Beste lezers

Eigenlijk is de IFCO een soort JiP-kamp in het groot. Het samen zijn met lotgenoten schept een enorme band. Je wisselt ervaringen uit over je werk en je leven, je legt contacten voor je werk, maar er ontstaan ook warme vriendschappen.

De IFCO in Nieuw-Zeeland was mijn eerste IFCO. Veel mensen die het al eens meemaakten, vertelden mij vooraf hoe bijzonder zo’n conferentie is. Het samenzijn met zoveel mensen die met hetzelfde bezig zijn, geeft een speciaal gevoel. Daar kon ik me wel iets bij voorstellen en ik was dan ook zeer benieuwd.

Je iets voorstellen is één ding, maar de werkelijkheid blijkt altijd anders. Begrijpen hoe iets voelt, is anders dan het zelf voelen. Dus werd ik tijdens de IFCO toch nog verrast door de menselijke warmte die voelbaar in de lucht hing en door de enorme betrokkenheid van alle deelnemers. De laatste dag van de conferentie kreeg iedereen de gelegenheid om naar voren te komen en iets tegen de overige deelnemers te zeggen. Veelvuldig werden ‘the spirit of love’ en ‘the involvement of all people’ geroemd.

Hoe zou dat komen? Hebben mensen die bij een autofabrikant werken hetzelfde gevoel als ze collega’s en betrokkenen uit de hele wereld ontmoeten? Ik heb er met verschillende mensen over gesproken. Iemand zei dat het komt doordat er zoveel kinderen, jongeren en pleegouders aanwezig zijn. Ik had dat speciale gevoel echter ook bij de beroepskrachten. Maken die jongeren en pleegouders soms iets los bij de beroepskrachten? Een ander zei dat het kwam door de traditionele Maori-opening, die bedoeld is om echt contact, van hart tot hart, mogelijk te maken.

Voor mijzelf kwam ik tot een conclusie die daar niet ver vandaan ligt en die ook dichtbij de slogan van de Nederlandse pleegzorgcampagne ligt: een hart met ruimte. Op de IFCO had ik het gevoel dat iedereen daar zat met een open hart. Misschien is dat ook wel de kracht van pleegzorg: mensen die hun hart openstellen voor elkaar.

Jolanda Stellingwerff
Hoofdredacteur

Van de redactie

Dit nummer gaat voor een groot deel over de IFCO-conferentie. Naast regionale conferenties vindt er iedere twee jaar een mondiale conferentie plaats. Ditmaal op de universiteit van Hamilton in Nieuw-Zeeland. Er waren meer dan 500 bezoekers. De Nederlandse deelnemers waren op twee handen te tellen. In 2009 is de IFCO dichterbij, namelijk in de Ierse hoofdstad Dublin. Hopelijk zijn er dan meer Nederlandse deelnemers en vooral ook meer Nederlandse workshops. Wereldwijd wordt er veel onderzoek naar pleegzorg gedaan en er lopen veel bijzondere projecten. Het is jammer als de pleegzorg in Nederland naar binnen keert en geen gebruik maakt van het delen van ervaringen en onderzoeksresultaten.

Twee nummers geleden vroegen we u of u een andere naam heeft voor het woord pleegkind. We kregen diverse reacties van pleegouders die daar zelf of met hun pleegkinderen iets voor bedacht hebben. Tijdens de IFCO bleek dit wereldwijd een thema te zijn. In Japan, de Verenigde Staten en in Australië zoekt men ook naar een ander, positiever woord. Zo zei een Japanse pleegvader: “Het woord pleegkind is zo stigmatiserend, het gaat toch gewoon om kinderen. Kunnen we daar nou samen niet iets op bedenken.”  In het volgende nummer gaan we hier verder op in. Uw reacties zijn nog steeds van harte welkom. U kunt ze voor 15 mei naar ons sturen. Het adres vindt u in het colofon. Let op: per 1 mei is dit een nieuw adres!

Bent u benieuwd naar de ervaringen van Nederlandse pleegouders op de IFCO? Kijk dan op de website van Pleegouder­support Zeeland, onder het kopje ‘nieuws’. Pleegmoeders Tini en Freja en hun dochters Anniek en Judith doen daar verslag van de IFCO.


Tags: ,