verzameld heeft.

Als pleegouder neem je een aparte plek in bij het zorgen voor een kind. Je bent geen hulpverlener. Dat is enerzijds prettig, want je bent voor een aantal zaken niet eindverantwoordelijk. Het nadeel is dat het afhankelijk is van de begeleider in hoeverre je als pleegouder betrokken wordt bij de beslissingen die voor het kind genomen worden en daar wordt binnen de hulpverlening verschillend over gedacht en naar gehandeld.

Samen verder

In onze huidige maatschappij wordt mondigheid als een belangrijke eigenschap gezien. We zoeken zelf onze gasleverancier uit en kiezen de beste verzekering. Pleegouders kunnen dus ook meer opkomen voor hun positie. Zeker als ze ervaren dat de hulp­verlener ook moet zoeken naar goede antwoorden op het gedrag van het kind. Onderstaande adviezen kunnen de mondigheid van pleegouders vergroten.

Geef concrete informatie
Om goed te kunnen bespreken wat er aan de hand is en welke hulp het beste is, hebben hulpverleners concrete informatie nodig. Verzamel deze gegevens en doe dat zo objectief mogelijk. Leg ergens een notitieblok neer en maak aantekeningen. Ook als het goed gaat. Een kort dagboek bijhouden is ook een mogelijkheid. Het opschrijven van feiten kan helpen voorkomen dat er iets over het hoofd wordt gezien of door begeleiders wordt weggewuifd. Vaak is ‘het gevoel dat er iets niet goed zit’ een goed signaal. Met het gevoel op zich kunnen mensen niet veel dus probeer dat om te zetten in het beschrijven van concreet gedrag. Over een puber die ‘altijd erg laat thuis komt’ is moeilijker te spreken dan over een puber die in één maand tijd zeven keer om half vijf ’s morgens is thuis gekomen.

Zeg het als je iets niet begrijpt
De afspraken rondom een kind lijken niet altijd logisch. Waarom contact met de ouders als daar zo’n weerstand tegen is? Waarom niet straffen als het kind iets doet wat niet mag? Laat het je uitleggen. Als je het snapt, kun je het hanteren en soms komt een hulpverlener er zo zelf ook achter dat er nog wat uit te zoeken valt. Ook heeft de hulpverlening zijn eigen jargon. Schroom niet om te vragen naar termen en afkortingen die gebruikt worden. Zelfs niet voor een tweede of derde keer. Het is van belang dat alle partijen, dus ook de pleegouders, over heldere informatie beschikken. Pleegouders worden niet altijd vanzelfsprekend geïnformeerd als er bijvoorbeeld een wachtlijst blijkt te zijn voor een hulptraject. Vraag na hoe het zit en ga er niet van uit dat je wel geïnformeerd zult worden.

Zorg voor het eigen evenwicht
Als pleegouder heb je niet alleen te maken met het pleegkind. Je hebt een gezin draaiende te houden. Daar gaat energie in zitten, terwijl een pleegkind met een gedragsprobleem vraagt om een fitte ouder die alert reageert op zijn gedrag. De conditie van pleegouders is heel bepalend voor het kunnen hanteren van een ingewikkeld kind. Schroom niet om de zorg eens uit handen te geven aan iemand uit de nabije omgeving, om ‘gewoon’ eens een middag niets te doen of te kiezen voor de sportschool in plaats van de assertiviteits­cursus van het kind.

Bewaak tevens het gezinsevenwicht in de contacten met de hulpverlening. De bege­leiders zullen kijken naar het kind, dat is immers hun opdracht. Dat er echter ook zorg is voor een zieke grootmoeder of dat je net bent begonnen in een nieuwe baan, maakt dat er soms minder energie is. Breng dat onder de aandacht, want uit evenwicht raken kan uiteindelijk ook leiden tot het in het honderd lopen van de plannen rondom een kind.

Kijk verder
Er kan meer zijn dan de hulpverlening die je krijgt. Misschien kom je wel in aanmerking voor een Tegemoetkoming voor Ouders van Gehandicapten (TOG) of een Persoons Gebonden Budget (PGB). Ook zijn er soms particulieren of therapeuten die zich gespecialiseerd hebben in een bepaalde richting. Neem eens contact op met een oudervereniging. Die zijn vaak op de hoogte van de verschillende mogelijkheden, bieden een luisterend oor en kunnen ervaringsadviezen geven.  Dankzij het internet is het voor pleeg­ouders mogelijk om eens rond te neuzen in hulpverleningsland en daar hun voordeel mee te doen.

Standaard bestaat niet

Ieder kind, iedere pleegouder en iedere hulpverlener is anders. In die zin bestaan er geen gouden omgangsregels. De bovenstaande adviezen geven handvatten om er voor te zorgen dat pleegouders hun plek durven in te nemen. Dat is in het belang van het kind dat extra aandacht nodig heeft. Door een goede samenwerking tussen de volwassenen om hem heen wordt de kans groter dat het die extra aandacht ook krijgt. •

(1)  Ontwikkelingsdyspraxie is een beschadiging van de hersenen waardoor iemand moeite heeft met complexe opdrachten zoals lange gesprekken voeren of veters strikken.


Tags: , ,