IFCO 2007: Aandacht voor de achtergrond van het kind

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Van 11 tot en met 16 februari was Hamilton, Nieuw-Zeeland, het brandpunt van de pleegzorg. Ruim vijfhonderd pleegouders, kinderen uit pleeggezinnen en beroepskrachten uit 34 verschillende landen waren aanwezig om met elkaar kennis te maken en ervaringen uit te wisselen. Op zondag werd de conferentie geopend met een traditionele Maori welkomstceremonie: de powhiri. De ‘chief’ (1) hield in het Maori een speech waarin onder meer de geschiedenis van zijn voorouders werd verteld. De vrouwen uit de Maori gemeenschap zongen een lied. Vervolgens werd de ‘chief’ van de IFCO, IFCO-president Keith Henderson, gevraagd om te spreken.

Hierna werd de ‘hongi’ uitgewisseld. Hongi betekent letterlijk: het ruiken van de bedoelingen van de gast. Tijdens de hongi houden de gastheer en de gast hun voorhoofden en neuzen tegen elkaar aan. Een powhiri wordt afgesloten met gezamenlijk eten en drinken, in dit geval de middagthee.

Deze start is bijzonder toepasselijk voor een conferentie waarin de aandacht voornamelijk uitgaat naar het belang van de achtergrond van kinderen. Het thema van de conferentie was ‘Fostering our Taonga’, wat zoveel betekent als ‘kinderen zijn onze schatten, net als degenen die voor ze zorgen’. Per dag stond een deelthema centraal: ‘families’, ‘gemeenschappen’ en de ‘ontwikkeling van nieuwe schatten’. Hieronder volgt een impressie van een aantal lezingen en workshops.

Pleegzorg in Nieuw-Zeeland

Ruth Dyson, de Nieuw-Zeelandse minister van Kind, Jongere en Gezin, vertelt dat in Nieuw-Zeeland (4 miljoen inwoners) 5000 kinderen in pleegzorg leven. Pleegzorg is vrijwilligerswerk. Deze enthousiaste mensen bieden kinderen een gezinssituatie en maken het verschil voor deze kinderen. Door veranderingen in de maatschappij, denk aan dubbele banen en verandering van de samenstelling van gezinnen, moet pleegzorg in Nieuw-Zeeland gaan nadenken over de toekomst. Pleegouders worden financieel onvoldoende ondersteund en ook dat moet anders.

De achtergrond van het kind is van groot belang in de Nieuw-Zeelandse pleegzorg. Plaatsingen blijken succesvoller als er contact is met de familie, maar in heel veel gevallen hebben pleegkinderen niet of nauwelijks contact met hun ouders of overige familie.

Welzijn is een breed begrip

De Nieuw-Zeelandse rechter Mick Brown vertelt over zijn ideeën over en ervaringen met kinderen in pleegzorg. Brown is Maori en zelf opgegroeid in een pleeggezin. Zijn pleegmoeder offerde vroeger alles op om ervoor te zorgen dat hij kon sporten en studeren. Brown vindt dat de samenleving verantwoordelijkheid moet nemen voor kinderen die in een onveilige omgeving opgroeien. Ouders trainen en stimuleren en hen supervisie en ondersteuning bieden. Welzijn houdt volgens Brown geestelijk, spiritueel, lichamelijk en financieel welzijn in.

Geweld is een slecht voorbeeld voor de toekomst en de kosten om de effecten van geweld te herstellen, liggen hoger dan wat de nationale wolexport opbrengt. In Nieuw-Zeeland worden veel kinderen binnen hun eigen netwerk geplaatst. Onder meer omdat dit een goedkope oplossing is. Volgens Brown is dit in sommige gevallen een slechte oplossing voor het kind, omdat de situatie binnen de familie te gevaarlijk of te stressvol kan zijn.

Netwerkpleegzorg in Australië

In Engelstalige landen is netwerkpleegzorg verdeeld in ‘kinship care’, pleegzorg bij familie, en ‘kit care’, pleegzorg bij overige bekenden. Volgens Australisch onderzoek blijken grootouders vaak te kampen met schuldgevoelens naar hun eigen kinderen. Ook blijkt dat hun andere kinderen soms jaloers zijn, omdat de kinderen van hun ‘lastige’ broer of zus door opa en oma worden opgevoed. Bij overige familieleden die pleegkinderen opvangen, komen schuldgevoelens niet voor.

De meeste netwerkpleegouders zeggen ‘dit doe je gewoon’, maar hun omgeving heeft daar niet altijd begrip voor. Opvang bij bekenden blijkt in Australië een ruim begrip. Pleegmoeder Claire kende haar pleegkind helemaal niet. De jongen was een bekende van een bevriende maatschappelijk werker. De moeder van het kind stemde niet in met pleegzorg, omdat ze bang was haar baan te verliezen. Met deze netwerkoplossing ging ze wel akkoord.

Als een kind in een bestandspleeggezin woont, is er strenge controle. Als een pleegkind bijvoorbeeld wil logeren bij een vriendje of vriendinnetje van school, dan worden de ouders van het klasgenootje eerst door de politie gecontroleerd. Ook mag je als pleegouder tegen het pleegkind nooit iets zeggen over de duur van een plaatsing. In Australië worden kinderen regelmatig overgeplaatst naar andere gezinnen. Bij netwerkpleegzorg gebeurt dat niet. Voor de kinderen zelf geeft dat veel meer rust.

Gestolen kinderen

De Australische Donna Meehan vertelt een aangrijpend verhaal over Aboriginal kinderen die in de vorige eeuw uit hun families werden gehaald en in blanke pleeggezinnen werden ondergebracht. Ruim 17.500 kinderen werden zomaar uit hun families gerukt. Bij Donna gebeurde dit op haar vijfde. Haar moeder verloor al haar kinderen, de jongste had ze op dat moment nog aan de borst.

Jarenlang was Donna Meehan boos en verdrietig, ze voelde zich ongelukkig en niet geaccepteerd. Aboriginals vielen in die tijd onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van flora en fauna. Tegen haar familie is altijd gezegd dat de kinderen naar Nieuw-Zeeland waren gebracht. In werkelijkheid woonde Donna op een paar uur lopen van haar geboortedorp. Op haar 28e werd Donna eindelijk herenigd met haar familie. Een emotionele gebeurtenis. (2) Tegenwoordig is het beleid dat Aboriginal kinderen geplaatst worden in een Aboriginal gezin. In de praktijk blijken er te weinig Aboriginal pleeggezinnen voorhanden, dus veel kinderen komen toch in een voor hun vreemde cultuur terecht.

Pleegouders helpen elkaar

De Nederlandse pleegmoeders Margreet van Gessel en Mariël Brus geven de workshop ‘Hoe spellen communicatie kunnen ondersteunen’. Het blijkt op de conferentie de enige workshop waaraan mensen actief kunnen deelnemen. Er is grote belangstelling voor, voornamelijk van pleegouders, maar ook van pleegzorgwerkers.

Er wordt gestart met een korte inleiding over de NVP en het belang van gespreksgroepen voor pleegouders. Dit zijn groepen waarin pleegouders met elkaar in contact komen om te praten over alle aspecten van het pleegouderschap. Om de gesprekken in deze groepen eens een andere wending te geven, kun je door de NVP ontwikkelde creatieve hulpmiddelen gebruiken.

De NVP heeft hiervoor gebruik gemaakt van een aantal gezelschapsspellen. Het zijn een ganzenbord met algemene vragen over de omgang met je pleegkind(eren), een dominospel met hechting als thema en een kwartetspel met onderwerpen betreffende het dagelijks leven.

De deelnemers worden in kleine groepen verdeeld en na een korte uitleg en met ondersteuning gaat elke groep aan de slag met een spel. Het spelen leidt tot goede gesprekken, waarbij regelmatig gelachen wordt. Ondanks wat taalproblemen blijken de spellen ook in deze internationale groep een goede manier om tot een gesprek te komen. Na verloop van tijd rouleren de groepen. Een aantal pleegouders wil de spellen graag zelf hebben om ze in eigen land te gebruiken. (4)

Meer info: www.denvp.nl

Achttien jaar en dan…

in Japan

In Nederland is het achttien worden van een pleegkind spannend. Er moet van alles geregeld worden. Toch is de Nederlandse situatie nog niet zo heel slecht. In Japan is een pleegkind op zijn achttiende ‘geëmancipeerd’, waarmee bedoeld wordt dat de opvoeding voltooid is en de jongere ‘klaar’ is. Pleegzorg en eventuele therapieën worden afgesloten en de jongere moet nu voor zichzelf zorgen. Omdat het leven in Japan voor jongeren erg duur is, hebben 25 pleegouders in 1997 een fonds opgericht, het Ann Funds. De belangrijkste taak van het fonds is het geven van renteloze leningen aan voormalige pleegkinderen, zodat ze hun studie, hun eerste huis, hun rijbewijs of onvoorziene hoge kosten kunnen betalen. Het terug­betalen gebeurt als de jongere gesetteld is. De fondsleden houden contact en helpen de jongeren op weg.

Andere activiteiten zijn: pleegoudertrainingen, een jaarlijkse campagne tegen kindermishandeling, de uitgave van een nieuwsbrief, diverse projecten en acties. Naast het Anne Funds is er het Sakura Netwerk. Een activiteitennetwerk van jongeren uit de pleegzorg, vergelijkbaar met de vroegere JiP (5). Naast de activiteiten geven de jongeren trainingen aan pleegouders vanuit hun eigen pleegzorgervaring.

Meer info: http://members.jcom. home.ne.jp/ ankikin/index.htm

De achtergrond van het kind

Tijdens de IFCO werd in de lezingen de na­druk gelegd op het belang van de achtergrond van en voor het kind. Kinderen moeten binnen hun eigen cultuur geplaatst worden en als dat niet kan, moet hier aandacht voor zijn binnen de opvoeding. Een kind moet weten uit welke cultuur het komt, want daar liggen zijn wortels. Het is een thema dat ook voor Nederland relevant is. In Nederland zijn veel pleegkinderen van Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse of Turkse afkomst. Pleeggezinnen hebben grotendeels een Nederlandse achtergrond. Hoe ga je daar als instelling (3) en als pleegouders mee om? Verdiep je je in de cultuur of woont het kind nu bij jou en heeft het zich maar aan te passen?

“Mijn man en ik hebben veel nagedacht over de manier waarop we rekening kunnen houden met Falids Marokkaanse achtergrond. In ons gezin krijgen de kinderen Nederlandse normen en waarden mee. Falid woont in Nederland en moet ook later in deze maatschappij leven. Daarom maken we geen mengelmoes van onze normen. Mijn man wilde met Falid op vakantie naar Marokko. Ik wil dat niet. Je weet niet wat er gebeurt als een Neder­andse man en een Marokkaanse jongen daar samen zijn. Volgens mij is zo’n vakantie niet ‘rekening houden met iemands achtergrond’. Zijn ouders, dat is zijn achtergrond. We stimuleren het contact met hen. Met zijn ouders naar de moskee gaan, is heel anders dan met ons.”

(Agnes, een Nederlandse pleegmoeder)

Hoewel het onderwerp veelvuldig ter sprake komt in Hamilton, lijkt het in Nieuw-Zeeland zelf niet echt een item. Er wordt veel over gesproken, maar buiten de netwerkpleegzorg blijkt er in Nieuw-Zeeland maar weinig contact te zijn met de roots van het kind. In veel gevallen is er helemaal geen contact meer met de familie en als er wel contact is, dan is dat meestal sporadisch.

Families helpen families

Pleegzorginstelling Spirit werft momenteel pleegouders die niet zozeer pleegkinderen opvangen, als wel de ouders van het kind ondersteunen bij de opvoeding. In een aantal plaatsen in de Verenigde Staten bestaat dit principe al langer onder de naam Family Support Programme (FSP). Al is het ook in dat land nog een vrij nieuw terrein. Het idee voor FSP ontstond in de V.S. toen men ontdekte dat ouders de opvoeding soms tijdelijk niet meer aankunnen. Het is hen teveel geworden en ze zijn te moe om slechte patronen te doorbreken. Bij FSP wordt er een gezin gezocht dat een aantal dagen per maand de kinderen opvangt. Het gaat voor de ouders op vrijwillige basis en zij kunnen, in overleg met het hulpgezin, zelf bepalen wanneer het nodig is.

In principe gaat het om zes dagen/nachten per maand, maar zonodig ook meer of minder. Het hulpgezin is in principe altijd stand-by. In de praktijk blijkt het project een groot succes en een goede hulpvorm die uithuisplaatsing van kinderen voorkomt.

Meer info: www.pathinc.org

DEFT- Train de trainer

IFCO ontwikkelt samen met een aantal Europese partners een training, Developing Europe’s Fostering Training (DEFT), om trainers in de pleegzorg een stevige basis van trainingsvaardigheden te geven. De didactiek staat centraal, zodat trainers die bijvoorbeeld de STAP-cursus geven, meer en beter kunnen inspelen op de groep en de individuen in die groep. In september wordt het DEFT-project afgerond. Mensen uit de pleegzorg, zowel beroepskrachten als pleegouders, die de training volgen, krijgen een erkend diploma. De training is algemeen van aard, pleegouders die de STAP geven hebben er iets aan, maar ook instellingen die een nieuwe training willen opzetten. Naast onderwijsvaardigheden, wordt er namelijk ook aandacht besteed aan het samenstellen van een trainingsprogramma. Het specifieke aan DEFT is dat alle voorbeelden, casussen en opdrachten uit de pleegzorg komen. Het is dus geen willekeurige opleiding voor trainers. Na afloop van het project zorgt IFCO ervoor dat de pleegzorg wereldwijd gebruik kan maken van deze training. DEFT is dus een belangrijke stap in de mondiale professionalisering van de pleegzorg. •

Meer info: www.deft-project.eu

(1) De leider van een gemeenschap

(2) In 2000 verscheen de Engelstalige autobiografie van Donna Meehan: ‘Its No Secret the Story of a Stolen Child’. Uitgeverij Random House, Sydney, 2000. ISBN 0091839947

(3) Zie ook Mobiel 1, 2007, pagina 5: Nieuwe benadering van niet-westerse pleegouders

(4) Voor meer informatie over de spellen kunt u mailen naar: gelderland@denvp.nl

(5) Een aantal jaren geleden was de JiP niet alleen organisator van het jaarlijkse JiP-kamp, maar waren de jongeren gedurende het hele jaar actief als belangenvereniging en lotgenotencontactgroep.


Tags: ,