Hebben pleegouders en pleegkinderen recht op inzage in het dossier?

Het thema van Mobiel gaat deze keer over begeleiding. Een vraag die regelmatig wordt gesteld aan de pleegzorgbegeleider is: “Hebben pleegouders recht op inzage in de stukken?” En: ”Heeft het pleegkind recht op inzage?”

Als u inzage wilt in rapportages over een ander, hebt u toestemming nodig van deze persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger (ouder met gezag/ voogd). Om deze reden ontvangt u niet (automatisch) de rapportages van Bureau Jeugdzorg over uw pleegkind. Hier staan namelijk gegevens over anderen in: uw pleegkind en diens ouder(s). De ouder moet toestemming geven voor het verstrekken van zijn gegevens. De ouder met gezag moet toestemming verlenen voor inzage van gegevens van het kind tot 12 jaar waarover deze ouder het gezag heeft. Als het kind ouder is dan 12 jaar heeft u toestemming van het kind zelf nodig om zijn gegevens in te mogen zien. Tenzij het kind niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen (zie hierover verder in dit artikel). In dat geval heeft u toestemming nodig van de ouder met gezag.

Dit is alleen anders wanneer u belanghebbende (1) bent en de rapportages van Bureau Jeugdzorg aan de kinderrechter worden verzonden. U heeft dan recht op het verzoekschrift aan de kinderrechter en de bijlagen (d.w.z. de rapportage en het plan van aanpak van Bureau Jeugdzorg behorende bij het verzoekschrift). Wanneer u (nog) geen belanghebbende bent, heeft u uiteraard wel (basis)informatie nodig om de problematiek van uw pleegkind in verband met de opvoeding en verzorging in te kunnen schatten.

Dit is echter wat anders dan recht op inzage in de stukken over de minderjarige en zijn ouder(s) en anderen die een rol spelen of hebben gespeeld in het leven van het kind. De hulpverlener weegt af welke informatie er volgens hem nodig is voor de pleegouders om het pleegkind goed op te kunnen vangen. Verstrekking van informatie over het pleegkind zal sneller noodzakelijk zijn dan verstrekking van informatie over de ouders.

Uw pleegkind van 12 jaar of ouder heeft het recht om de stukken in te zien die over hem of haar geschreven worden. In uitzonderlijke gevallen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Namelijk als het kind niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen (bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking). Of het kind in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen is afhankelijk van zijn cognitieve ontwikkelingsniveau, zijn persoonlijkheidsontwikkeling en zijn psychisch functioneren. Daarbij gaat het niet om een algehele wils(on)bekwaamheid, maar er moet een duidelijke relatie met het specifieke onderwerp zijn: kan deze jeugdige de gevolgen van het verkrijgen van deze informatie hanteren? Het kan denkbaar zijn dat Bureau Jeugdzorg informatie heeft over een jeugdige cliënt of zijn ouders die de jeugdige beter niet te weten kan komen.

Daarnaast geldt ook voor de minderjarige: de privacy van anderen moet worden gerespecteerd. Een ouder kan er bijvoorbeeld bezwaar tegen hebben dat het kind de voorgeschiedenis leest van de ouder. De minderjarige krijgt dit gedeelte dan in principe niet in te zien. •

(1)  Zie over het begrip belanghebbende Mobiel nummer 1, januari 2007 onder deze rubriek

Uit privacyreglement Bureau Jeugdzorg, tekst en toelichting pagina 26.

Mariska Kramer is advocaat bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering en advocaat bij Dorhout-advocaten te Soest.


Tags: ,